Voor het halve profpeloton dreigt de WW

AMSTERDAM - De helft van het toch al sterk afgeroomde Nederlandse wielerpeloton weet momenteel nog niet of het volgend seizoen als broodrijder aan de slag kan. Van de ruim vijftig wegrenners die Nederland 'rijk' is hebben zestien geen con- creet uitzicht op een nieuwe werkgever en vragen een stuk of negen zich vertwijfeld af wat sponsors voor hen in petto hebben.

“Ik houd mijn hart vast,” zegt de bezielende secretaris van de VVBW (de vakbond van beroepswielrenners), Gerrit Vixseboxse. De Amsterdamse jurist gaat er op grond van de huidige gegevens vanuit dat de 'vakgroep' een kwart tot een derde kleiner wordt. Anders gezegd: dat vijftien tot twintig coureurs die zich nu nog beroepen op 'vage contacten', daadwerkelijk zullen moeten stempelen. “En ik vrees,” voegt Vixseboxse er met droeve stem aan toe, “dat er in de nabije toekomst een verdere sanering zal plaatsvinden.” Het huidige aantal kleurt de waarheid nogal roze. “Als je de acht crossers er bijtelt, kom je uit op ongeveer zestig. De veldrijders zijn ook beroeps, maar volgens mij kunnen ze het hoofd nauwelijks boven water houden.” Dat doet denken aan de verborgen armoede van pakweg twintig jaar geleden, toen ook menigeen zich profrenner noemde maar het bestaansrecht ontleende aan een kostwinnende vrouw of vriendin.

Tenminste zestien Nederlandse wegrenners hebben officieel te horen gekregen dat er in het nieuwe seizoen geen plaats meer voor hen is: Hermans, Schurer, De Vries, Wijnands (TVM), Kokkelkoren, Zuyderwijk (WordPerfect), Eyk, Veenstra (Subaru), Van Aert, Jakobs, Rooks (Festina), Pieters (Jolly), Cornelisse, Meijs, Siemons (La William) en Zanoli (Van Griensven). Volgens Vixseboxse moeten - hoofdzakelijk door sponsorperikelen - nog zes renners van Van Griensven, de overige in Belgie rijdende landgenoten en de in Italiaanse dienst fietsende Van den Akker eveneens voor hun nabije toekomst vrezen. Zelfs Adri van der Poel voelt zich als jojo heen en weer geslingerd in een machtsspel tussen ploegleider Franchini en manager Gini van de formeel in San Marino gevestigde ploeg Mercatone Uno. De laatste ziet het niet meer zitten met de Brabander. Binnen de ploeg kan de veteraan rekenen op de steun van nieuwkomer Mario Cipollini, die het komende seizoen John Talen als trekpaard voor de massasprint aan zijn zijde weet.

Concreet is slechts een flinke handvol Nederlandse beroepsrenners in het seizoen 1994 verzekerd van werk: Van Bon, Cordes, Erik Dekker, De Koning, Maassen, Mulders, Nijdam (WordPerfect), Den Bakker, Blijlevens, Harmeling, Hoffman, Knaven, Nelissen, Van Steen, Theunisse, Voskamp (TVM), Nijboer (Banes- to), Breukink (Once), Talen (Mercatone Uno), Koerts, Van Poppel (Festina), Hanegraaf, Van Orsouw (Telekom), Bouwmans, Verhoeven (Histor) en Vermey (Chazal). Pieters zal zich in het zesdaagse-circuit ongetwijfeld beter weten te redden dan menig collega op de weg. Onder de gelukkigen zijn vijf neo-profs: Van Bon, Van Steen, Knaven, Blijlevens (die recent in de open Ronde van de Toekomst als een van de weinige amateurs een etappe won) en de in Frankrijk wonende kosmopoliet Marco Vermey, de beste Nederlandse liefhebber op het WK van Oslo.

Plannen

Alternatieve, slecht betaalde werkgelegenheid - een plaatsje in de beoogde profploeg van de KNWU - voldoet in de verste verte niet aan het signalement van een reddingsboei. Niet alleen zijn de geldschieters ver te zoeken, ook intern kan de unie niet op onverdeelde steun rekenen. Met name de vijf zuidelijke districten zien de ploeg, als die komt, vanwege de financiele risico's liever in een stichting ondergebracht. En de plannen van de koppels Boskamp/Van Vliet en Gisbers/Krikke? Dat zijn vooral plannen.

Hoe diep het vaderlandse wielrennen ook sportief is gezonken, blijkt uit de harde constatering dat er op de internationale markt amper vraag is naar Nederlandse arbeidskrachten: Talen vindt, zoals gezegd, emplooi in Italie, terwijl Erwin Nijboer zich binnenkort ploeggenoot van Miguel Indurain mag noemen. De Tukker slaat sportief en financieel een grote slag; zeker als hij een plaatsje in de Tourploeg weet te verwerven. Directeur-sportief Echavarri wilde Nijboer al na zijn eindzege in de Driedaagse van De Panne, in 1991, inlijven, maar de coureur koos toen op emotionele gronden voor Hennie Kuiper, destijds ploegleider in Duitse dienst. Hij wilde zijn streekgenoot belonen voor het feit, dat hij hem in een moeilijke periode uit de goot had gevist.

Het mes snijdt aan twee kanten diep in het vlees. Door de sportieve en economische crisis is ook Belgie niet langer een uitwijkhaven voor uit de boot gevallen Nederlanders. Tot voor kort schoot er in een klein ploegje altijd wel een plaatsje over. Je kon er amper van eten, maar op de kermiskoersen viel het marginale salaris met premiesprints nog aardig bij te spijkeren. La William, een van de succesvolste ploegen op dat naargeestige terrein, heeft inmiddels voldoende naamsbekendheid verworven en stopt daarom met sponsoring. Het lot van zestien renners is daarmee onzeker geworden. De ploegleiders van drie andere 'renstallen' vrezen met een beperkt budget verder te moeten en hebben inmiddels het snoeimes door de selectie gehaald. Bij Collstrop moet een kwart van het bestand van 24 renners er uit.

De enige stabiele factor in Belgie is Lotto, dat onder ploegleider JeanLuc Vandenbroucke weliswaar grote schoonmaak houdt, maar op gezag van de geldschieter - het Belgische staatsgokbedrijf - de nationale inbreng koestert. VDB contracteerde onder andere zijn neefje en naamgenoot Frank, naar verluidt het zoveelste grote talent sinds (Eddy) Merckx. Arme jongen. De naam Merckx duikt na zeventien jaar overigens weer lijfelijk op in het peloton. Zoon Axel loopt momenteel stage bij Motorola, maar kiest voor een vast dienstverband bij het Duitse Telekom. Merckx junior is na 1 januari een van de naar verwachting tachtig profrenners met een Belgische paspoort. Om de crisis bij de zuiderburen pijnlijk te accentueren: vorig jaar telde de BWB nog 133 licentiehouders. Het aantal kermiskoersen zal in '94 onder de honderd zakken. Tien jaar geleden werd er nog 225 keer rond kerk en kroegannex wedkantoor gereden.

Dat laatste geeft mede aan hoezeer het wielrennen tot een multinationaal gebeuren is geevolueerd. Het cyclisme op de weg mag dan naar verwachting van UCI-voorzitter en marketingdeskundige Hein Verbruggen geen andere continenten dan West-Europa veroveren, de van heinde en ver komende sponsors zijn wel geneigd door de grenzen te breken. Bij de samenstelling van de ploeg telt buiten het kwaliteitsaspect ook het te veroveren afzetgebied mee. De renner die aan het ene noch het andere profiel beantwoordt, kan dan al gauw aan een afscheidsreceptie denken. Voor een belangrijk deel verklaart dat de sterk teruglopende werkgelegenheid in Nederland, Belgie en zelfs Frankrijk. Post wil van zijn met veel bombarie binnengehaalde Russen Jekimov, Neboelin en Zhdanov af - Raas is voor het drietal in de race - en versterkt om markttechnische redenen het Noordfranse element in de ploeg. Raas gaat behalve op de Russische ook op de Noorse toer (Namtvedt en Kvalsvoll) en krijgt op een presenteerblaadje zowaar Greg LeMond aangeboden. Als wielrenner heeft de drievoudig Tourwinnaar het wel gehad, maar qua uitstraling denkt de Amerikaanse sponsor een klompje goud in handen te hebben.

In Italie spelen dergelijke overwegingen zelfs zijdelings geen rol. Het bedrijfsleven in het luilekkerland van de professionele wielersport maakt omwille van het hoge kwaliteitsniveau van de renners reclame in landen waar het zijn spullen niet per se hoeft te slijten. De enige dissonant heet Jolly, dat zijn wielrenners (met de Pool Jaskula, de nummer drie van de Tour de France, als kopman) in Monaco gaat stallen. Het bruist van aktiviteiten op de spelersmarkt, maar van grensoverschrijdend verkeer is geen sprake.

Een greep uit de mutaties: Abdoesjaparov verhuist van Lampre (Fondriest) naar de nieuwe sponsor van Bugno, Bontempi (Mecair) en Sorensen (GB-MG) verlaten Carrera dat op kleinere voet verder wil leven, terwijl GB-MG door de integratie van het opgedoekte Ariostea een geheel ander aanzien krijgt.

Gezichtsbepalende renners als Ballerini, Chioccioli, Cipollini, Jaskula en Tsjmile (Lotto) zoeken hun heil elders. Buiten Sciandri (Motorola) en Sorensen doemen de Ferretti-adepten Cassani, Saligari, Jarmanmn, Richard en Elli in hun plaats op. De zachtmoedige ploegleider Lefevere denkt het in de nabije toekomst wonderwel te kunnen vinden met de met ijzeren hand regerende veteraan Ferretti. De laatste heeft de eerste slag al binnen gehaald. Hij wint liever goed dan vaak en heeft het daarom niet begrepen op sprinters. Prompt zag hij Cipollini met de staart tussen de benen vertrekken. De sterk op zijn familie en warm menselijke ploegbegeleiding leunende Johan Museeuw ziet overigens nog wel toekomst bij de wonderlijke fusieploeg. Een navrant detail is dat een van de twee geldschieters, het Belgische warenhuisketen GB, tussen nu en 1996 4600 arbeidsplaatsen moet schrappen.

Het opmerkelijkste nieuws uit Spanje komt van de regio Baskenland. Een groep van een paar honderd bedrijven en tienduizend particulieren sponsort volgend jaar een geheel uit Basken bestaande profploeg, nogal logisch Euskadi (Baskenland) genoemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden