Voor Selma Schepel - over een kus van de moslimprins op het witte paard

De moslim-Kuitert die 'Het algemeen betwijfeld islamitisch geloof' schrijft, moet nog geboren worden - ik heb het zelf al vaak gezegd. Stiekem hoop ik dat ík het ben. Hoewel een emeritus duvelstoejager van de moslimgemeenschap wel wat anders is dan een emeritus hoogleraar theologie van de VU, maar toch.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

In Kampen en Sliedrecht wordt er in bijzaaltjes met formicatafeltjes besmuikt over gelachen, als ik dat soort opmerkingen maak. Men kan mij niet plaatsen, een moslim-Kuitert in een theologisch islamitisch landschap valt niet in te schatten en ik zit waarschijnlijk in een zaaltje met zowel voor- als tegenstanders van Kuitert. Al die aspecten spelen een rol bij het optreden van mijn favoriete columniste van Trouw, iedere donderdag op Podium, Selma Schepel, die begin deze maand verzuchtte: “Op een moslim die de Koran durft te analyseren zoals Kuitert het Evangelie deed, zal het echter nog lang wachten zijn, terwijl het een nog veel diffuser rotzooitje aan fantasie en ontleningen is dan de Bijbel.”

Toen ik een enquêteformulier mocht invullen over mijn vóórs en tegens ten aanzien van Trouw, stelde ik voor haar op de voorpagina links onderaan te zetten in plaats van die stukjes van ongelijkmatige kwaliteit van nu. En daar blijf ik bij. Ook na - alweer enkele weken geleden - het stukje van Selma Schepel over 'Watersnood' te hebben gelezen.

Om de verbintenis tussen 'zondvloed' en 'sneer naar de Koran' te kunnen begrijpen, stel ik mij Selma Schepel als dappere theologe maar even voor met haar voeten bungelend in de misdadig ondergelopen kelder van haar onderbewustzijn, lezend in een van de fraaie Koranvertalingen die ons land rijk is. Het hoofdstuk waaruit zij op Podium (5 november) citeerde is inderdaad een bijzondere verzameling cultuurhistorie van het Midden-Oosten, zoals 'De slapers in de grot' waar het hoofdstuk naar heet, en Musa's (Mozes') cryptische 'Reis in gezelschap van de onbekende dienaar Gods'.

In de geschiedenis van de Koranstudies, exegese en hermeneutiek zijn er al verschillende Kuiterts opgestaan. Omdat ze voornamelijk in het Arabisch schreven en schrijven, zijn ze niet toegankelijk voor anderstalige theologen. Er zijn echter twee belangrijke studies over moslim-rationalisme verschenen in het Engels. Hieraan heeft Prof. J. R. Th. M. Peters aandacht besteed in zijn proefschrift 'God's Created Speech', al in 1976, en Dr. Margaretha T. Heemskerk een paar jaar geleden, in haar proefschrift 'Pain and Compensation in Mu'tazilite Doctrine' uit 1995.

In de moslimwereld bestaat een eeuwen voortdurende polemiek, niet alleen over het goddelijke karakter van de tekst van de Koran - is het een eenmalig door God geschapen tekst of een eeuwig voortdurend bestaande entiteit, net als God zelf? - maar ook over de verhouding God-Mohammed als bron van de tekst van de Koran.

De briljante geleerde Fazlur Rahman werd uit Pakistan verbannen en heeft jaren aan de universiteit van Chicago gedoceerd omdat hij durfde veronderstellen dat de Koran evenzeer het woord van God als van Mohammed is. Schepels' opmerkingen kunnen we al minstens anderhalve eeuw lang als voetnoten terugvinden in allerlei Koranstudies.

Dan gaan we nu nog even 'serieus vrijuit wetenschappelijk praten', zoals Schepel aangaf zo graag te willen. Wanneer we het historische proces bekijken dat in Europa Renaissance wordt genoemd, sluit het redelijk aan op de werkelijke betekenis van dat woord: wedergeboorte. De oorsprong van de Europese beschaving is Grieks-Romeins. Deze antieke wereldbeschouwing verdween deels toen aan het eind van de derde eeuw het Christendom de belangrijkste culturele en ideologische factor werd. Een periode brak, door moderne historici als donker en duister bestempeld, gekenmerkt door de afwezigheid van 'rede' en mens-centraal denken. Maar vooral door een 'antiwereldvisie' die de nadruk legde op het hiernamaals als toekomst. De Middeleeuwen worden gezien als tijdperk van strijd tussen een christelijk-mythologisch wereldbeeld en Grieks-Romeinse ideeën, waarden en principes.

Toen de moslims naar het zuiden van Europa kwamen, en in Al-Andalus (moslimspanje), Sicilië, en Zuid-Italië, ook op intellectueel niveau op de deuren van 'het westen' klopten - uitstekend beschreven door Bernard Lewis in zijn 'The Muslim Discovery of Europe -' ontwaakte het middeleeuwse Europa. Het werd wakker gekust door de moslimprins op het witte paard. De belangrijke en cruciale invloed die dat op de Eurocentrische wereldvisie had, bestond in de kern uit de door de islam aangereikte verzoening tusssen geloof en rede. De islamitische wijze van rationaliseren van religie werd na ongeveer een eeuw dankbaar overgenomen in de christelijke visies op wetenschap. Tijdens dit proces herontdekten Europese intellectuelen hun eigen 'roots' zoals die werden doorgegeven en in het Arabisch aangereikt door de moslims. Die wortels zaten namelijk diep in de Griekse filosofie, die gedurende een aantal door moslims gecoordineerde vertaalslagen, door joden, christenen en moslims in Baghdad en Cordoba, via Latijnse vertalingen uit het Arabisch, Europa had bereikt. Dit zorgde voor het ontstaan van de scholastiek, een combinatie van godgeleerdheid en wijsbegeerte die aan de hogescholen tijdens de latere Middeleeuwen werd onderwezen, vooral uitsluitend op Aristoteles.

Cultuur-historici, en vooral de humanisten onder hen, wijzen zelden of nooit op deze rol van de islam in de Europese Renaissance. Wel spreken ze over de 'reconquista', waarbij Spanje op de Moren (sic!) werd heroverd. Hoe het ook zij, de Europese cultuurperiode van ongeveer 1350 tot 1600 werd gekarakteriseerd door een meer op mens en wereld gerichte levenshouding; de mens als maatstaf van alle dingen, het uitgangspunt dat de Grieks-Romeinse antieke wereld inspireerde. Daarom is de ideologische expressie die aan de renaissance wordt gegeven humanistisch van aard. Een dergelijke transformatie van God naar mens als centrum van het heelal heeft in de moslimwereld nooit plaatsgevonden.

We kunnen in de moslimwereld - of daarbuiten - ontstane ideologieën en bewegingen daarom beter met hun oorsponkelijke, vaak Arabische, benaming aanduiden. 'Nahda' komt dan meer in aanmerking voor wat moslim-studenten in de VS en soms ook in Noord-Europa bedoelen. 'Nahda', van een stamwoord zoals vrijwel elk Arabisch woord, betekent 'rijzen' of 'opkomen'. De substantie die opkomt blijft hetzelfde. Alleen is het nu al voor een bepaalde periode ineffectief, incapabel en niet in staat volgens eigen potentie problemen aan te pakken. Vanwege de 'nahda' die een groep of individu doormaakt, hervindt die persoon of groep de eigen efficiency en is zo in staat de in potentie aanwezige mogelijkheden te gebruiken.

Waar we als moslims en andersdenkenden op mogen hopen, is de elkaars cultuurgrenzen overschrijdende wisselwerking die inderdaad een vrijmoediger omgang met heilige teksten kan opleveren zodat we gezamenlijk - om Selma Schepel nog een maal te citeren - uit ons 'diffuse rotzooitje' kunnen komen. Zoals dat mijns inziens ooit in Bagdad en Cordoba heeft plaatsgevonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden