Voor Rutte blijft sociaal beleid een nationale zaak, ook na de sociale EU-top

Premier Rutte praat met Jean Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie.  Beeld AFP
Premier Rutte praat met Jean Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie.Beeld AFP

Vandaag werd de 'sociale pijler' ondertekend, een document met uitgangspunten waarnaar alle landen in hun beleid naar zouden moeten streven. Veel regeringsleiders vinden dat echter een nationale zaak.

Christoph Schmidt

Het is maar een klein, dun, blauw boekje, maar nee: premier Rutte zal de 'Europese Pijler van Sociale Rechten' niet in de boekenkast zetten. "Niet in het Torentje", zei hij na afloop van de sociale EU-top in het Zweedse Gotenburg. "Maar het is wel onderdeel van het Europese denken."

Het document werd vandaag plechtig ondertekend door de voorzitters van de EU-instituties: Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie, Antonio Tajani van het Europees Parlement en de Estse premier Jüri Ratas namens alle 28 EU-lidstaten.

De tekst legt de sociale EU-uitgangspunten vast waarnaar alle landen in hun nationale beleid zouden moeten streven, bijvoorbeeld gelijke toegang voor iedereen tot onderwijs en de arbeidsmarkt, billijke lonen, recht op werkloosheidsuitkeringen en basisvoorzieningen voor daklozen. Hoewel deze goede voornemens nergens worden gekwantificeerd, is het wel voor het eerst dat alle EU-landen zich achter een dergelijke sociaal document scharen.

Er waren dan ook de nodige gezwollen woorden te horen aan het Kattegat. Juncker probeerde een en ander in perspectief te zetten. "Ik woon al 35 jaar dergelijke bijeenkomsten bij. De meeste dingen die vandaag zijn gezegd, zijn herhalingen van wat ik in die lange periode heb gehoord. Nu moeten we leveren. Van de negentien voorstellen die deze Europese Commissie de afgelopen jaren op sociaal gebied heeft gedaan, zijn er nog maar zeven aangenomen." Juncker vindt dat dit vooral de lidstaten is aan te rekenen.

Net als veel andere regeringsleiders ziet Rutte de zaken in een ander licht. "We hebben het vandaag gehad over drie dingen waarbij Europa niet in de eerste plaats aan zet is: cultuur, onderwijs en sociale rechten. Wat die sociale pijler betreft heeft Europa een beperkt speelveld. Dat is grotendeels een nationale competentie en dat gaat ook niet veranderen. Maar je kunt wel samenwerken."

Eurocommissaris Marianne Thyssen van sociale zaken uitte vandaag tegenover deze krant de nodige kritiek op de plannen van het kabinet Rutte-III met het vaderschapsverlof. Weliswaar wordt dat met ingang van 2019 verhoogd van twee naar vijf dagen, maar dat is nog maar de helft van de tien dagen die Thyssen heeft voorgesteld als EU-breed minimum.

"Nederland doet het stap voor stap", aldus Rutte in Zweden, het land waar vaders wel drie maanden verlof kunnen krijgen na geboorte van hun kind. "Er zullen altijd wel mensen in Europa zijn die vinden: dit is te kort of te breed of te diep. Je moet het ook in zijn geheel bekijken: kijk naar onze vakantiedagen, onze cao's en ons loonniveau. Je moet het in de volle breedte bezien en niet door een rietje inzoomen op één aspect."

Lees ook: In het Europa van commissaris Thyssen zorgt de man ook mee

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden