VOOR IEDEREEN EEN CARRIERE OP MAAT/DEMOTIE

Het kabinet is er voor, de werkgevers zijn er voor en een enkele vakbond is inmiddels schoorvoetend overstag gegaan. Maar de Nederlandse werknemer voelt absoluut niets voor demotie, het tegenovergestelde van promotie. Deze week stelde het Nipo vast dat 92 procent van de mensen met een baan erop tegen is dat ouderen minder gaan verdienen zodra zij minder presteren. Bovendien blijken de jongeren buitengemeen solidair met hun oudere collega's. En toch: demotie komt er.

BARBARA BERGER

In een recent onderzoek naar generaties in Nederland deelden onderzoekers, verbonden aan het sociaal-wetenschappelijk instituut IVA in Tilburg, in navolging van de socioloog Henk Becker de bevolking in vijf generaties in: de vooroorlogse generatie (geboren tussen 1910 en 1930), die de economische crisis en de oorlog heeft meegemaakt en gekenmerkt wordt door spaarzaamheid, soberheid, trouw aan het gezag en een hoog arbeidsethos. Dan de stille generatie (geboren tussen 1930 en 1940), die de wederopbouw heeft meegemaakt en dezelfde waarden en normen heeft als de vooroorlogse generatie. Deze generatie had een prima positie op de arbeidsmarkt. Dan volgt volgens Becker de protestgeneratie (geboren tussen 1940 en 1955), die staat voor welvarende jaren met veel politiek protest. Trefwoorden: gelijkheid in macht en inkomen, seksuele vrijheid, zelfontplooiing en emancipatie. De verloren generatie is geboren tussen 1955 en 1970 en vertegenwoordigt de materialistische no-nonsense-denkers. Meer bezig met spiritualiteit en persoonlijke groei dan met politiek. Hun kansen zouden zijn beperkt door de economische recessie in de jaren zeventig.

Tot slot onderscheiden de onderzoekers de pragmatische generatie, geboren na 1970, die zakelijkheid en efficiëny boven alles zou stellen. Het is een relatief kleine groep met goede perspectieven op de arbeidsmarkt.

De meest verrassende conclusie uit het Tilburgse onderzoek is dat de vijf generaties weliswaar op een klein aantal punten verschillen, maar vooral op veel terreinen sterke overeenkomsten vertonen. Zo zijn alle generaties bereid een extra bijdrage te leveren om de AOW van de huidige ouderen op peil te houden. De huur- en hypotheekschulden verschillen niet tussen de generaties. De veronderstelling dat jongere generaties opgezadeld worden met hogere schulden dan oudere generaties (vooral om de studie te kunnen betalen) wordt door het onderzoek ontzenuwd. Alle generaties zijn het ook met elkaar eens dat jongere generaties het qua opleiding moeilijker hebben dan ouderen.

Het onderzoek rekent ook af met het vooroordeel dat jong en oud zich politiek erg onderscheiden. De opkomst van de ouderenpartij en de veronderstelde verrechtsing van de jeugd ten opzichte van die uit de linkse jaren zestig veranderen niets aan het feit dat het politieke links-rechts-spectrum door alle generaties gelijkmatig verdeeld blijft. Dat generaties door ideologische scheidslijnen gespleten worden, is meer fantasie dan werkelijkheid, aldus de onderzoekers.

Ook op cultureel gebied zijn er weinig verschillen: de oudere generaties kijken net zoveel televisie als jongeren (gemiddeld 2,7 uur per dag) en ze lezen net zo weinig boeken als jongeren (anderhalf boek per maand). Ook blijken de oudere generaties net zoveel waarde te hechten aan autonomie als jongeren. De veronderstelling dat jongeren economisch conservatiever zijn dan ouderen gaat niet op: alle generaties zijn in economisch opzicht ruwweg in gelijke mate conservatief.

Wat blijft er na zo'n onderzoek eigenlijk nog over van het begrip 'generatie'? Behalve dat de onderzoekers zèlf de ondervraagden in generaties hebben ingedeeld? Weinig, vinden dr. A. van den Broek en dr. P. Dekker van het Sociaal en cultureel planbureau. Hun eigen onderzoek naar leeftijdsgroepen geeft geen aanleiding tot een vaste indeling van generaties. Ze verbazen zich erover dat de leider van het Tilburgs onderzoek, prof. Peter Ester, die in eerdere publicaties ook altijd een vaste generatie-indeling afwees, die hij nu dan toch klakkeloos heeft toegepast. De SCP'ers vinden dat bepaalde leeffases waarin mensen verkeren, niet verward moeten worden met het begrip 'generatie'. Ouderen binnen één generatie zijn bijna altijd conservatiever dan jongeren binnen diezelfde 'generatie', dus wat zegt dat nog over het verschil tussen generaties? “Als recalcitrante twintigers in de jaren zestig oproer kraaiden, zich als kalmerende dertigers conformeerden aan het ik-tijdperk van de jaren zeventig en in de jaren tachtig als veertigers met een zekere maatschappelijke positie de 'no-nonsense'-trom roerden, dan is er weinig aanleiding, hen een eigen generatie toe te dichten”, vindt Andries van den Broek.

De door hem aangevallen 'generatie-onderzoekers' gaan ervan uit dat historische gebeurtenissen die mensen in de leeftijd van 15 tot 25 jaar meemaken, hen voor de rest van hun leven vormen en zo ook tot meteen tot kenmerk worden van een bepaalde generatie. Dekker: “Mensen worden niet alleen maar binnen zo'n korte periode gevormd, dit is een levenslang gebeuren. Je hebt daarnaast mensen die zich al vroeg ontwikkelen en de bekende laatbloeiers. Daarbij komt dat de persoonlijke doorwerking van een maatschappelijk gebeuren verschillend kan zijn. Iemand die de crisis van de jaren dertig heeft meegemaakt, kan denken: 'dat nooit meer' en zich aansluiten bij een radicale vakbond of juist tegenovergesteld reageren door heel zuinig te worden en steeds met een volgende crisis rekening te houden. Mensen trekken uit één gebeuren heel verschillende consequenties.”

Van den Broek geeft ook het voorbeeld van de zogenaamde 'verloren generatie', die ondanks de economische crisis van de jaren zeventig en de dus kleiner wordende koek van zichzelf helemaal niet vindt dat zij 'verloren' is en uiteindelijk ook goede plekken op de arbeidsmarkt bezet. “Vrouwen van de verloren generatie hebben zelfs alles mee, voor hen ging toen pas de arbeidsmarkt open.” Uit SCP-onderzoek uit 1995 blijkt ook dat een label als 'protestgeneratie' helemaal niet klopt. Van den Broek: “Het was maar een piepklein groepje dat toen protesteerde. Mensen associëren nu vooral een bepaald soort muziek met de befaamde jaren zestig.”

Ook wijzen Dekker en Van den Broek erop dat historische veranderingen en sociaal-culturele ontwikkelingen doorgaans geleidelijk gebeuren. Van den Broek: “'Zwarte donderdag' stortte de wereld niet van de ene op de andere dag in de crisis van de jaren dertig. De geleidelijke loop der geschiedenis maakt het onwaarschijnlijk dat zich scherpe verschillen tussen opeenvolgende geboortejaargangen voordoen. Zo is het moeilijk aan te geven waar precies de 'generatie' begint en ophoudt die door de crisis is getekend. Want ook iemand die op 'zwarte donderdag' bijvoorbeeld al 50 jaar was - en dus lang uit de zogeheten formatieve periode - zal door zo'n gebeurtenis diep zijn geraakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden