Voor velen is het Omroepmuseum een tweede huis

De huiskamer uit 'Zeg 'ns Aaa' wordt een van de attracties in de nieuwe behuizing van het Nederlands Omroepmuseum aan de Amersfoortseweg in Hilversum, die minister D'Ancona vanmiddag officieel opent. En bezoekers kunnen er elkaar met een televisiecamera onder schot nemen.

Tien jaar heeft het museum in een villa aan het Hilversumse Melkpad gezeten. De ruimtenood werd er steeds nijpender, totdat deze voormalige dependance van het NOB beschikbaar kwam. Het ministerie van WVC heeft er eenmalig twee miljoen gulden voor uitgetrokken. Een half miljoen kwam uit andere bronnen. Het als expositieruimte beschikbare vloeroppervlak bedraagt nu 1600 vierkante meter (was 220).

Allerlei zaken die verspreid over een zevental lokaties in Hilversum waren opgeslagen hebben nu een plaats gekregen in de vaste uitstalling. Daar is bijvoorbeeld de imposante, ruim negen meter lange reportagewagen van de NTS waar in 1958 een half miljoen gulden voor moest worden neergeteld. De radio-reportagewagen die van 1957 tot 1977 in gebruik was bij de Wereldomroep, met een carrosserie van gewapend polyester, staat er eveneens. Aandacht vraagt ook de disjockeytafel waarachter gezeten Herman Stok en Ad Visser honderden programma's hebben gepresenteerd. Een pronkstuk is de zender waarmee radiopionier ir. H. H. S. a Steringa Idzerda in november 1919 de eerste programma's uitzond. Het Omroepmuseum heeft die PCGGzender in langdurige bruikleen gekregen van het PTT-museum.

Een grote zaal wordt in beslag genomen door 37 tv-monitoren. Via druktoetsen kunnen bezoekers televisie-hoogtepunten laten herleven. Het destijds geruchtmakende programma over beeldreligie; het huwelijk en de inhuldiging van koningin Beatrix; de actie 'Open het Dorp'; de watersnoodramp en van recente datum de Bijlmerramp, het is er allemaal te zien en (met koptelefoons) te horen. Ook Feyenoord, dat de Europacup 1 wint, Nederlandse triomfen op de jongste Olympische Spelen, tennishoogtepunten en sportbloopers. Uiteraard zijn de sterren van het amusement als Wim Kan, Toon Hermans, Andre van Duin en Koot en Bie er present.

“We kunnen ons nu meten met collega-musea in het buitenland, al moet ik er meteen bij zeggen dat ons museum uniek is. Want waar in de wereld heb je zo'n omroephistorie als bij ons, met al die zendgemachtigden”, vertelt Marieke Veen die de PR voor het museum doet. “Alle omroepen zijn ons even dierbaar. Wij bewaren de historie van de NCRV, de Avro maar ook van Veronica en RTL 4. Al die zendgemachtigden geven sinds enige tijd een forse bijdrage van 25 mille per jaar. In ruil daarvoor worden hun zaken, voorzover ze die niet in eigen huis hebben opgeborgen, hier zorgvuldig bewaard.”

In het nieuwe museum ook het bord waarmee de spoorweghalte Hilversum NOS werd aangegeven. Dat is ook al weer geschiedenis sinds dat station Hilversum Noord heet. Het Omroepmuseum is voortaan dagelijks, uitgezonderd op maandagen, open.

Er kunnen een paar groepen gelijktijdig worden rondgeleid en voor het raadplegen van studiemateriaal is geen afspraak meer nodig.

In de keldergewelven van het gebouw staat het desondanks nog tjokvol. Op schappen staan honderden radiotoestellen, een andere ruimte is gevuld met allerlei typen tv-ontvangers. Carine Hekker, sinds vorig jaar conservator van het museum, ontsluit de deur naar een rariteitenkabinet, gevuld met tv-camera's en omroepattributen. Hekker: “Bij wisselexposities kan het zo tevoorschijn worden getoverd. Alles is beschreven. Voor echte liefhebbers houden we de deuren van ons depot evenmin dicht.”

Het is een museum om urenlang rond te dwalen. De verwachting is dat het bezoekersaantal dit jaar al van 20 000 naar 60 000 zal stijgen.

Het gebouw biedt ook huisvesting aan het Fonografisch Museum, dat tot voor enige tijd in Utrecht was gehuisvest. Die collectie lag al een paar jaar opgeslagen. De dreiging van een veiling is voorbij. Er is een nauwe samenwerking met het Omroepmuseum tot stand gekomen, omdat grammofoons alles te maken hebben met de omroephistorie. Grammofoons met koperen hoorns, jukeboxen, oude platen en andere voorlopers van de huidige geluidsdragers zijn er bedrijfsklaar. Marieke Veen: “Dit museum wordt gedragen door vrijwilligers.

Veel vroegere omroepmedewerkers beschouwen dit museum als hun tweede thuis. Wij profiteren dagelijks van hun grote kennis. Ons museum zeggen ze, en dat moet zo blijven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden