Voor God en medemens

Nog zo'n duizend Nederlandse missionarissen zijn wereldwijd actief. Ongeveer een kwart van hen woont en werkt in Afrika. 'Misschien is het tijd de rollen om te draaien.'

Zuster Mien
De keukendeur staat wijd open. Buiten verhit zuster Scovia houtskool op een vuur, een gietijzeren strijkijzer naast zich. "Wat zou het fijn zijn als dit straks niet meer hoeft", verzucht ze. Zuster Mien loopt net de keuken in. Het is de laatste zondag voor haar verlof - en als het goed is, is het ook de laatste zondag dat Ang'iya zonder elektriciteit zit. De goedlachse Heerlense Mien Leistra verkocht op haar 42ste haar huis en trad toe tot de Medische Missie Zusters (MMS). Vier jaar later werd ze uitgezonden naar Oeganda. Nu zit ze in Kenia. Voor haar uitzending werkte ze 27 jaar in Nederland, onder meer als wijkverpleegkundige. "Ik heb het lang tegengehouden. Ik had een fijn leven in Nederland, ik kon doen wat ik wilde en ik hield van mijn werk."

Ze is de jongste van negen kinderen en zorgde voor haar moeder, toen die Alzheimer had. Haar moeder kalmeerde als ze samen baden. "Door het gebed voelde ik: dit is de weg die ik gaan wil."

Ze is nu 68. In 2006 zocht ze met de Keniase zusters Christina en Gaudencia een nieuwe missie in West-Kenia, bij het Victoria-meer. Het gebied is getroffen door malaria, armoede en aids, en kent weinig voorzieningen. Ze vestigden zich in Ang'iya, een kleine plaats op vijftien kilometer van de verharde weg. In de omgeving zijn veel mensen hiv-positief, het gevolg van polygame huwelijken en de traditie dat weduwen met hun zwager of neef moeten trouwen. Over hiv werd gezwegen. De zusters doorbraken dit taboe en trainden voorlichters, startten een kliniek, een weduwennetwerk, jeugdwerk en naailessen voor tienermoeders. Twee jaar geleden konden de zusters met financiële hulp uit Nederland een stenen huis laten bouwen met acht slaapkamers rondom een patio en met zonnepanelen op het dak. De elektriciteit zou snel volgen, beloofde de Keniase overheid.

Het is negen uur geweest. Mensen lopen af en aan over het zandpad voor de kerk of zitten te kletsen op een van de rotsblokken langs het pad. "Nango zuster Mien!", groeten mensen haar in de plaatselijke taal, het Luo.

'Ojaore!', groet ze terug. Door de openstaande zijdeur van de kerk zwelt het geluid van de synthesizer aan. De kerk stroomt vol tijdens de drie uur durende mis en begint weer leeg te stromen als tegen het einde Tobias, die werkt voor het elektriciteitsbedrijf, het woord neemt. "Volgende week zullen we elektriciteit hebben in de kerk. Dan komt de bisschop om die in te zegenen."

Na de ochtendmis de volgende morgen ontbijten de zusters gezamenlijk aan de ronde eettafel in de woonkamer. "Bless our God for the Gifts which we are about to receive, from your goodness, through Christ our Lord. Amen", mompelt zuster Mien. Zuster Gaudencia vertelt over een vrouw met hiv, die vandaag naar de kliniek moet komen. Zuster Scovia wacht op instructies van zuster Mien. Nu zuster Mien op het punt staat om voor drie maanden naar Nederland terug te gaan, neemt Scovia haar taken over.

Een maand na aankomst stierf de broer met wie Mien samen voor haar moeder had gezorgd. In de 22 jaar die ze in Afrika woont, zijn vijf van haar zes broers overleden. "Dan ben je ver van huis. Ik had mijn medezusters, we baden samen, dat gaf troost. Maar ik miste mijn familie. De afspraak is dat je niet terugkomt voor begrafenissen. Toen ik later op een Afrikaanse begrafenis was, dacht ik wel: bij de begrafenis van mijn eigen broer ben ik niet geweest." Toch, haar geloof groeit nog iedere dag. "Ik ervaar God om me heen, in de mensen, in mijn gevoelsleven, ik voel me verbonden." Ze voelde zich nooit vrijer dan toen ze haar geloftes deed en zich verbond aan God.

In het kantoortje legt zuster Mien aan zuster Scovia uit hoe ze straks eens per maand naar de grote stad Kisii moet om voor iedereen inkomstenbelasting, ziekteverzekering en pensioengeld te storten. De man van de elektriciteit wil weten waar hij de paal neer kan zetten. Terug in het kantoor pakt zuster Mien het kasboek, waarin ze iedere uitgave en alle donaties noteert.

Uiteindelijk wil zuster Mien weer terug naar Nederland. "Ik wil hier niet op mijn tachtigste nog rondlopen en voor mzungu, blanke, worden uitgemaakt." In de bus naar Nairobi mijmert ze: "De tijd dat Nederlandse missionarissen naar Afrika kwamen is voorbij. Misschien is het tijd dat de rollen omdraaien."

Broeder Linus
De twee bewakers voor de poort van de gevangenis van Kitui, ten oosten van Nairobi, staren streng voor zich uit. Hun blik verandert als ze broeder Linus zien in de Land Rover met op de motorkap 'Prisoners are people too'.

Linus Schoutsen is de zevende van een gezin van dertien uit Medemblik. Al op de lagere school wist hij dat hij zijn leven aan de kerk wilde wijden. Hij kreeg Franse les van een broeder die nooit lang kwaad bleef, hoe lastig zijn klas ook was. "Hij droeg geen haat. Ik dacht: zo wil ik zijn." Hij sloot zich aan bij de Fraters van Tilburg. Op zijn 26ste werd hij uitgezonden naar Kenia. Broeder Linus bouwde scholen, veldhospitaaltjes en rioleringssystemen in West-Kenia. Vijftien jaar geleden werd hij gevraagd om de zieke frater Grol bij te staan met zijn gevangenisproject.

Sindsdien maakt de nu 74-jarige broeder Linus safari's - dagenlange tochten - langs Keniase gevangenissen, met zijn team: chauffeur Joseph, de twee jongere broeders Balthazar en Francis en maatschappelijk werker Eric. Jaarlijks leggen ze 90.000 kilometer af om alle 102 gevangenissen van Kenia te bezoeken. Kenia heeft zo'n 50.000 gevangenen en broeder Linus schat dat er nog eens 60.000 Kenianen in voorarrest zitten. Bij de meeste gevangenissen komen ze zeker drie keer per jaar.

Hij is frater, en dus ging hij toen zijn overste hem vroeg. "Ze hebben gezien dat ik daar geschikt voor ben, dan ga ik ervoor. We hebben maar één leven. Dat wil ik zo nuttig mogelijk leven." De eerste drie maanden lag hij er wakker van. Nu mist hij het als hij een dag niet is geweest.

De volgepakte Land Rover draait de binnenplaats op. De broeders brengen schriften, pennen, bijbels, uit triplex gezaagde en met de hand geverfde damborden met frisdrankflesdopjes, boeken, soms een volleybalnet. Wie zijn straf heeft uitgezeten, krijgt van de broeders gereedschap mee. "Van de gevangenen in Nederland valt zeventig procent in herhaling, heb ik me laten vertellen. Hier komt van alle gevangenen die wij aan een opleiding en gereedschap helpen maar één procent terug, zeggen bewakers."

Bij de tweede gevangenis opent broeder Francis de achterklep en pakt een zak met kleding en een doos met haarproducten. De vrouwen verzamelen zich op de binnenplaats. Alle dertien dragen ze een jurk met een zwart-witte streep.

'Habari!,' zegt broeder Linus, hoe gaat het? 'Mizuri,' reageren de vrouwen, goed.

Hij drukt de vrouwen op het hart om hun tijd goed te gebruiken, door in de gevangenis te leren naaien of breien "ook als het thuis niet zo lekker loopt".

Eind jaren tachtig, toen aids opkwam, begon broeder Linus na zijn werk zieken te bezoeken. Hij bracht hen naar het ziekenhuis en als ze overleden waren, droeg hij hen naar het mortuarium. In die periode kreeg hij contact met broeder Balthazar. Die vond het maar eng in het begin, al die doden. "Soms vervoerde hij wel drie lijken in zijn auto en altijd was er die geur van de dood."

Toen broeder Linus voor de kerk koos, betekende dat ook dat hij nooit een gezin zou hebben. "Je kunt geen twee dingen gelijk." Een vrouw kan hem aantrekken, zegt hij, hij is een man van vlees en bloed. "Ik respecteer ook mensen die trouwen. Maar ik ben blij met de keuze die ik heb gemaakt. Ik heb veel vriendinnen gehad maar mijn verbinding met dit leven is me heilig. Ieder leven heeft zijn beperkingen, ook het huwelijk."

De laatste gevangenis op deze safari ligt achter het abattoir van Athi River. Achter de poort staan negen barakken in het gelid. Iedere barak huisvest zo'n tachtig gevangenen. In elke barak scheidt een schouderhoog muurtje de zaal van de kraan en het gat in de grond. Broeder Linus loopt naar de houtwerkplaats. Hij zegt: "Jullie zijn gepakt, je leert hier een vak en krijgt gereedschap mee als je de gevangenis verlaat. En dan straks geen kippen meer stelen hè!" De mannen lachen.

Paulien Bakker, De laatste missionaris is als e-book voor €2,99 te koop bij Apple's iBookstore, Bol.com, ebook.nl

Ontwikkelingshulp?
"Ontwikkelingshulp heeft alleen zin als het via de goede kanalen gaat", zegt zuster Mien. "Er moet hier nog enorm veel gebeuren. Maar ik zie dat hulpverleners vaak met hun eigen ideeën komen, die niet aansluiten bij de mensen. Ze zijn hier te kort om oplossingen te zoeken vanuit de mensen zelf. Nu zie je hier bijvoorbeeld overal muskietennetten over de akkertjes liggen. Die gaf een hulporganisatie gratis weg omdat hier veel malaria voorkomt. Natuurlijk kwamen mensen steeds terug voor een nieuw net. Mensen zijn vindingrijk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden