Voor Monsieur 'Njet' telt alleen de loonzak

Het gebeurde dinsdag tijdens de massademonstratie in Parijs en voor het oog van de camera's. De minotaurus van het Franse vakbondswezen, de man die het liefst de patrons levend verslindt, Marc Blondel, schudde na bijna een halve eeuw politiek geruzie voor het eerst de hand van collega Louis Viannet, de secretaris-generaal van de communistische vakbond CGT.

HANS MASSELINK

Verstokte trotskisten en leninisten zullen hun wenkbrauwen hebben gefronst. Nimmer had een leider van Force Ouvrière (Arbeidersmacht) een CGT-voorzitter een blik waardig gegund. In september nog noemde Blondel (57) zijn compaan een communistische usurpator die hem zijn aanhang had ontnomen. En van CGT-zijde werd met de aloude reflex geantwoord, dat Force Ouvrière slechts kon overleven “met geld van de CIA”.

Wie niets begrijpt van deze zo gekoesterde broederhaat, dient te weten dat beide bonden uit hetzelfde nest geboren zijn: de in 1895 opgerichte Confédération générale du travail. In het derde schisma (1947-'48) gingen de communisten er met de erfenis vandoor. Sindsdien doen vakbondsleiders van FO en CGT of zij elkaar niet zien. Als zij aan kop van een demonstratie lopen, zorgen ze er voor dat er voldoende mannenbroeders tussen hen in lopen.

Maar afgelopen dinsdag werd de strijdbijl (voor even?) begraven. Marc Blondel, die het risico had genomen om in zijn eentje voor deze dag een algemene staking uit te roepen en vorige week vrijdag niet mee wilde doen, kreeg steun van de CGT. Daarmee was het protest tegen de bezuinigingen van Juppé geslaagd, ook al deed de gematigde CFDT niet mee. Blondel kon zich de generaal van het Franse vakbondprotest blijven noemen, 'monsieur Njet', die altijd 'nee' zegt tegenover de erfvijanden, of het nu de werkgevers zijn of de regering.

Blondel gaat er in de krachtmeting met premier Alain Juppé van uit dat de eerste die beweegt de dood zal vinden. Het 'algemene belang' interesseert hem geen zier, voor hem tellen slechts de loonzakjes van zijn aanhang. De regering wacht op een zwak moment van de stakers, heeft al een bres geslagen in de CFDT, wier leidster Nicole Notat het waagde enkele positieve elementen in de plannen van Juppé te zien.

Voor Blondel is Notat een tricheuse, een verraadster. Híj staat tenminste aan de kant van de werknemers. Als een generaal leidt hij zijn ambtenarentroepen op de barricades. Een verlies in de strijd met de regering kan hem de kop kosten; ook in zijn eigen Force Ouvrière, waar Blondel als een alleenheerser de touwtjes in handen heeft, wachten onderbaasjes op een zwak moment. Naar verluidt overwegen enkelen op het vakbondscongres in februari een tegenkandidaat naar voren te schuiven. Blondel weet van geen wijken, zo bleek ook gisteren. “Maandag gaan we verder met acties en stakingen. De ontevredenheid zal groeien”, waarschuwde le général.

Blondel kon tot dusverre alles maken bij de aanhang van FO, een bond die overal leden heeft. In alle politieke partijen, van socialisten tot gaullisten en het extreem rechtse Front national, en in alle bedrijfsonderdelen, van industrieën tot ministeries. Volgens Blondel telt zijn bond maar liefst één miljoen leden (voor Frankrijk is dit veel; slechts 8 procent van de bevolking is vakbondslid). Zijn verklaring: “Als ik dit zeg, lieg ik niet meer en minder dan anderen.” In werkelijkheid telt de FO zo'n 600 000 leden.

Marc Blondel, een goede bekende in Hotel Matignon (het Franse Catshuis) zou grote invloed hebben. “Hij beweegt zijn wenkbrauwen en een minister valt”, typeert een medewerker van ex-premier Edouard Balladur hem. Dit was kort na het ontslag van minister van financien Alain Madelin, die met zijn mededeling over bezuinigingen onrust had veroorzaakt onder de ambtenaren. Blondels korte reactie vanaf zijn vakantieadres, waar hij zich vermaakte met stierevechten, was voldoende voor Madelins vertrek.

Blondel is populair bij zijn aanhangers. Hij heeft dat vooral te danken aan zijn kleurrijke televisieoptredens. Hij houdt ervan met zijn gesprekspartners te spelen. Hij zwaait met zijn loonstrookje (“14 000 netto, meer niet”), breekt zijn dikke Cubaanse sigaar doormidden, sjort aan zijn bretels of toont den volke met trots zijn volgevreten buik en praat onderwijl over heerlijke foie gras aux raisins of cassoulets die hij onlangs heeft gegeten.

Zijn uitspraken liegen er niet om. Met zijn gemanicuurde vingertjes trommelt hij op z'n bierglas en zegt: “Zij hebben zich allen op de markt geworpen, die imbecielen. Het wordt tijd dat zij die markt begrijpen, het is slechts een financiële markt.” Of in pseudo-woede: “Wie regeert dit land? Chirac en Juppé? Néé, meneer Trichet, de gouverneur van de Banque de France. Hij durft deze twee uit te kafferen. Maar wie is die meneer Trichet dan wel? Wie heeft hem gekozen.”

Op het verwijt dat hij met zijn non zo conservatief is: “Wat betekent dit gekonkel. Ze willen van mij een zondebok maken. Dit omdat ik de salarissen verdedig. Maar maak u niet ongerust. Het gaat goed met me. Ik ben normaal. Ik slaap als een roos. En ik ga van bil...”

Met dergelijke provocerende taal hangen de kijkers aan de lippen van deze apparatsjik die de vakbondsladder van onder tot boven beklommen heeft. Hij wordt op 2 mei 1938 geboren in het noordelijke Courbevoie; vader is militair, de twee opa's werken in de mijnen. Als twintigjarige gaat hij in Parijs rechten studeren, maar alras gaat zijn interesse meer uit naar de studentenvakbond. Marc stopt zijn studie en begint een leven als beroepsmilitant bij de socialistische SFIO. In 1960 komt hij bij Force Ouvrière en de Federatie van employés. In de jaren tachtig fluistert hij secretaris-generaal André Bergeron toe: “Als jij opstapt dan zal ik kandidaat voor je opvolging zijn.” Hetgeen gebeurde in 1989. Sindsdien duldt hij geen tegenspraak in zijn Arbeidersmacht.

“Als je buiten de lijn stapt, word je geëlimineerd”, zegt een vakbondsbestuurder. Maar Blondel zelf weet dat ook hem een misstap niet wordt gegund. Het zwaard van het congres hangt boven zijn hoofd. Vandaar dat het zo belangrijk voor hem is dat de krachtmeting met Juppé slaagt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden