'Voor je het weet loopt het menselijke in het dierlijke over'

Met iemand spreken is voor de Vlaamse auteur Leo Pleysier een intieme gebeurtenis. ,,Via het oor dringt iemand met zijn stem direct bij jou naar binnen. Praten is soms zelfs intiemer dan vrijen.'' Deze week verscheen zijn nieuwe roman. Een kwetsbaar, autobiografisch gesprek.

Juist omdat woorden een mens zo diep en zo direct raken, kunnen ze in zijn ogen nooit neutraal of onschuldig zijn. Ze hebben altijd kleur en lading, zegt Pleysier in zijn woonplaats Rijkevorsel. ,,Woorden doen mij vaak zeer. Ik kan met iemand een lang gesprek voeren en dan om een zin, één woord, of alleen de manier waarop die gezegd wordt, dichtklappen en dagen van streek zijn.''

In zijn nieuwe roman 'Volgend jaar in Berchem' liet Pleysier (1945) de woorden weer hun eigen weg zoeken. Hij schreef zonder vooropgezet plan of schema. De woorden en beelden dienden zich vanzelf aan, deden hun eigen zin. Pas gaandeweg zag hij waar ze hem heen voerden. Ontdekkend schrijven, noemt hij dat zelf.

Nu de woorden echt in druk zijn neergeslagen, durft hij pas conclusies te trekken. Waarom staan zij daar? Waarom zo? Hij komt in het interview na lange stiltes tot vaak maar voorlopige antwoorden. Woorden luisteren nu eenmaal nauw. Ze leiden snel een eigen leven.

In 'Volgend jaar in Berchem' wordt er volop gepraat. De broers en zussen uit een Vlaams veehandelaarsgezin vieren, met partners en kinderen, bij een van hen thuis nieuwjaar. De 'kleinmannen' zeggen voor hun peter of meter een nieuwjaarsbrief op, een oud gebruik in Vlaanderen, krijgen cadeaus en gaan spelen, terwijl de volwassenen elkaar in verhalen meesleuren.

Ze praten door elkaar heen. En hard, vooral heel hard. Er vallen veel grote woorden. Woorden die pijn doen. Maar het gezelschap lacht ook, buldert zelfs. Steeds vangt de lezer flarden van gesprekken op over allerlei onderwerpen, maar al snel stijgt er één bovenuit, de vader.

Hij is al jaren terug overleden, lang voor de moeder, maar nog altijd zijn de kinderen vol van hem. Zij reageren zich, nu zij, op één broer na, weer even samen zijn, op elkaar af. Want allemaal zijn ze door hem getekend of beschadigd. Bij de een bleven wat krasjes op de ziel achter, bij de ander liet de vader diepe kerven na.

De herinneringen die zij ophalen, zijn autobiografisch. Pleysiers vader was veehandelaar. ,,Ik heb daarover niets te verbergen. Mijn gevoelens steken in al die personages. Ik laat me zien in al mijn kwetsbaarheid. De literatuur is een van de weinige vrijplaatsen waar kwetsbaarheid nog aan de orde mag komen.'' Met therapeutisch schrijven heeft dat niets van doen. ,,Ik geloof er geen fluit van dat je zo dingen uit het verleden overwint.'' Het is veeleer, zo schreef hij al eens, ,,het geduldig inventariseren van opgelopen averij, van verlies, het vaststellen van schade.''

Die is in zijn geval groot, en het viel Pleysier dan ook zwaar dit vaderboek te schrijven. Het idee alleen leverde een jaar knokken, tobben en vastzitten op nog voor hij een pen pakte. Het schrijven zelf nam nog eens twee jaar.

In het boek is die worsteling niet verhuld. De 'ik' praat als enige van de broers en zussen nooit. Hij kan niet. Na tijden met keelklachten te hebben gelopen, is hij net aan zijn stembanden geopereerd. ,,Ik kon niet anders. Zelf kreeg ik sommige verhalen niet meer gezegd. Ik moest ze wel via de tussenpersonen kwijt.'' Het is 'ons Hilde' die in de roman het sterkst onder de vader gebukt gaat. Een vader die er haast nooit was, zich niets van zijn kroost aantrok. Hij liet haar steeds uren wachten op kostschool, wanneer ze dat ene weekeinde in de maand naar huis mocht. Toen hij er dan eindelijk was, zei hij: ,,Ik was het vergeten. Vergéten toch niet zeker! Toch wel, zegt hij, glad vergeten.'' Terwijl de kinderen over hun vader praten, portretteren ze ook zichzelf.

'Ons Annemie' walgt van het geweld dat vader tegen dieren gebruikte. Hij ranselde, in een duistere woede, dieren de veewagen in, sloeg met een knuppels de varkens op de snuit, trapte koeien in het kruis en rukte zo hard aan de neusring van een stier dat het bloed eruit liep.

,,Als kind voelde ik al die weerzin tegen dat geweld. Het is me niet aangepraat door de dierenbevrijders. Ik was een gevoelig jongetje, dat over moest geven als ons vader tegen het vee tekeer ging. Dan lachte hij me uit omdat ik week was en niet solidair met de anderen.''

Toch is dat niet het hele verhaal van de vader. Hij was naast veehandelaar ook oorlogsheld en de peetvader van een smokkelbende in de grensstreek. Hij had lak aan de familie en conventies. ,,Hij was geen grijze muis, had kloten aan zijn lijf. Het was een buitensporig man, maar ook iemand tegen wie wij als kind opkeken.''

,,Om ook dat buitengewone te laten zien, heb ik het beeld gepresenteerd vanuit verschillende kinderen. Want het mocht absoluut geen afrekening worden. Tussen de kinderen in het gezin lopen de meningen over hem sterk uiteen. Het geheugen kan mensen even samenbrengen maar ze even goed verdelen.''

,,Ik had al snel door, pas op met die Hilde, want die pakt nog al erg vies uit. Tegenover haar staat Robert, die elke keer als zij gesproken heeft, zegt dat zij overdrijft, veel bijverzonnen heeft.'' Robert zegt dat hij in elk geval met volle teugen genoot van alle actie, van het vuurwerk waar vader steeds weer voor zorgde. De douane die bij dageraad het huis heeft omsingeld! Achter de vader aan paraderen op de Bossche veemarkt!

,,Het moest een veelstemmig muziekstuk worden, waarbij je als op een orgel alle registers gebruikt. Het moest schrijnen. Ik wilde stemmen laten horen die pijn doen van binnen. Om het schrijnen te laten klinken, moesten de stemmen wel over het geheel een balans vinden. Het schrijnt pas als je naast de pijn ook de liefde voelt. Als je kunt zeggen: Ook als was hij een onaanraakbare man, hij was wel mijn vader.''

Het jongste boek past in de reeks romans over familie en afkomst, die Pleysier in 1989 inzette met 'Wit is altijd schoon'. Dat portret van zijn overleden moeder was meteen zijn doorbraak naar het grote publiek. Vijf boeken verder lijkt hij de cirkel gerond te hebben, met het lastigste portret van allemaal.

Elke roman vormde een andere oefening in taal. In 'Wit is altijd schoon' stort de praatzieke moeder, zelfs na haar dood, nog een vloedgolf zinnen, vooral in streektaal, over de zoon uit. Tante Nonneke uit de 'Gele rivier is bevrozen' die na de oorlog voor de missie naar China vertrok, blijft in brieven met Vlaanderen de woorden uit de jaren veertig gebruiken. Haar taal staat stil.

De taal van 'Volgend jaar in Berchem' oogt vertrouwd. De zinnen wervelen en opsommingen zorgen voor een obsederende dreun. ,,Maar het is toch weer een eigen taal geworden. Ik heb meer gelet op de taal dan in 'Wit is altijd schoon'. Er zit evolutie in. Het is veel meer standaard Nederlands dan wat de moeder spreekt. Zoals het taalgebruik tussen die generatie en de onze is veranderd.''

Pleysier was van plan met dit boek de reeks af te sluiten, zoals uit de tekst blijkt. Eerst klateren de woorden volop, maar in de epiloog staan nog maar enkele flarden tekst, die los staan in het vele wit. ,,De tekst lekt er weg. De kraan staat nog open, maar er komen alleen wat druppels uit.''

,,Maar bij de uitgeverij hebben ze op me ingepraat om niet achter op de kaft te zetten dat dit de afsluiting is. Dan leg je je meteen vast, zeiden ze in Amsterdam. Waarom laat je het niet open? Ze hebben gelijk, denk ik. Het illustreert ook nog eens dat er nooit een vast plan achter zat. Intuïtief vormde zich deze rij Vlaamse miniaturen.''

Nu de vader en moeder al zo lang dood zijn, valt het de kinderen steeds moeilijker contact te houden. Zij beloven elkaar de nieuwjaarstraditie niet te laten schieten. Een ander kind speelt volgend jaar voor gastheer: volgend jaar in Berchem.

Pleysier weegt die woorden. ,,Het is toch maar goed dat ik open gelaten heb of er nog een deel komt. Want het zit in de titel! Volgend jaar hebben ze het weer over de vader en vervolledigen en retoucheren ze zijn portret verder. Of misschien hebben ze het dan over iets of iemand geheel anders.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden