Voor mijn uitstapjes geldt: nooit meer Auschwitz

Vind je het niet een beetje masochistisch dat je dit najaar opnieuw een reis naar Auschwitz hebt gemaakt? Je hoeveelste bezoek aan het kamp was dat nu? Ik weet dat je mij vaak verwijt een ongezonde belangstelling aan de dag te leggen voor oorlogsmonumenten en Holocaustmusea maar jij kunt er ook wat van! Ik geef toe: het zal een leerzame ervaring zijn geweest om een gemengde groep van christelijke, islamitische en joodse jongeren te begeleiden. En je verhaal over Abid uit de Schilderswijk die tussen de koffers, potten en pannen van de vergaste Joden in een hartverscheurend huilen uitbarstte, zal ik nooit vergeten. Maar naar aanleiding van je brief van vorige week vroeg ik me af: zou ik het zelf kunnen opbrengen om de plek des onheils nog een keer te bezoeken? Het antwoord is: ik denk van niet. Toen ik in oktober 1988 voor het eerst met luchtvaartmaatschappij LOT naar Polen vloog, was dat met een groep die voor een groot deel bestond uit ouderen die het concentratiekamp nog zelf hadden meegemaakt. Wat op Schiphol al aanleiding gaf tot een eigenaardig soort smalltalk ('Zou Crematorium III er nog staan?'). Ook hadden zich twee Amerikanen bij de groep aangesloten. Ze waren vooral geïnteresseerd in de vraag of je in Auschwitz souvenirs als stukken prikkeldraad en blikken Zyklon-B zou kunnen krijgen. Polen was toen nog een communistisch land. Dat betekende onder meer dat op een plaquette in de hal van het museum in Auschwitz precies stond aangegeven hoeveel arbeiders, middenstanders en grote ondernemers in het kamp aan hun eind waren gekomen. Dat het om Joden en zigeuners ging, werd als een goed te bewaren geheim beschouwd. Ook Dana, onze Poolse gids, bleek vooral geschoold in de geschiedenis van de klassenstrijd. Al in de bus van Krakau naar Auschwitz stak ze een tirade af tegen de rijke Joodse ondernemers die in het vooroorlogse Polen de textielindustrie hadden gedomineerd. Natuurlijk wilde ze de misdaden van de nazi's niet goedpraten, maar dat de gewone Polen zich gediscrimineerd hadden gevoeld door de Joodse fabrikanten kon Dana toch wel begrijpen. Het scheelde weinig of ik was de touringcar uitgestapt. Twee jaar later was ik terug in Polen, dit keer samen met mama en opa Herman. De communisten waren niet meer aan de macht. De verwijzing naar de vermoorde arbeiders en middenstanders was uit de hal van het museum in Auschwitz verdwenen. De antisemitische vooroordelen nog niet. Zo zei W. bij wie we in Krakau dineerden: 'Vóór de oorlog vormden de Joden op veel plekken de meerderheid. Bovendien waren er onder de Joodse jongeren veel communisten. Wist u dat Trotski een Jood was?' Het kostte mama en mij een hele fles Zubrowka om de nare smaak weg te spoelen.

Ik wil niet cynisch overkomen want in de tussenliggende kwarteeuw is er vast veel veranderd in Polen. En natuurlijk is het geweldig om samen met christelijke en islamitische jongeren het vernietigingskamp te bezoeken. Maar mij niet gezien. Voor mijn toekomstige uitstapjes geldt: nooit meer Auschwitz.

Liefs, papa

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden