Voor muziek uit de cd-speler komen we niet naar de kerk

In de kerk hoort live muziek, geen cd’tje. Maar het moet ook geen al te hoog gestemde klassieke muziek worden.

door Jan Marten de Vries

Jan Andries de Boer heeft volkomen gelijk als hij beweert dat popconcerten dezelfde elementen hebben als kerkdiensten, zoals gemeenschapszang en gemeenschapszin, gebed en zegen (Trouw, 11 december). Hij experimenteert met diensten waarin de samenzang vervangen wordt door het luisteren naar cd’s van bekende popgroepen. In dezelfde Verdieping kwam naast de ’poppredikant’ de kerkmusicus Dirk Zwart aan bod.

Er zijn twee kanttekeningen te plaatsen bij het experiment van De Boer. Het komt nauwelijks voor dat het draaien van een cd gemeenschapszin wekt, laat staan gemeenschapszang.

Alle muziek bij een popdienst van De Boer is gereproduceerd. Daaraan is geen behoefte bij een bijeenkomst met enig ritueel karakter. Immers: dagelijks wordt op het werk, in het winkelcentrum, een overdaad aan bekende melodietjes en liederen over ons uitgestort. Wij willen in de kerk muziek, die op dát moment voor (en door) ons gemaakt wordt. Dan laten wij ons vervoeren.

De Boer gaat een klein stapje vooruit en een grote stap terug. Het reproduceren van een bekende opname geeft individueel een zeker sfeergevoel, een hang naar het bekende; maar een live gezongen lied creëert echte gemeenschapszin.

De andere kanttekening is, dat De Boer in zijn keuze voor popmuziek niet ver genoeg gaat. Wie experimenteert met vorm en inhoud moet niet op voorhand nieuw materiaal uitsluiten. Aan Robbie Williams als persoon heeft hij een hekel omdat die ooit eens bij een optreden ’Fuck only knows’ heeft geroepen. Nog afgezien van het feit, dat je het net zo vunzig of verheven kunt duiden als je wilt, wanneer je God omwisselt met de scheppende geslachtsdaad, zegt dat nog niet iets over elke song die Robbie Williams zingt. Als elk lied en alle kerkmuziek gescreend zou moeten worden op de onhebbelijkheden van hun tekst- en muziekauteurs en hun originele uitvoerders dan valt er wel heel veel af.

Het citaat van Willem Barnard, dat Dirk Zwart als motto voor zijn boek ’Kogels in de kerk’ heeft gebruikt, is in dit verband bijzonder illustratief: „In mijn kerk zou er behoorlijk gezongen en gemusiceerd moeten worden, niet preuts, maar volbloedig; niet esthetiserend maar stevig en gezond.” Treffend en poëtisch gesteld; ik herken hierin niet de popdiensten van De Boer. Pas op het moment dat de muziek daadwerkelijk wordt uitgevoerd, zou het zover kunnen zijn. Dat betekent wel dat er (kerkelijke) coverbands moeten zijn of op zijn minst gitaristen en toetsenisten die weten om te gaan met hedendaagse popmuziek.

Zwart ziet de absolute noodzaak van vernieuwing binnen de kerkmuziek, maar blijft vooralsnog met één been steken in verouderde conventies. Zijn uitspraken „als je hart hebt voor de jeugd, moet je ze volgens mij wat beters bieden dan popmuziek” en „goede kerkmuziek wortelt in de klassieke muziek” kwalificeren toch de popmuziek als de mindere.

Daarnaast maakt Zwart nog steeds een onderscheid tussen volksmuziek enerzijds en kerkmuziek als toegepaste kunst anderzijds. Juist die, niet werkelijk bestaande, scheiding (is het ideale kerklied niet per definitie volksmuziek?) is schuldig aan de huidige kerkmuzikale kloof: de gevoelde dwang van de hoogliturgische, voorgeschreven praktijk tegenover de roep om laagdrempelige muziek en teksten van deze tijd.

Wie oog heeft voor de vernieuwing van de kerkmuziek, doet er goed aan niet met algemeenheden aan te komen. Want wat hier nu middelmatig lijkt, blijkt elders misschien een fantastisch voertuig voor samenkomsten en rituelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden