Vooral de oude hits van U2 doen het publiek golven

U2 in de Amsterdam Arena, 20 juli.

Als een clubje astronauten wandelt U2 vanuit de catacomben naar het lanceerplatform, een ronde schijf onder een raket met insectachtige poten. De zilveren piek op het gevaarte past net onder het dak van het moederschip, de Amsterdam Arena. Over de mensenmassa galmt David Bowie’s ruimtesong ’Space Oddity’.

Voor wie er ondanks de setting niet aan dacht, memoreert zanger Bono even later het feit dat Neil Armstrong veertig jaar geleden voet op de maan zette. Zelf was hij toen nog de negenjarige Paul Hewson, die mocht opblijven om tv te kijken.

In het hoofd van de wereldreddende popster is het een logische stap van de maan naar Afrika. „Het idee dat het onmogelijke mogelijk is”, geeft hem nu moed bij het aanpakken van ’aardse problemen’, zoals de aids-ramp waartegen hij vecht. Op het videoscherm verschijnt een boodschap van de bemanningsleden van ruimtestation ISS: ’De toekomst heeft een dikke zoen nodig’. U2 houdt wel van videotrucs die de buitenwereld het stadion intrekken.

In ’Breathe’, het openingsnummer van de grootschalige show, zingt Bono autobiografisch dat hij afstamt van marskramers. Hij is zelf ook een handelsreiziger geworden, met melodieën en commerciële, religieuze of politieke ideeën als koopwaar. Macht heeft hij omdat hij zijn publiek als ’een achterban’ ziet. De geestelijke Desmond Tutu spreekt die massa toe vanaf het scherm, en zestig concertbezoekers wandelen het podium op met een masker van de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi. Gelukkig staat verder de muziek voorop.

Opvallend aan het zware, energieke geluid is dat de verfijningen die klankkunstenaars Brian Eno en Daniel Lanois op de cd ’No Line On The Horizon’ aanbrachten, kordaat zijn weggeharkt. Bassist Adam Clayton, drummer Larry Mullen en gitarist The Edge klinken zo ingespeeld op elkaar, dat het jammer is te merken dat er onzichtbare instrumenten meedoen, het meest nog in de technorock van ’I’ll Go Crazy If I Don't Go Crazy Tonight’.

’Angel of Harlem’, geschreven voor Billie Holiday, eindigt als ode aan Michael Jackson in een vertragend ’Don’t Stop Till You Get Enough’. Zoals eerder ’Beautiful Day’ al overging in ’Blackbird’, afkomstig uit het Beatles-songbook waarmee Bono leerde gitaarspelen.

Hij vertelt hoe ze als tieners in Amsterdam speelden, en dat ze nog altijd een lange weg te gaan hebben. Maar relevant zijn is veel moeilijker dan succesvol zijn, zei Bono eens. Wat dat betreft is het zorgelijk dat vooral de oude hits het publiek doen golven, niet uit nostalgie, maar omdat die toch van een ander kaliber zijn, met dat uitwaaierende gitaarspel van The Edge, die open akkoorden vol pijn en extase. En dat maakt ook dat U2, ondanks die Jules Verne-raket vol zwaailichten, uiteindelijk niet boven zichzelf uitstijgt.

Bono, Larry Mullen en Adam Clayton van de Ierse band U2 (van links naar rechts). ( FOTO RICK NEDERSTIGT, ANP) Beeld ANP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden