Voor Oost-Europa is dit een groot déjà vu

De bezetting van de Krim doet landen als Polen, Tsjechië, Hongarije en Slowakije denken aan vroegere botsingen met grote buur Rusland. Tegelijkertijd twijfelen ze aan de betrouwbaarheid van partners als de EU en de Navo. Wat resteert, is een toenemend gevoel van onveiligheid.

Wat is de Navo eigenlijk nog waard? Die vraag stelt Centraal-Europa zich hardop. Navo-chef Rasmussen reageert met een tweet op de grootste militaire crisis sinds de Joegoslavië-oorlogen. Europa haalt opgelucht adem als blijkt dat de Russische beer 'slechts' de Krim bezet.

"Als de veiligheidsgarantie die de VS, Groot-Brittannië en Rusland in 1994 aan Oekraïne gaven niets waard is, dan moeten wij ons afvragen of het Navo-verdrag wel iets waard is", aldus Wlodzimierz Marciniak, lid van de 'Pools-Russische Groep voor moeilijke zaken', een bilateraal orgaan dat normaal de kille relatie tussen beide landen wat probeert op te warmen.

Navo? In Nederland valt dat woord nauwelijks in verband met de Oekraïne-crisis. Oekraïne is tenslotte geen Navo-lid. Waarschijnlijk zijn er niet veel Nederlanders die ooit van artikel 5 hebben gehoord, zo vanzelfsprekend is de militaire paraplu van Amerika voor ons.

Voor de voormalige Oostblokkers ligt dat anders. Ze zijn pas sinds 1999 lid en de beelden van Russische tanks en helikopters zijn hier een déjà vu. In Polen kent bijna iedere mediaconsument artikel 5, het zogeheten musketiersartikel: één voor allen, allen voor één. Een lidstaat die wordt aangevallen, kan rekenen op bijstand van alle andere lidstaten.

Maar de Polen twijfelen. De Poolse president, Bronislaw Komorowski, belde naar Washington en hing pas op toen hij een 'veiligheidsgarantie voor Polen' had gekregen. Deze openlijke motie van wantrouwen tegen het Navo-verdrag werd in de Poolse media beschreven als de gewoonste zaak van de wereld.

De Navo vergaderde dinsdag, omdat Polen aangaf de crisis te beschouwen als een bedreiging van hun 'territoriale onschendbaarheid, politieke onafhankelijkheid, of veiligheid' (artikel 4 van het Navo-verdrag). Ook binnen de EU dringt Polen aan op sancties tegen Rusland. "Als het erom gaat hoe scherp de reactie van het Westen moet zijn op de openlijke agressie tegen Oekraïne, staat Polen op dezelfde positie als de Verenigde Staten. En dat maken we duidelijk in de Europese Raad", aldus president Komorowski dinsdag.

Oud en nieuw Europa
Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. De Oostblokkers vragen zich al jaren af of de Navo echt bescherming biedt. En dat leidde tot een lange reeks misverstanden tussen het 'oude' en het 'nieuwe' Europa. Met deze termen scheidde de Amerikaanse defensieminister Donald Rumsfeld in 2003 het continent. Het 'oude' Europa veroordeelde de invasie van Irak en zag met afgrijzen hoe de nieuwbakken Navo-lidstaten in het oosten Washington steunden. Poolse commando's deden zelfs mee aan de invasie.

Polen, Litouwen en Roemenië bleken bereid de CIA ruimte te geven waar ze terrorismeverdachten martelden. West-Europa - hypocriet of niet - reageerde opnieuw afkeurend.

West-Europa rilde van de Koude Oorlog-lucht toen Tsjechen en Polen in Washington lobbyden voor het plaatsen van een raketschild in hun landen. Dit plan leidde tot grote spanningen met Moskou.

Ook schaliegas zorgt voor verdeeldheid tussen Oost en West. Litouwen, Roemenië, maar vooral Polen wimpelden West-Europese milieu-bezwaren weg en haalden Amerikaanse firma's binnen om te boren. Opnieuw stond de relatie met Rusland onder druk. De schaliegasrevolutie in Amerika is een regelrechte bedreiging voor Gazprom, dat de Russische staatskas vult. Ook geeft energie-export het Kremlin invloed op importerende landen. Een schaliegasrevolutie in Europa, en zeker Centraal-Europa, zou de machtsverhoudingen op hun kop zetten.

Achter deze spanningen tussen Oost en West schuilt de basisgedachte: de Navo alleen is niet genoeg. Alleen de VS hebben de militaire middelen om een dreiging uit het oosten het hoofd te bieden. Alleen een speciale relatie met de VS, militaire aanwezigheid, of grote economische belangen van Amerikaanse concerns garanderen dat Washington te hulp schiet als puntje bij paaltje komt.

Dit wantrouwen vloeit voort uit ervaring. Dat was afgelopen dagen weer goed hoorbaar. "Poetin gaat net zo te werk als Adolf Hitler", verklaarde Karel Scharzenberg, tot voor kort minister van buitenlandse zaken van Tsjechië. Hitler beriep zich erop dat de Duitse minderheid in Tsjechoslowakije werd onderdrukt, toen hij het Sudetenland in 1939 annexeerde.

Met hetzelfde argument viel Hitler Polen binnen. Ook Polen voelt zich nog steeds verraden door zijn West-Europese bondgenoten. "Dit (de Russische overrompeling van de Krim, red.) herinnert ons aan 1939 en aan de beloftes van toen. We moeten ons afvragen of de Navo zo langzamerhand geen papieren tijger is geworden", aldus Zbigniew Ziobro. De oud-minister van justitie zei dit maandag na Kamerbreed crisisberaad over Oekraïne, waarbij een voor Polen ongekende eensgezindheid heerste.

En dan zijn er nog de recentere ervaringen met Russisch imperialisme. De Tsjechische president Milos Zeman noemde in zijn reactie het jaar 1968, toen Tsjechoslowakije kennismaakte met de 'broederlijke bijstand' uit Moskou en de Sovjet-tanks door Praag rolden.

Het Westen wilde in 1939 niet sterven voor Praag of Gdansk en wil anno 2014 niet sterven voor de Krim. Daarvoor is het leven veel te goed, vooral in de handel met Rusland. Moskou speelt - in de perceptie van Centraal-Europa - de tweedracht tussen Europeanen uit door zijn olie- en gaswapens per land anders in te zetten.

Dat ziet er in grote lijnen als volgt uit. West-Europese bedrijven scoren miljardencontracten voor het boren naar olie en gas en voor de aanleg van nieuwe pijpleidingen. Daarbij zijn twee pijpleidingen die Centraal-Europa als het ware omsluiten. De Northstream - rechtstreeks van Rusland naar Duitsland door de Oostzee - en de nog te bouwen Southstream: dwars door de Zwarte Zee van Rusland naar de Balkan. Als die twee met elkaar worden verbonden ontstaat er een 'Gasgordijn' op de plaats van het vroegere IJzeren Gordijn. Landen ten oosten blijven grotendeels afhankelijk van Russisch gas en/of pijpleidingen.

Daar komt de angst bij dat landen ten westen van het gasgordijn niet solidair zullen zijn met het Oosten, omdat ze te veel economische belangen delen met Moskou. Daarbij gaat het niet alleen om energiecontracten, maar ook om de wapenhandel, export van luxegoederen en het discreet beheren van de kleptocratische miljarden uit Rusland.

Zoals de Britse Ruslandkenner Ben Judah het formuleerde: "Rusland denkt dat Brussel nog wel over mensenrechten praat, maar er zelf niet meer in gelooft. Europa wordt gerund door een elite met de mentaliteit van een

hedgefonds: centen verdienen tegen elke prijs en die vervolgens offshore wegzetten."

Wie daartegenin gaat, krijgt al gauw het verwijt russofoob te zijn. Dat treft vooral de Baltische staten en Polen, de landen waar het oudste zeer zit. Poetin 'vereerde' Polen en Litouwen tijdens zijn persconferentie afgelopen dinsdag met de beschuldiging dat Maidan-activisten geschoold werden in trainingskampen in Polen, Litouwen en Oekraïne.

Het klinkt als een echo uit tijden van het Pools-Litouwse rijk, of uit de negentiende eeuw toen Pools-Litouwse opstanden het tsarenrijk bedreigden. Maar zover terug hoef je niet te gaan om Poetins afkeer te begrijpen.

Polen en Litouwen onderhandelden in 2004 over een deal die leidde tot een vreedzame afwikkeling van de Oranjerevolutie in Kiev. De presidenten van Polen en de Baltische staten vlogen in 2008 naar Tbilisi om hun steun te betuigen aan het door Rusland militair belaagde Georgië. Even begreep de wereld de angst voor Russisch revisionisme. Kort daarop was het weer business as usual.

Ook in de huidige Oekraïne-crisis speelde Polen - concreet de Poolse minister van buitenlandse zaken, Radoslaw Sikorski - een sleutelrol bij de Europese bemiddelingspogingen. Na de Russische bezetting van de Krim toonde hij zich bitter: "Roofdieren krijgen honger naarmate ze meer eten. Het is de taak van de vrije wereld om zich tegen deze logica te verzetten."

Ondanks Sikorski's kruidige beeldspraak is de toon van Warschau de laatste jaren een stuk diplomatieker geworden. Premier Donald Tusk legde als een volleerd berentemmer uit hoe om te gaan met de oosterbuur: "Wij begrijpen de situatie beter dan de meeste van onze partners". De premier verklaarde in een tv-toespraak waarom hij zich zo voorzichtig opstelt: loze dreigementen werken averechts en Polen staat alleen sterk in Navo- en EU-verband. En in die kringen wil niet iedereen wat Polen wil.

Dat probleem heeft Polen als informele leider van de Oostblokkers al in de eigen 'achterban'. De Baltische staten zitten grosso modo op de Poolse lijn. Het bondigst was Vaira Vike-Freiberg, oud-president van Letland: "Ik voel walging bij de laffe reactie van de wereld." Ten zuiden van Polen steken ze de nek liever niet uit, al was het maar omdat ze hier afhankelijker zijn van de gaspijpleidingen door Oekraïne.

In Tsjechië sanctioneerde president Zeman tussen de regels door het Russische optreden: "Hoewel ik begrip heb voor de belangen van de Russisch sprekende meerderheid op de Krim, dat bij Oekraïne werd gevoegd door een absurde beslissing van Nikita Chroesjtsjov in 1954, hebben wij zo onze ervaringen met de militaire interventie van 1968". Zeman heeft goede connecties in Rusland. Hij behoort tot de oude politieke garde, die verantwoordelijk wordt gehouden voor wijdverbreide corruptie.

Premier Bohuslav Sobotka gaf aan waar

's lands belang ligt: "Tsjechië kan zijn handelsrelaties met Rusland niet stopzetten omwille van ontwikkelingen in Oekraïne." Hij reageerde daarmee op uitspraken van twee van zijn eigen ministers, die er anders over denken. Ze konden zich moeilijk voorstellen dat in de huidige situatie Tsjechië in zee gaat met de Russen om de Temelin-kerncentrale uit te bouwen.

Terughoudend
Hetzelfde dilemma speelt in Slowakije. Premier Robert Fico hecht aan een goede relatie met Moskou. Ook hij onderhandelt over de uitbouw van een kerncentrale en worstelt met de gasafhankelijkheid van Rusland. Fico spaarde kool en geit: "We roepen alle partijen op tot maximale terughoudendheid en een politieke en diplomatieke oplossing van de crisis".

Het dubbelzinnigst is de Hongaarse leider Viktor Orban. Hij heeft de afgelopen jaren zijn macht versterkt op manieren die in Brussel tot fel protest leidden. Dat leverde hem de vergelijking met Poetin op. Bovendien heeft Orban de economische banden met Moskou aangehaald. Een maand geleden gaf Moskou de Hongaren een lening van 10 miljard dollar. Met dat geld gaat een Russisch bedrijf een Hongaarse kerncentrale uitbouwen.

Ook bespeelt Orban net als Poetin nationaal ressentiment door op te komen voor volksgenoten in de buurlanden. Zaterdag bezocht Orbans minister van buitenlandse zaken, Janos Martonyi, de Hongaren in Oekraïne. Hij verklaarde bezorgd te zijn over de situatie in dat land. Terwijl Russische militairen over de Krim marcheerden onder het mom van bescherming van de Russische bevolking, benadrukte de Hongaarse minister dat 'Hongarije zal reageren op elke belediging van de Hongaarse minderheid in Oekraïne'.

Orban zelf hulde zich in stilzwijgen. De oppositie sprak er schande van en spotte dat Hongarije's positie "precies zo onzichtbaar is als Poetin zich wenst". Pas op maandag reageerde Orban: "Hongarije is geen partij in dit conflict."

Maar hoe groot de verschillen ook zijn, het hele voormalige Oostblok is vooral gespannen. Dinsdag trokken de premiers van Hongarije, Tsjechië, Polen en Slowakije alsnog één lijn: "Wij zijn geschokt getuige te zijn van een militaire interventie in de 21ste eeuw, die lijkt op eigen ervaringen uit 1956, 1968 en 1981."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden