'Voor nationale veiligheid moeten privacywetten wijken'

De online spionage van de Amerikaanse inlichtingendiensten houdt de gemoederen al dagen bezig. En nu zou ook nog de AIVD gebruikmaken van het Amerikaanse aftapsysteem. Vijf vragen over de kwestie.

Wat is er aan de hand?

Wat we weten: de kranten The Washington Post en The Guardian zeggen documenten in handen te hebben waaruit blijkt dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA sinds 2007 op grote schaal internetverkeer aftapt. Denk aan e-mails, chatberichten, video's, foto's uitgewisselde bestanden, telefoongegevens, logintijden en profielen op sociale media. Volgens De Telegraaf zou ook de AIVD toegang hebben tot die data. De krant baseert zich op een anonieme bron binnen de inlichtingendienst.

Het bestaan van het programma, bekend onder de naam Prism, wordt door president Barack Obama niet ontkend. Volgens hem helpen de gegevens bij het voorkomen van terroristische aanvallen. Bovendien, zo probeerde hij het Amerikaanse volk gerust te stellen: het verzamelen van internetgegevens zou alleen van toepassing zijn op buitenlanders.

Nederlandse internetters dus?

Dat zou kunnen, het programma wordt in ieder geval mondiaal ingezet, zegt Corien Prins, hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit Tilburg. De internetbedrijven Google, Apple, Facebook, Microsoft, Skype, PalTalk, YouTube en AOL worden genoemd in de geheime documenten. Gebruikers van in ieder geval die diensten zijn dus mogelijk bespioneerd.

Wat we niet weten, is op welke schaal de gegevens worden weggesluisd. Prins: "Het is niet duidelijk of er 24 uur per dag, zeven dagen per week een achterdeur openstaat, of dat er sporadisch, steekproefsgewijs, informatie wordt onderzocht."

Zo zou het in zijn werk gaan: de NSA zou via een 'achterdeur' direct van de servers van grote bedrijven als Google en Facebook gegevens aftappen. De gegevens worden opgeslagen in enorme datacenters die de inlichtingendienst tot zijn beschikking heeft en onderzocht via zogenoemde datamining: programma's waarmee je op basis van ingevoerde criteria die enorme hoeveelheid informatie kunt doorzoeken.

Denk aan zoekcriteria die te maken hebben met bepaalde aankopen die iemand heeft gedaan, of bepaalde woorden die iemand in een e-mail gebruikt.

De grote internetbedrijven ontkennen overigens op grote schaal te hebben meegewerkt van Prism.

Kán dat zomaar?

Technisch gezien kan dat zeker. "De hoeveelheid data die de NSA doorzoekt, moet enorm zijn", zegt Prins. "Maar tegenwoordig is opslagcapaciteit in de datacenters geen probleem meer."

Bovendien bestaat de techniek van datamining al zo'n vijftien jaar en wordt die alleen maar geavanceerder. 'De speld in de hooiberg' - oftewel de terrorist - kan zo steeds sneller worden gevonden.

Mág dat zomaar?

Nu wordt het ingewikkelder. In Nederland mag de AIVD niet op deze schaal informatie verzamelen van burgers, haastte Ronald Plasterk, minister van binnenlandse zaken, zich te zeggen toen de onthullingen over Prism werden gedaan. En ook volgens de Europese wet zijn onze persoonsgegevens beschermd tegen pottenkijkers, zei Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).

Maar dat geeft ons volgens Nico van Eijk, hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, nog geen garantie dat het niet gebeurt. "In Nederland heeft de AIVD toestemming nodig van de minister voordat ze bestanden gaan doorzoeken", zegt Van Eijk. "Daar worden geen mededelingen over gedaan, we kunnen het dus ook niet controleren. Er is geen onafhankelijke toetsing vooraf, er is alleen een commissie die achteraf beoordeelt. We moeten de overheid dus min of meer op haar blauwe ogen geloven."

In ieder geval mag er in het kader van nationale veiligheid een hele hoop, zegt de hoogleraar. "In de regel worden, als het gaat om terrorisme en de nationale veiligheid, alle privacywetten opzijgeschoven. Dat is deels te herleiden tot de aanslagen van 11 september 2001. In Amerika betekent dat vooral dat de privacy van niet-Amerikanen amper beschermd is."

De Verenigde Staten beperken zich dan ook niet tot hun landsgrenzen. Een voorbeeld: een Nederlands bedrijf met activiteiten in de Verenigde Staten dient aan de informatieverzoeken van de Amerikanen te voldoen. Dus al zou Nederland zelf niet massaal bestanden doorzoeken, dan hebben we geen garantie dat de Amerikanen niet meekijken.

Kunnen we er iets tegen doen?

CBP-voorzitter Kohnstamm en minister Ivo Opstelten van veiligheid wijzen naar de Europese Commissie, die heeft aangekondigd met de Amerikanen te gaan praten. Wellicht kan het komen tot afspraken, zegt hoogleraar Van Eijk. Bijvoorbeeld dat Europese burgers vergelijkbare bescherming krijgen als de Amerikanen.

Verder kan het helpen om alleen gebruik te maken van internetdiensten die geen relatie hebben tot de Verenigde Staten. Maar of je documenten dan veilig zijn? Van Eijk: "Moeilijk vast te stellen, in het kader van de nationale veiligheid blijft er nu eenmaal veel geheim."

Kamer wil hoorzitting over afluisterpraktijken
De Tweede Kamer roept op korte termijn een trits deskundigen naar het parlement voor informatie over Amerikaanse afluisterpraktijken. De Kamerleden willen vooral weten wat de rol van Nederlandse inlichtingendiensten is.

Speelt de AIVD alle informatie die Amerikanen opvragen kritiekloos door, willen de parlementariërs weten. Van minister Opstelten van veiligheid en justitie kwamen ze gisteren niet veel te weten. Volgens de bewindsman houden de inlichtingendiensten zich aan de wet, maar wat ze uitwisselen en hoe ze dat doen, daar laat hij zich niet over uit; het gaat nu eenmaal om geheime diensten.

"Dat inlichtingendiensten gebruikmaken van moderne technieken is vanzelfsprekend", wilde Opstelten nog net kwijt. "Natuurlijk gebruiken ze internet en halen ze informatie uit berichten", maar op welke schaal en met welke restricties, daar kan hij geen uitspraken over doen. "Het moet altijd zorgvuldig en proportioneel."

Morgen praat Europees commissaris Reding met de Amerikanen over de privacy en veiligheid. Dat is volgens Opstelten het platform om het hier over te hebben. Nederland moet wat hem betreft niet een te grote broek aantrekken. Ook niet als het gaat om klokkenluider Edward Snowden, die op het moment waarschijnlijk in Hongkong zit en hoopt niet aan Amerika te worden uitgeleverd. GroenLinks, SP en de Partij voor de Dieren willen dat Nederland voor hem in de bres springt, al of niet in Europees verband. Opstelten voelt hier niets voor. Volgens hem is dat niet aan Nederland.

Na de hoorzitting zal de Tweede Kamer Opstelten en zijn collega van Binnenlandse Zaken, Ronald Plasterk, naar de Kamer vragen voor een debat over hoe ver inlichtingendiensten zouden moeten gaan in het verstrekken van informatie en hoe ver ze nu gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden