Voorbij punten en komma's naar vrede

Arend Meerburg 1939-2016

Hij was een buitenbeentje in de diplomatie. Op de achtergrond werkte hij aan verdragen tegen bewapening.

Waar hij verscheen, viel hij op door zijn zware basstem. Die klonk in vrolijke studentenkringen, op de ijzige vlakten van het Zuidpoolgebied, op het carnaval van Den Bosch en de binnenkamers van slepende onderhandelingen over wapenbeheersing. Waar hij ook was in de wereld, omstreeks Nieuwjaar ging hij de afgelopen 25 jaar altijd naar Katwijk, het vissersdorp waar zijn historie begon. Dat had hij zijn vader beloofd.

Ook dit jaar was hij er weer om bekend te maken welke initiatieven lofwaardig genoeg waren om een geldprijs te winnen uit het fonds dat zijn vader had gesticht. Het was een traditie die hij in ere hield. Hij had geen idee dat het voor hem de laatste keer zou zijn.

Hij was als derde kind van de reder Dirk Meerburg de vierde generatie van een familie die tot aanzien was gekomen in de haringvisserij en die zich ook liet gelden in het Katwijkse gemeentebestuur. Toen zijn zus en broer op jonge leeftijd bij het spelen in zee meegesleurd werden in een mui en verdronken, was hij de enige die in de voetsporen van zijn vader kon treden. Kort na de oorlog werd de vissersboot KW7 gedoopt als Arend.

Als enig resterende kind moest hij veel thuisblijven, wat hem opstandig maakte. Hij bevocht zijn vrijheid. Van de visserij wilde hij niets weten. Hij maakte andere plannen.

Op het Rijnlands Lyceum in Wassenaar haalde hij het hbs-diploma met een 10 voor natuurkunde. Daarin wilde hij verder studeren bij een oom die hoogleraar was in Delft. Zijn vader liet hem gaan, want zelf had hij als jongeling de rederij tegen zijn zin moeten overnemen. Dat wilde hij zijn eigen zoon besparen.

Toen Arend in Delft begon was hij net zeventien. Naast zijn studie genoot hij van zijn vrijheid. Hij stortte zich op het studentenleven als lid van het corps. Zijn jaarclub werd een hechte vriendenkring die nog altijd bijeenkomt in hun traditionele smoking. Een van zijn studievrienden werd Prins Carnaval in Den Bosch en vroeg ook Arend om toe te treden tot zijn gevolg. Ook dat werd een traditie. Elk jaar met carnaval nam Arend vier dagen vrij om naar Oeteldonk te gaan.

Expeditie naar Antarctica

Na zijn studie moest hij in militaire dienst, waar hij weinig plezier aan beleefde. Hij ontdekte dat hij vrijstelling kon krijgen als hij bij het KNMI zou gaan werken. Daar kon hij met zijn kennis van natuurkunde terecht als lid van een expeditie naar Antarctica. Dat sprak hem aan. In zijn jongensjaren had hij de boeken in de Bob Evers-serie verslonden en een Zuidpoolavontuur leek daar een vervolg op.

Inmiddels had hij belangstelling gekregen voor de jonge pedagoge Carin Wieringa uit Amsterdam, maar begin 1966 vertrok hij voor veertien maanden naar het Zuidpoolgebied als lid van een Belgisch-Nederlandse expeditie. Hij liet er ballonnen op om metingen te doen in de ozonlaag. Met Carin mocht hij eens per maand een telegram uitwisselen met veertig woorden. Eén keer konden ze via de scheepsradio met elkaar praten, maar ze verstonden elkaar nauwelijks.

Toen hij op de terugreis in Zuid-Afrika haar beter kon verstaan, praatte ze hem kort bij over de ontwikkelingen in Nederland. Ze noemde een nieuwe politieke partij die het landsbestuur wilde vernieuwen, D66. Dat sprak hem aan en terug in Nederland werd hij meteen lid en hij zou altijd voor de partij actief blijven. En hij trouwde met Carin.

Terwijl hij bij het KNMI in De Bilt zijn poolonderzoek uitwerkte, gingen ze wonen op een woonboot in Utrecht. Daar kwam het eerste van drie kinderen ter wereld. Hij bleef bij het KNMI om oceanografisch onderzoek te doen. Maar zijn hart ging uit naar de wereldpolitiek. Het was volop Koude Oorlog en er werden op grote schaal atoomwapens ontwikkeld. Dat joeg mensen schrik aan. Er werden instellingen opgericht voor de studie van oorlog en vrede. Het verbaasde hem dat het vooral juristen en historici waren en geen natuurkundigen zoals hij die de techniek van de wapens begrepen. Dat vond ook het ministerie van buitenlandse zaken, dat hem in dienst nam.

Op het Haagse departement kreeg hij dikke dossiers op zijn bureau vol taaie teksten over mogelijke verdragen. Allemaal gezeur over komma's en punten, vond hij. "Even volhouden", zei Carin en dat deed hij. Inderdaad kreeg hij de smaak te pakken.

Toen een diplomaat ziek werd, stuurde het departement hem naar internationale onderhandelingen bij de Verenigde Naties in Genève. Het was een buitenkans, want er heerste nog een groot verschil tussen traditionele diplomaten en deskundigen zoals hij die niet voor vol werden aangezien. Geleidelijk veranderde dat. In 1975 werd hij op de Nederlandse permanente vertegenwoordiging geplaatst en zijn jonge gezin ging wonen in een dorp even buiten Genève.

Kernproeven

Het was het begin van een lange loopbaan als wapenbeheerser. Ze woonden twee periodes van vier jaar in Zwitserland en een paar jaar in Parijs, waar hij werkte voor de West-Europese Unie, de eerste naoorlogse militaire samenwerking. Hij reisde veel, onder andere naar Japan om daar diep in het binnenste van een berg de seismologische apparatuur te zien die overal ter wereld kernproeven kon registreren.

Ook spande hij zich in voor een verdrag tegen chemische wapens en hij wist te bereiken dat de organisatie daarvoor, de OPCW, in Den Haag werd gevestigd. Veel inspanning kostte het verdrag over stopzetting van kernproeven. "Ik heb nog nooit zo hard gewerkt", zei hij in 1996.

Een hele generatie diplomatieke ontwapenaars is door hem opgeleid en ingewijd in de subtiliteiten van internationale onderhandelingen. Al dat werk gebeurde op de achtergrond. In de diplomatieke wereld bleef Arend een buitenbeentje. In zijn jonge jaren baarde zijn baard, die hij op Antarctica had laten staan, nog opzien. Om andere uiterlijkheden gaf hij niet. Op het departement nam hij eens een sollicitant aan die in spijkerbroek was verschenen, want die was echt gemotiveerd.

Hij was graag in vrolijk gezelschap, en niet alleen tijdens het Oeteldonkse carnaval. In hun huis in het Haagse Statenkwartier hielden ze feesten en ontvangsten die legendarisch werden.

Ambassadeur Jemen

Onverwacht werd hij toch een traditionele diplomaat toen hij in 1996 benoemd werd als Nederlands ambassadeur in Jemen. Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking wilde hem daar graag hebben en Arend wilde weleens wat anders. Er waren hoge verwachtingen van dat woestijnland, dat net een burgeroorlog achter de rug had. Nederland stak er veel geld in en de ambassade speelde een belangrijke rol in de ontwikkelingsprojecten. Islamitische terreur had nog geen greep op de regio en het grootste gevaar was de traditie van ontvoeringen waarmee de stammen elkaar en de regering onder druk zetten. Ook verscheidene Nederlanders werden er in zijn periode ontvoerd, maar dat liep steeds goed af, ook door de inzet van de ambassade. Ook zijn Poolse collega werd gevangen genomen en dat gaf veel spanning, want er was vaak spraakverwarring over Polanda en Hollanda.

Na zijn terugkeer in Nederland in 2000 nam hij zijn specialisme van wapenonderhandelaar weer op en reisde daarvoor op en neer naar Wenen. Ook na zijn verplichte pensionering in 2004 kon het departement hem nog niet missen en werd hij via een uitzendbureau opnieuw ingezet.

Hij trad in 2006 toe tot een select gezelschap van deskundigen uit achttien landen dat bij de universiteit van het Amerikaanse Princeton de verspreiding van nucleaire splijtstoffen probeert te voorkomen. Hij schreef een verdragstekst voor stopzetting van de productie ervan, die mogelijk ooit werkelijkheid wordt.

Hoewel hij niet echt een gezond leven leidde, had hij weinig te klagen over zijn lichaam, totdat hij eind 2013 een slagaderlijke bloeding kreeg. Hij herstelde en gaf na een leven lang roken zijn pijp op. Dit jaar verscheen hij als vanouds in Katwijk om de Meerburgprijzen uit te reiken en hij bereidde zich voor op een nieuwe bijeenkomst in Princeton. Tot een bloedvergiftiging hem plotseling trof. Hij heeft zijn einde niet bewust beleefd.

Na de crematie brachten Carin en zijn kinderen de bloemen naar de eeuwige vlam bij het Haagse Vredespaleis.

Arend Johannes Meerburg werd geboren op 27 mei 1939 in Katwijk aan Zee. Hij stierf op 28 januari 2016 in Den Haag.

Arend Meerburg, wapenonderhandelaar en carnavalsvierder.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Een hele generatie diplomatieke ontwapenaars is door hem opgeleid

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden