Voorbeeldig Macedonië doet zelfs goede zaken met Griekenland

BRUSSEL - Het kan verkeren. “Griekenland is hard op weg onze grootste buitenlandse investeerder te worden”. Branko Crvenkovski, premier van Macedonië, kan een grote grijns niet onderdrukken.

NICOLE LUCAS

Zijn land mag dan, met dank aan Athene, nog steeds door het leven moeten met de onmogelijke titel Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (Fyrom), het conflict over de naam staat de handel met de zuiderbuur inmiddels niet meer in de weg. “Het gewone leven heeft zijn gang weer hernomen”, vat de sociaal-democraat, die zes jaar geleden met zijn 29 jaar de jongste premier op de Balkan werd, die ontwikkeling filosofisch samen.

En dat mag op zijn minst opzienbarend worden genoemd. Want bij de geboorte van de staat, die zich eind 1991 onafhankelijk verklaarde van het snel desintegrerende Joegoslavië, voorspelden westerse diplomaten en waarnemers een toekomst vol (etnische) spanningen en conflicten. De nieuwe republiek - 2,1 miljoen inwoners op een oppervlakte iets groter dan Nederland - wist zich immers omringd door buren die van haar bestaan niet wilde weten.

Griekenland, Albanië, Bulgarije en Joegoslavië: allemaal hadden ze hun eigen reden om niet onverdeeld enthousiast te zijn. “We zijn nogal tegengewerkt”, zegt Crvenkovski onderkoeld, doelend op onder meer de Griekse pogingen om via een economische boycot 'Skopje' te dwingen haar naam af te zweren en haar vlag te strijken.

Bovendien werd de jonge staat ook nog eens geboren met een levensgroot minderhedenprobleem. Tussen de 20 en 35 procent van de bevolking bestaat uit Albanezen, die in de onafhankelijkheidsverklaring vooral een poging zagen om hen de rechten te ontnemen die zij in het oude Joegoslavië bezaten. Diverse incidenten, waarbij zowel Albanezen als Macedonische agenten het leven lieten, deden het ergste vrezen.

Een tweede Bosnië bleef echter uit. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan het behendig optreden van president Kiro Gligorov, inmiddels ver in de zeventig, een sluwe vos, die gepokt en gemazeld werd in het politieke bedrijf van het vergane communistische Joegoslavië. Hij wist extremisten van buiten en binnen de grenzen de wind uit de zeilen te nemen. Na een korte periode, vlak na de onafhankelijkheid, waarin nationalisten het hoogste woord hadden, kreeg 'de rationaliteit de overhand', aldus Crvenkovski, zelf zoon van een politicus die onder het oude regime het nodige in de melk te brokkelen had. In de contacten met de buren verdween de pathetische retoriek en ook in Macedonië zelf verminderden de spanningen. Het was voor de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright aanleiding voor een loftuiting. “Deze republiek hoort in alle opzichten tot de good guys.”

De Europese Unie liet het niet bij mooie woorden, maar beloonde de republiek onlangs met een Samenwerkingsakkoord, dat Macedonië tal van handelsvoordelen geeft en recht op financiële bijstand. Daarmee ligt het meters voor op Bosnië, Kroatië en zeker buurland Joegoslavië. Die komen volgens Brussel nog lang niet in aanmerking voor wat je de status van 'kennis van de EU' kunt noemen. Met name de behandeling van minderheden laat veel te wensen over.

Crvenkovski stelde deze week in Brussel voor om maar meteen vrienden te worden, dat wil zeggen een Europa-Akkoord te sluiten. Dat is de overeenkomst die de Oost-Europese landen hebben, met wie binnenkort toetredingsonderhandelingen beginnen. Ietwat overmoedig, zo lieten bronnen binnen de Commissie weten. Want economisch loopt het land nog ver achter. Met een gemiddeld inkomen per hoofd van 4000 gulden is het stukken armer dan bijvoorbeeld Roemenië, terwijl ook de privatisering nog maar net is begonnen.

Bovendien lijkt de echte test voor de stabiliteit van het land, dat in 1991 aan de onafhankelijkheid begon met een leger van 2000 soldaten, nul tanks en twee helikopters, nog te moeten komen. Aan de horizon drijft een pikzwarte wolk, die het moeizaam bereikte evenwicht in de regio in een klap kan doen wegspoelen. In het aangrenzende Kosovo, de voornamelijk door Albanezen bewoonde Servische provincie, lijkt passief verzet plaats te maken voor geweld. Diverse aanslagen door het obscure Bevrijdingsfront van Kosovo (UCK) hebben de vrees voor een burgeroorlog sterk doen toenemen.

In Macedonië, waar het UCK onlangs ook twee bomaanslagen opeiste, volgen ze de ontwikkelingen met argusogen. De angst is groot dat als de Albanezen in Kosovo in opstand komen, de Albanezen in Macedonië zich bij hen zullen aansluiten.

“Het is heel hard nodig dat er een oplossing komt”, zegt Crvenkovski met klem. Het wordt tijd dat de internationale gemeenschap, die nu hap-snap reageert, de krachten bundelt en met een gecoördineerd initiatief komt, aldus de premier.

Gevraagd naar wat volgens hem de meest wenselijke oplossing is voor Kosovo, verschuilt de politicus zich achter de internationale gemeenschap. “Die wil dat Kosovo grote autonomie krijgt binnen de grenzen van het huidige Joegoslavië.” Wat hij er niet bij zegt is dat de Macedoniërs een onafhankelijk Kosovo, ook al komt dat geweldloos tot stand, ten zeerste vrezen. 'Hun' Albanezen, die vrij compact in het westen van Macedonië leven, zouden dan immers ook onafhankelijkheid kunnen eisen.

Gezien de onzekere situatie is het voor Crvenkovski duidelijk dat de kleine VN-vredesmacht, die sinds 1992 in Macedonië huist om 'spill-over' van het Balkanconflict te voorkomen, niet weg kan. De Veiligheidsraad besliste vorig jaar dat het op 31 augustus afgelopen moet zijn. “Er moet een aanzienlijke militaire macht blijven”, aldus de premier, die die boodschap deze week niet alleen bij de EU, maar ook op het Navo-hoofdkantoor afleverde. Een direct antwoord kreeg hij echter niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden