Voor het Westen staat de wereld op zijn kop

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Het toilet in het gebouw van het Internationaal Monetair Fonds heeft een bankje waar de voeten voor het gebed gewassen kunnen worden. Het is een klein detail, maar toch. Het Fonds, in 1944 samen met de Wereldbank in Bretton Woods opgericht om te voorkomen dat de economische voorwaarden werden geschapen voor een herhaling van de Tweede Wereldoorlog, wenst niemand uit te sluiten. Moslims zijn welkom; in deze wereld heeft iedereen recht op een plaats.

IMF en Wereldbank waren jarenlang de vrijplaats voor representanten van het rijke Westen. De topman van het IMF kwam uit Europa, die van de Wereldbank uit de VS. Dominique Strauss-Kahn, Fransman, is voorlopig de laatste Europeaan die het IMF aanvoert. En Robert Zoellick is even waarschijnlijk voor een paar periodes de laatste Amerikaan die op de hoogste post bij de bank zit. Onder Zoellicks leiding heeft de staf van de Wereldbank een metamorfose ondergaan.

Justin Lin is chef-econoom bij de bank. De Chinees studeerde aan de universiteit van Peking en gaf onder meer les aan de Cambridge University. Voor het eerst in de geschiedenis van de bank is iedereen op het niveau van directeur afkomstig uit een opkomende markt of een ontwikkelingsland. Voor de ontwikkelingsorganisaties zal het onvoldoende zijn, maar per 1 november krijgt Afrika er in het dagelijks bestuur van de bank een zetel bij. Een multipolaire wereld moet een afspiegeling krijgen in de bank, zo weet Zoellick.

Feitelijk zijn het maar uiterlijke verschijnselen van een proces dat zich in een zeer rap tempo heeft voltrokken. Voor de crisis, nu twee jaar geleden, was al het besef bij het Westen ontstaan dat de verhoudingen in de wereld aan het veranderen waren. De crisis heeft de verhoudingen nog sneller op hun kop gezet. Veel rijke landen zijn schuldenlanden geworden. Of zij hun staatsobligaties nog kunnen slijten, hangt niet meer af van investeerders uit het Westen, maar van de welwillendheid van staatsfondsen uit onder meer Azië. Over vijf jaar is het aandeel van de ontwikkelde wereld in de wereldeconomie even groot als die van de opkomende markten en ontwikkelingslanden. De nu dreigende valutaoorlog is ook een exponent van die revolutie. Schuldenlanden zullen hun export moeten aanwakkeren om uit de nesten te geraken. Daar is een goedkopere munt gedienstig aan. Alleen een wijziging van de wisselkoersen is geen eenzijdige handeling. Tegenover een waardedaling van de ene munt staat een opwaardering van de andere. Dat betekent niet dat de partijen in dat proces even machtig zijn. Schuldenlanden hebben het per definitie lastiger dan landen met hoge surplussen. Zie maar wat er met Griekenland, Ierland of Portugal gebeurt. Terwijl de Braziliaan er in een hoog tempo op vooruitgaat en het geld maar toe blijft stromen, moet de Griek het met aanzienlijk minder doen en is geld maar met moeite in de richting van Athene te sturen. Voorheen maakte de ontwikkelde wereld zich zorgen over de rest van de wereld. Nu kijkt de rest van de wereld bezorgd naar de VS en Europa.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden