Vooral middelgrote stad gaat V&D missen

V&D huurt in heel Nederland bijna 350.000 vierkante meter winkelruimte. Een stad als Haarlem kan wel zonder dit warenhuis, Zeist ziet de binnenstad al jaren leegbloeden.

Er dreigt een gat te ontstaan in het hart van Den Helder, Heerlen, Haarlem, Zeist en ongeveer zestig andere steden. Op de plek van dat dreigende gat staan nu nog de panden van V&D, het warenhuis waar winkelende Nederlanders te vaak aan voorbijlopen. Nu het warenhuis dreigt om te vallen, kijken gemeentebestuurders zorgelijk naar de bijna 350.000 vierkante meter die V&D in de binnensteden huurt. Kunnen steden wel zonder hun V&D?

Haarlem wel. Ook gemeenten als Amersfoort, Utrecht, Apeldoorn en Breda zullen het wel redden, denken deskundigen. Zij behoren tot de grootste twintig gemeenten in Nederland. "Als V&D het niet redt, komt er wel een andere huurder", zegt Gerard Zandbergen van onderzoeksbureau Locatus. Voor de overige veertig warenhuispanden vreest Zandbergen het ergste. "In de middelgrote steden is het risico op leegstand groot. Het gaat al niet goed in de winkelcentra van die steden. Als de V&D's ook nog eens leeg komen te staan, zal de situatie verder verslechteren."

Tussen de toptwintig en de rest van de gemeenten dreigt een tweedeling te ontstaan, zegt Felix Wigman, de voorzitter van Platform Binnenstadsmanagement. Hij spreekt over 'winnende en verliezende binnensteden'. Een mogelijk vertrek van V&D zal de kloof tussen winnaars en verliezers verder vergroten.

Een van de gemeenten die buiten de toptwintig vallen, is Zeist, de woonplaats van Frank Quix. Hij is directeur van retailonderzoeksbureau Q&A en ziet zijn binnenstad al jaren leegbloeden. "Tja, dat wordt een lastig verhaal hier. Ik denk niet dat Primark of andere winkelketens veel interesse hebben in Zeist. Misschien dat op de begane grond wat winkels komen en op de verdiepingen woonruimte."

In Zeist is al behoorlijk wat leegstand, zegt Quix. "Dat zou zomaar kunnen verdubbelen mocht V&D wegvallen. En eerder deze week hadden we al Macintosh dat omvalt. De vraag is of de schoenwinkels van Macintosh, Scapino, Manfield en Dolcis, in Zeist blijven. Zelfs als een nieuwe partij de zaken overneemt, dan nog is het zeer de vraag of zij de winkels hier openhouden."

De verdubbeling van de leegstand die Quix vreest, dreigt niet alleen in Zeist, maar in alle steden met een V&D-vestiging. Locatus berekende eerder dit jaar voor Trouw dat in de gemeenten met een V&D-vestiging gemiddeld 9,4 procent van de winkelpanden leegstaat. Als V&D verdwijnt, wordt dat 14,8 procent.

"We hebben ook te veel winkelruimte", verklaart Quix. "De afgelopen jaren zijn er almaar nieuwe winkels geopend terwijl er drie ontwikkelingen zijn die daar dwars tegenin gaan. Zo neemt onze bevolking niet toe."

Onlinewinkels

Daarnaast zat het de afgelopen jaren economisch tegen en is vanaf 2004 het aandeel van onlinewinkels substantieel geworden. Daar komt bij dat zo'n beetje iedere gemeente in Nederland dacht dat zij het winkelgebied moest zijn voor zichzelf en de acht omliggende gemeenten. Quix: "Tja, dan komt er vanzelf een moment dat de markt corrigeert."

Wigman voegt daaraan toe dat consumenten niet persé meer in de eigen binnenstad winkelen. "Consumenten zijn bereid voor bepaalde producten meer kilometers af te leggen naar grotere steden waar alles is te krijgen. Het gevolg is dat in de verliezende, kleinere steden het goedkopere segment achterblijft."

Dat is te zien in bijvoorbeeld Almelo, een van de verliezers. V&D trok er elf jaar geleden al weg. In het pand zitten nu winkels van onder meer Bristol, de Op=op Voordeelshop en H&M, drie winkels die zich onderscheiden met goedkope producten.

Er zijn meer voorbeelden van goedkope ketens die succesvol zijn in de centra van vooral de middelgrote steden: Big Bazar, Action, Primark, Lidl en Aldi. Het kan dus wel, overleven in de binnensteden, zolang winkels maar duidelijk kiezen voor een bepaalde groep consumenten. Het middensegment, de plek waar V&D zich bevindt, is volgens Locatus-onderzoeker Zandbergen achterhaald. "Lang geleden was het warenhuis de plek waar je alles onder een dak kon kopen. Inmiddels kun je alles ook elders kopen, zowel fysiek als online. Daarom zijn er wereldwijd slechts een paar warenhuizen in het middensegment die wel goed draaien."

Dat verandert het beeld van de gemiddelde winkelstraat. Twintig jaar geleden waren het Blokker, V&D, Free Record Shop en andere Nederlandse ketens die het straatbeeld bepaalden. In 2015 staan vooral internationale namen op de gevels.

Ook nieuw in de binnensteden zijn de 'ambachtslieden'. Of nieuw, ze keren eigenlijk terug na eerder verjaagd te zijn door supermarkten en grote winkelketens. "Een logische ontwikkeling", zegt Wigman. "Het lukte de bakker en de slager twintig jaar geleden niet meer zich te onderscheiden van de supermarkten. De consument dacht: Waarom zou ik nog naar de bakker lopen als het brood in de supermarkt net zo goed is? Dat was de doodsteek voor de toenmalige speciaalzaken. Je ziet ze nu terugkeren, vooral omdat zij met thema's als duurzaamheid en gezondheid weer het verschil maken met de supermarkten. De terugkeer van de ambachten verandert het aanzien van de binnensteden."

Wigman ziet meer nieuwe verschijningen in de stadskernen. Ondernemers bijvoorbeeld die zelf kleding, schoenen of meubels produceren en verkopen. Ook plekken waar flexwerkers achter hun laptops zitten, verschijnen in leegstaande winkelpanden. Locatus signaleerde vorig jaar al dat de helft van de panden van failliete winkelketens een andere bestemming krijgt. Waar ooit de Free Record Shop, juwelier Siebel of Halfords zat, verschijnen kappers, schoonheidsspecialisten en kinderen in de opvang. Ook wonen in de binnenstad is steeds meer in trek.

Wonen in de binnenstad

Hoe anders was dat twintig jaar geleden, toen het Platform Binnenstadmanagement van Wigman werd opgericht. De organisatie is bekend van de tweejaarlijkse verkiezing van 'De beste binnenstad van Nederland'. "Toen, in de jaren negentig, hadden binnensteden het erg moeilijk", zegt Wigman. "Alles verplaatste zich naar de randen waardoor de binnenstad achterbleef. Het waren destijds onaantrekkelijke gebieden met verkeersoverlast en een slechte inrichting van de openbare ruimte. Dat is de afgelopen jaren flink verbeterd, wat je terugziet in de toenemende belangstelling voor wonen in de binnensteden. Als ik een belangrijke ontwikkeling moet noemen van de afgelopen twintig jaar, dan is het wel dat het wonen in de binnenstad is teruggekeerd."

De binnensteden mogen de afgelopen decennia leefbaarder zijn geworden, met de huidige leegstand en een eventuele sluiting van V&D dreigen middelgrote gemeenten opnieuw af te glijden. De meeste risico's lopen steden in krimpgebieden als Groningen, Zeeland en Limburg.

De oplossing voor deze gemeenten ligt in samenwerking, zeggen Wigman en Quix. "Al is dat een ingewikkelde opgave", legt Quix uit. "De winkels die nu wegvallen, zitten verspreid door de hele stad. De gaten zitten dus overal. Je moet de overgebleven zaken bij elkaar brengen, concentreren op een bepaalde plek. De grote vraag is: hoe kan je gaan schuiven met de winkels? De ene ondernemer is eigenaar van zijn pand, en kan er niet zo makkelijk uit. De ander zit vast aan een huurcontract en een derde zit prima en hoeft niet te verkassen. Niemand wil zijn verlies nemen. Maar als het verlies zou worden gedeeld, als ook de ondernemer die goed zit en eigenlijk niets hoeft te doen een bijdrage levert, kan iedereen daar dankzij een vernieuwd centrum profijt van hebben."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden