Voorbode van het nieuwe Zuid-Afrika

(\N)

Onopgemerkt krijgt de opkomst van een zwarte middenklasse gestalte in Mamelodi, de enorme township nabij de Zuid-Afrikaanse hoofdstad Pretoria.

Internationaal geldt de staat van Soweto als graadmeter van de ontwikkeling van Zuid-Afrika na de val van apartheid. Prominente inwoners en een studentenopstand gaven de agglomeratie van townships ten zuiden van Johannesburg een blijvend gezicht. Buiten het publieke blikveld zoekt de zwarte bevolking eveneens de weg omhoog, zoals in het dichtbevolkte Mamelodi.

„Leg je spullen achterin”, maant William Masango als hij zijn BMW de parkeerplaats van een warenhuis aan de rand van Pretoria opdraait. De koude wind doet hem huiveren. Bij het openen van de achterbak wordt duidelijk waarom hij zwart-witte schoenen met stalen punten draagt. Ze horen bij de set golfclubs die in de auto verscholen ligt.

„Op mijn werk ben ik de enige met een behoorlijk niveau”, verduidelijkt hij. „Mijn baas vraagt mij daarom altijd om met zakenrelaties te spelen. Vandaag is het weer zo ver. Althans, daar ga ik vanuit.” Een minuut later krijgt hij per telefoon een bevestiging van zijn vermoeden. „18 holes. Dat geeft toch niet? Het uitzicht is adembenemend en je krijgt wat lichaamsbeweging.”

Masango kijkt op zijn horloge als hij door het centrum van de hoofdstad van Zuid-Afrika navigeert. De tijd dringt. Op kantoor wacht een onafgemaakte klus. Hij moet voor het middaguur een e-mail versturen. Een collega kan geen uitkomst bieden. Masango wil er persoonlijk zorg voor dragen dat bedrijfsgevoelige informatie uit een opgevraagd bestand wordt geschrapt.

Ondanks zijn strakke schema stopt hij eerst bij de Amerikaanse ambassade. Een kleine gestalte verschijnt achter het elektrische hek van het complex, dat veel weg heeft van een fort. „Mijn echtgenote, Naletsana”, verduidelijkt hij. „Ze had haar beauty-case laten liggen op de kleuterschool van onze dochter Khethiwe. Meestal zorg ik voor haar. Mijn vrouw is vaak op reis.”

Een week eerder verbleef ze in Windhoek, Namibië. Als projectcoördinator van een programma dat wezen en kwetsbare kinderen ondersteunt, nam ze poolshoogte. „De VS, via overheidsinstantie USAID, betalen veel geld en willen in detail teruglezen of hun inzet iets oplevert”, legt Masango uit. „Aidspreventie, het verstrekken van medicijnen, onderdak en financiële steun bij scholing vormen de kern.”

Masango (35) staat op de loonlijst van Sita, een ICT-bedrijf dat de overheid ten dienst staat. „Ik beheer accounts van het gevangeniswezen”, vertelt hij. „Heb je een paspoort bij je? Anders kan je niet mee naar binnen. Onze afdeling lijkt qua beveiliging op een subdivisie van het leger. Enkele hoge officieren houden er zelfs kantoor.”

Als de e-mail is verzonden, stuurt Masango zijn auto naar Oost-Pretoria. Bij Woodhill Residential Estate and Country Club houdt hij stil. De weldaad van het landgoed en de bijbehorende golfbanen doen surrealistisch aan.

Is dit een voorbode van het nieuwe Zuid-Afrika? De (potentiële) leveranciers, zwarte managers van middelbare leeftijd, doen dit haast vermoeden.

Terwijl zijn tegenstanders een buggy huren, wenkt Masango een caddie. Zwijgend neemt de man de golftas op zijn rug. „Net als ik, komt hij uit Mamelodi”, zegt hij. „Per rondgang verdient hij 100 rand. Zie het als empowerment. Hij spreekt het woord uit zonder sarcasme, zoals de blanke bevolking pleegt te doen. Het bevoordelen van een voormalig achtergesteld persoon ziet hij als zijn burgerplicht, niet als een straf.

Zonder hulp van buitenaf had Masango de sport niet beoefend. Golfcommentator Dale Hayes gaf hem en enkele collega’s een exclusief lidmaatschap van Zwartkop Golf Estate, in de voorstad Centurion. „Hayes vond dat zijn club wat extra kleur kon gebruiken”, grinnikt hij. „Voor die tijd oefende ik op een driving range, even verderop. Nu speel ik zondags competitie en kom ik hier doordeweeks met klanten.”

Na afloop komt in het clubhuis op weinig subtiele wijze oud zeer aan de oppervlakte. Blank en zwart zitten gescheiden van elkaar. Alleen een tiener die lootjes verkoopt, waagt zich bij de tafel waar de heren napraten. Als ze geen genoegen neemt met een hint, knipoogt een van de managers. „Ik betaal alleen voor vrouwen met wie ik een affaire heb”, zegt hij met een stalen gezicht. Met rode konen schiet het meisje weg. „Zo, die zien we niet meer terug”, grijnst de man.

Ali, zoals hij blijkt te heten, wil weten wat Masango van plan is. Als de naam Mamelodi valt, slaat hij op de tafel. „Ik ga mee, naar de plek waar ik opgroeide.” De overige twee golfers schrikken op. Ook zij brachten, zonder het van elkaar te weten, een groot deel van hun leven door in de township, 30 kilometer verderop. Het drietal besluit Masango daar op een later tijdstip te ontmoeten.

De weg naar Mamelodi gaat via Garsfontein Road en Hans Strydom Drive, vernoemd naar een voorman van het apartheidbewind. Lanen met bomen aan weerszijden maken plaats voor een dorre, rode vlakte. Elk zuchtje wind blaast het stof diep de neusholten in. Na een klein half uur verschijnen de uitlopers van de voorstad met ruim een miljoen inwoners. Rechts staan eindeloze rijen golfplaten huisjes. Aan de linkerkant bouwt de overheid een wijk met betaalbare maar eentonige woningen.

Eenmaal in de hoofdstraat van het oostelijke deel krijgt Mamelodi een vrolijker karakter. „Kijk, een tankstation”, lacht Masango. „Zo achtergesteld zijn we niet meer. Alles is voorhanden.” Hij wijst op de universiteitscampus. „Mijn vrouw, afkomstig uit Soweto, studeerde daar. Toen heette het nog Vista University. Inmiddels maakt het onderdeel uit van de Universiteit van Pretoria. Voor ons vroeger verboden terrein.”

Een wirwar aan straatjes volgt. Ondanks het schemerduister wordt een oude realiteit zichtbaar. Veel van de identieke ’four-room houses’, onderdeel van het segregatiebeleid, zijn nog herkenbaar. Het verschil met vroeger uit zich vooral binnen. In plaats van twintig bewoners, tellen ze er nu hooguit vijf. Masango’s moeder en zus Portia delen de krappe ruimtes, voorzien van een uitbouw, met z’n tweeën.

„Mijn vader, een taxibaas, woont niet meer in Mamelodi”, verduidelijkt hij. „Een deel van mijn vrienden en kennissen wel. Sommigen zijn, net als ik, uitgewaaierd.” Een bezoek aan zijn oom maakt duidelijk dat niet iedereen leeft als Masango. Als zijn neef en diens echtgenote, weggestopt in een kot in de achtertuin, meewarig naar zijn golfoutfit kijken, vraagt hij om morele steun. „Zeg ze alsjeblieft hoe druk ik het heb. Anders geloven ze me niet.”

Masango voelt de afgunst van zijn naasten soms branden. Begrijpen doet hij het wel. Met zijn vrouw en kind bewoont hij een villa in Grootfontein, in Oost-Pretoria. Het gezin beschikt over twee auto’s, een huishoudster en enkele hectare grond. Dochter Khethiwe gaat naar een dure school en beheerst op vijfjarige leeftijd drie talen waaronder het Afrikaans. Moet hij zich schamen? Wie wil, kan met hard werken, wat ondersteuning en een gezonde dosis geluk tegenwoordig best iets bereiken.

Aangekomen bij Potion 3 vallen zijn overpeinzingen samen. Tot voor kort was Masango eigenaar van de discotheek. Op aandringen van zijn vrouw deed hij de zaak over aan een jonge plaatsgenoot. Een manager bij Sita kon in de weekeinden geen bar runnen in Mamelodi. Die twee werelden waren slecht te verenigen. Af en toe een bezoek brengen aan zijn moeder en enkele getrouwen moest de drang naar zijn geboortegrond stillen.

De drie golfpartners, inmiddels gearriveerd in de hippe tent, beamen dit. Ze gebruiken hun eerste bezoek in weken om herinneringen op te halen. Adolf, een man met een filosofische inslag, is hoofdzakelijk aan het woord. Ademloos luisteren omstanders naar zijn verhalen over de vuile tijd. Hij spreekt over rellen na de studentenopstand in Soweto in 1976 die oversloegen naar Mamelodi. En over kogels die eind jaren tachtig, op enkele meters van waar hij nu staat, voorbij floten.

„Mijn kinderen weten niets van mijn tijd in de struggle”, zegt hij. „Ik wil hun gedachten niet vergiftigen. Ze moeten kunnen stemmen op de partij die hun goed dunkt. Voor mij telt alleen het ANC. Een religie, niet zo maar een politieke beweging.” Adolf krijgt vochtige ogen als hij terugdenkt aan april 1993. Het land, Mamelodi incluis, stond op ontploffen uit woede over de moord op verzetsstrijder Chris Hani.

„Peter Mokaba, oud-schoolgenoot en in die tijd leider van de Youth League van het ANC, riep de mensen op om de Afrikaners af te slachten”, vertelt hij. „Kill the Boer was zijn leus. Nelson Mandela doofde het vuur met een prachtige speech. Hij zei dat bloed vergieten niet het antwoord was. We luisterden. Snap je dat? Als iemand anders met die boodschap kwam, was de pleuris uitgebroken. Nu staan we hier relaxed te praten. Het gaat beter. Kijk naar ons. Dankzij Mandela.”

Bij daglicht bevestigt bedrijvigheid op elke straathoek zijn woorden. Ondernemers van diverse pluimage ontdoen Mamelodi van het stigma dat townships geen toekomst hebben. John Hair Design, een tot kapperszaak omgebouwde keet onder een pijnboom, voldoet aan het stereotiepe beeld van handel in de marge. Net als de garage aan huis van meneer Lipiki. Een lange rij klanten voor de één, en een dozijn auto’s op de oprijlaan van de ander toont aan dat ze over klandizie niet te klagen hebben.

Poucks Molemele (40), kapper in een hoger segment dan zijn collega, merkt dit ook. Tien jaar geleden begon hij zijn zaak in een afgebladderd pand. Met een klant of vijf per dag moest hij geld bijeenschrapen. Nu helpt Molemele, of een van zijn vier fulltimers, doordeweeks ruim dertig mensen in een prachtig afgewerkte winkel. „Mijn specialiteit is het zetten van weaves. Mensen komen van ver.”

Ook Chinezen ruiken randen, zoals Cindy Gao met haar kledingzaak. Hoewel grove winsten uitblijven, groeit haar omzet stadig. „Van toeristen moet ik het niet hebben”, zegt ze ernstig. „Die zie je hier niet. Maar mensen profiteren van geslaagde (voormalige) inwoners die hier hun boodschappen doen. Een sneeuwbaleffect.”

Vlakbij de rivier Moretele, de natuurlijke grens tussen oost en west Mamelodi, krijgt deze opmerking gestalte. Terwijl mannen in vrijetijdspak vlees kopen bij een slager en de stukken twintig meter verderop roosteren op een ’braaiplek’, poetsen medewerkers van een informele wasstraat hun SUV’s en sedans van Duitse of Amerikaanse makelij.

Op Mahlangu Freedom Square, bijgenaamd het handelscentrum van Mamelodi, werkt dit mechanisme minder sterk. De bonte verzameling toverdokters, gebedsgenezers, beroepsdobbelaars en poeliers die kippen slachten op straat, leven van de straatarme bevolking afkomstig uit de uitgestrekte sloppenwijken aan de westkant. Voor taxistandplaats Denneboom, een pandemonium van minibusjes, geldt hetzelfde.

Masango komt met een ontnuchterende opmerking. „Vijftien jaar geleden zag mijn deel van Mamelodi er net zo uit. Thuis was er net voldoende geld om te eten. Langzaam helpen we elkaar vooruit. Mensen zien kansen.”

Er heerst bedrijvigheid op elke straathoek. Ondernemers van diverse pluimage ontdoen Mamelodi van het stigma dat townships geen toekomst hebben. (FOTO GUY STUBBS)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden