Voor Rotterdammers was Pim Fortuyn écht

Pim Fortuyn had een bijzonder verbond met Rotterdam. De man die zich in zijn doen en laten zelden als Rotterdammer gedroeg, werd in zijn stad toch volledig geaccepteerd. Het feit dat Fortuyn problemen herkenbaar wist te benoemen, had daar veel mee te maken.

Op 24 april 1996 liep aan het begin van de avond een gejaagde Pim Fortuyn over het voetgangersdeel van de luchtbrug in Rotterdam-Zuid, aan toen nog de Marathonweg. Hij ging in de richting van de Randweg waar hij halverwege een mooie woning bezat en waarvoor hij, om die te bereiken, bij het Breeplein alleen nog rechtsaf de hoek om hoefde.

Fortuyn zag er als altijd chic uit, op en top een heer. Zijn schedel, zijn afwisselend priemende en dan weer zoekende ogen, en zijn lange, slanke postuur droegen hier aan bij. Over zijn linkerarm lag een voor de lente geschikte regenjas van vermoedelijk Italiaanse snit. In zijn colbert met pochet, parelwitte overhemd met klassieke boord en de bijpassende stropdas viel hij al van ver op. Onder zijn rechterarm hield hij een grijs koffertje geklemd. Zijn stilzwijgende boodschap aan de passerende, luidruchtige stroom mensen was helder: 'Waag het niet! Dit koffertje is van mij en ieder ander blijft ervan af'.

Het was de avond waarop in Rotterdam het Nederlands voetbalelftal een vriendschappelijke wedstrijd speelde tegen Duitsland. Overdag in het centrum van de stad en vanaf de namiddag in de omgeving van Stadion Feijenoord was het bijzonder onrustig geweest. Voornamelijk dronken en op rellen beluste Duitsers zochten de confrontatie met vooral politiemensen. Zij brachten geregeld de Hitlergroet en vochten onder meer op de Marathonweg, die tegenwoordig Coen Moulijnweg heet, met de mobiele eenheid.

In oranje gestoken Nederlandse voetballiefhebbers liepen over de luchtbrug massaal richting stadion. Fortuyn liep tegen de stroom in. Eenmaal onderaan, op de hoek van de Donkerslootstraat en de Breeweg, zette hij het net niet op een lopen. "Mijn hemel, wat een schande", klaagde hij, na een kortstondige blik van herkenning, en toch ook deels opgelucht. Met een zucht als van een generaal die zojuist de slag verloor maar die er zelf heelhuids vanaf kwam: "Schande is dit. Mijn chauffeur mag van de politie niet langs dat stadion en ik moet dan maar tussen al die idiote voetbalsupporters zien hoe ik thuis kom. Een schande, meneer van de Trouw. Dáár moet u nou eens over schrijven!"

Bij een latere ontmoeting, in een veel rustiger ambiance, is Fortuyn nog eens teruggekomen op dat voetbalavontuur, zijn onverwacht hachelijke onderneming om temidden van duizenden uitgelaten fans thuis te geraken. Hij kon zich er nog boos over maken. Meer dan dat bleef bij hem het onbegrip over zoveel malligheid overheersen. Geruststellende woorden dat supporters van het Nederlands elftal met Ieren, Schotten en Denen de vreedzaamste voetbalfans van Europa zijn, maakten geen indruk op hem. Hij had zich een weg moeten banen langs een stoet van verdorvenen, tenminste, zo ervoer hij dat, en dit was erg genoeg geweest. Volwassen mannen, ook vrouwen, met oranje of rood-wit-blauw gekleurde gezichten, oranje hoeden, oranje mutsen, oranje pakken. Maar ook rennende Duitsers met bivakmutsen, politiepaarden die wild steigerden, de wapenstok, rellen. Hoe gek kon een mens zijn, en dit 'nota bene om een balletje'. 'Een balletje'!

Wellicht hoort het tot de tragiek van Pim Fortuyn dat ruim zes jaar later een met Nederlanders en Duitsers volgepakt Stadion Feijenoord ter nagedachtenis aan hem een minuut stilte hield. Dat was op 8 mei 2002, voorafgaande aan de Uefa Cup-finale tussen Feyenoord en Borussia Dortmund, twee dagen nadat Volkert van der G. hem in het Mediapark in Hilversum had vermoord. Vlekkeloos verliep dat eerbetoon in het stadion niet, onder meer omdat het er vanaf de tribune op leek dat de Portugese scheidsrechter Vitor Melo Pereira niet helemaal de bedoeling van de plechtigheid had begrepen. Gevolg was een reductie van tientallen seconden en verstoring van de stilte.

Pim Fortuyn, die niets met voetbal had, bracht op de dag waarop hij zou worden vermoord, een werkbezoekje aan uitgerekend dezelfde Kuip. Buiten poseerde hij op verzoek van Feyenoordsupporter Koos de Bie, die hem vroeg voor de foto een petje van zijn club op te zetten. Fortuyn deed dat. Binnen praatte hij met toenmalig voorzitter Jorien van den Herik van Feyenoord over allerlei veiligheidsaspecten van het stadion, alvorens hij naar Eindhoven en nadien naar Hilversum vertrok.

Nog maar vijf dagen later zong de harde kern van Feyenoord op de Coolsingel, waar de rouwstoet van de vermoorde politicus passeerde en waar nog tienduizenden anderen zich hadden verzameld om hem een laatste groet te brengen, met hartstocht 'Hand in Hand voor Pim Fortuyn'.

In Rotterdam waren in de maanden voor de moord op de politicus krachten losgekomen, die zeker voor de gevestigde partijen in de lokale politiek niet te bestrijden bleken. Fortuyn denderde verbaal over alles en iedereen heen. Vanuit het niets veroverde zijn Leefbaar Rotterdam bij de raadsverkiezingen van 6 maart zeventien zetels. De VVD kelderde van negen naar vier zetels, de PvdA van vijftien naar elf en de SP hield van haar vier raadszetels er één over. Vooral de PvdA in Rotterdam, van oudsher de grootste partij daar, 'vierde' verkiezingsavond in een staat van complete ontreddering.

Nu terugblikkend zegt Peter van Heemst, huidig PvdA-raadslid in Rotterdam en destijds Tweede Kamerlid voor zijn partij: "De PvdA had aanval noch verdediging op orde. De verbijstering na de nederlaag was enorm binnen de partij en zeker binnen de fractie in Rotterdam. Het klinkt misschien gek, maar zelf had ik dat toch minder. Ik liep vooral rond met een gevoel van 'We hebben dit vier jaar lang zien aankomen'. Eerlijk gezegd viel de schade van vier zetels verlies in de raad mij relatief mee. Maar de winst van Fortuyn was overweldigend, de groei van Leefbaar was nog groter dan voorspeld. Zeventien zetels, dat was ongelooflijk."

Fortuyn wás in die dagen, weken, maanden Rotterdam, en omgekeerd. Het verbond dat hij met de stad sloot, was in velerlei opzicht opmerkelijk. In weinig had Fortuyn iets weg van het prototype van de Rotterdammer. Die draagt weliswaar - net als de in Driehuis, Noord-Holland, geboren Fortuyn deed - het hart op de tong, maar veel meer overeenkomsten met de Rotterdammers waren er ogenschijnlijk niet. Fortuyn kon, als hij vond dat het noodzakelijk dan wel zinvol was, arrogant zijn, provoceren, kleineren, beledigen, eigengereid zijn - eigenschappen waaraan Rotterdammers zich juist gauw ergeren, waar ze zich ferm tegen afzetten. Waar politici bovendien hun privéleven doorgaans be- en afschermen, kende Fortuyn in dit opzicht niet of nauwelijks reserves. Hij gaf ruim inzicht in zijn privéleven, koketteerde ermee in de media, zoals met zijn tweede woning in Italië en met zijn homoseksualiteit. Dit laatste maakte hem bij de in dit opzicht juist genadeloze harde kern van Feyenoord opvallend genoeg niet minder populair.

Jaren woonde hij in het armste deel van het toch al arme Zuid, in de wijk Hillesluis, aan de deftige kant van de Randweg. Marokkaanse jongetjes vergaapten zich aan de Bentley als hij via de garage aan de achterzijde van zijn huis de Hollandsestraat en hiermee de oude volkswijk inreed.

Dat Fortuyn tot aan zijn verhuizing - in 1998, naar het veel meer naar het centrum van Rotterdam gelegen G.W. Burgerplein - op Zuid woonde, paste ogenschijnlijk niet bij een man van zijn statuur, zijn leefwijze en ambities. De professor was een extravagante man, die van goede sigaren, mooie wijnen en een ligbad op pootjes hield, van maatpakken en dure auto's. Hij had twee schattige hondjes en hij hield er een butler op na. De inrichting naderhand van zijn villa Piazza di Pietro aan het G.W. Burgerplein was verrassend, indrukwekkend en, laat dat ook gezegd zijn, geldverslindend.

In welk schril contrast hiermee stond de wijk Hillesluis, met haar, naar Rotterdamse maatstaven, pijnlijke armoede. Haar hoge werkloosheidscijfers, verpauperende straten en huizen, haar kleine en zware criminaliteit, de taal- en hiermee samenhangende onderwijs- en opvoedproblemen, ongezonde leefgewoonten, de nieuwkomers die er destijds dagelijks neerstreken zonder enig perspectief op een zinvolle toekomst. Voor Fortuyn waren het niet alleen cijfers en statistieken die hem wezen op de kennelijke staat van de wijk(en). Het was jarenlang letterlijk zijn uitzicht, zijn telescoop: het beeld dat hij zag zodra hij de deur van zijn huis aan de Randweg achter zich dichtsloeg. Zijn waarnemingen, gedachten hierover en de volgens hem noodzakelijke oplossingen, beschreef hij in zijn boeken en besprak hij in zalen.

Peter van Heemst denkt dat de jaren voor de politieke doorbraak van Fortuyn één grote generale repetitie voor hem waren. "Ik heb één keer met hem gedebatteerd, dat moet in 1998 of 1999 zijn geweest", herinnert hij zich. "Het was bij het Nederlands Instituut voor volksontwikkeling en natuurvriendenwerk. Dat was bijzonder. We zaten op een regenachtige zondagmiddag in een zaaltje met achttien mensen. Fortuyn trok zich nergens iets van aan en ging volledig aan de afgesproken agenda en het beoogde debat voorbij. Hij had zijn eigen agenda en die bestond uit oud-burgemeester Peper en zijn omstreden bonnetjes. Fortuyn deed dat gewoon. Hij was er niet vanaf te brengen. Hij is misschien in duizend van zulke zaaltjes geweest. Pas toen hij precies voelde en wist wat er onder de burgers speelde, kwam de politicus Fortuyn voor het voetlicht. Rotterdam is voor veel bewegingen een goede springplank. Als iets in Rotterdam aanslaat, slaat het landelijk aan. In Rotterdam is voor een harde, rauwe boodschap al snel een voedingsbodem. Fortuyn wist dat feilloos."

In Rotterdam is altijd anders tegen Fortuyn aangekeken dan buiten de stad. Dat is nog zo. Het herkenbaar benoemen van de problemen, met het door hem in hoofdletters geschreven woord 'veiligheid' voorop, maakte destijds veel los onder de Rotterdammers, en pas hierna in de rest van het land. Fortuyn had in de folder van Leefbaar Rotterdam, die voor de raadsverkiezingen van 6 maart was verspreid, keihard gesteld dat zijn partij 'de stad wilde teruggeven aan de Rotterdammers'. 'Ik heb voor het lijsttrekkerschap gekozen omdat ik net als u houd van de stad', had hij betoogd. Ook met zijn aanhoudende waarschuwingen voor verregaande islamisering van Nederland vond hij breed gehoor in de stad.

"Heel lang is Fortuyn door zowel de PvdA als de media niet serieus genomen", kijkt PvdA'er Van Heemst terug op die periode. "Het duurde ook heel lang voordat Fortuyn in de peilingen zijn electorale opmars begon. Na die voor hem geweldig verlopen raadsverkiezingen van maart 2002, zag hij landelijk zijn kansen groeien. Zo ongeveer iedereen in Nederland was ervan overtuigd dat Hans Dijkstal van de VVD of Ad Melkert van de PvdA voor het premierschap zou gaan. Tot Fortuyn kwam. Hij kegelde iedereen omver. Ik denk dat als het bijvoorbeeld tussen Fortuyn, Wiegel en Kok was gegaan, het misschien nog anders zou zijn gelopen. Dijkstal en Melkert waren niet de sterkste mensen. Maar overeind staat dat Fortuyn de taal van die tijd beheerste. De aanslagen van Al-Kaida in de Verenigde Staten en de boodschap die hieraan kleefde speelden zeker een rol. Nederland had te maken met ontkerkelijking. Met de aanslagen in de VS, de enorme discussie die volgde over de islam, het wantrouwen dat was ontstaan, kwam ook in Nederland de vraag op: 'Wat is dat voor een godsdienst, deze islam'?"

Vanuit de havenhistorie bezien is het niet gek dat Rotterdam bekend staat als hard en rauw. Rotterdammers voelen zich daar zelf meestal goed bij. Voor mensen die de stad incidenteel aandoen, komt het klimaat over als onverschillig, soms onaangenaam. Met de opkomst van Fortuyn raakte de stad, het ontevreden deel van de bevolking, destijds vooral opstandig door het gebrek aan empathie bij zittende bestuurders.

Het bijzondere was dat Fortuyn zich in zijn doen en laten zelden als Rotterdammer gedroeg en in zijn stad toch volledig werd geaccepteerd. Op z'n Rotterdams werd gezegd: 'Hij is écht'. In het veel flamboyantere Amsterdam kreeg hij nooit een stevige voet aan de grond.

Na de moord op Fortuyn waren de Rotterdammers verward. Bij anderen, die meer van afstand toekeken, wekte dit soms onbegrip. "Fortuyn was een paradoxale man", zegt Van Heemst. "En hij was een beroemdheid. Zijn sterven, hoe Rotterdam ermee omging, had iets weg van het overlijden van prinses Diana. Na haar tragische dood waren er plannen van de familie Al-Fayed (de familie van Diana's toenmalige vriend, red.) om op een eiland een herdenkingscentrum voor het publiek in te richten. Dat is er niet gekomen. De jaarlijkse herdenking van Pim Fortuyn in het centrum van Rotterdam trekt evenmin veel mensen. Dat is pure tragiek. Als je dood bent, zoeken mensen naar andere idolen."

Meteen na de dood van Fortuyn stond de toenmalige burgemeester Ivo Opstelten op. Hij leidde in de stad het proces van verwarring en rouw in goede banen en nam het woord 'veiligheid' over om dat tijdens zijn burgemeesterschap in Rotterdam nooit meer los te laten.

De scherpe kantjes in Rotterdam zijn er tien jaar later vanaf. Het begrip 'Marokkaanse crimineeltjes' heeft zijn tijd gehad. Dat wil niet zeggen dat zij het straatbeeld hebben verlaten. Maar nog weinig Rotterdammers die zich druk maken over de achtergrond en etniciteit van de daders van criminaliteit. Saamhorigheid is nog steeds niet het sterkste punt, maar kan dat anders met een stad die ruim 170 nationaliteiten telt?

Peter van Heemst over de migratie nu: "Alles is er over gezegd, ook in eigen, islamitische kring. Alles wat opgepakt moest worden, is de afgelopen tien jaar daadwerkelijk opgepakt. Meisjesbesnijdenis, taal en inburgering, acceptatie van homo's, uithuwelijken. Daarom is het zo ongelooflijk spijtig dat twee jaar geleden de erfgenamen van Pim - Leefbaar Rotterdam - zich met man en macht keerden tegen de komst van burgemeester Aboutaleb."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden