Voor Erdogan is democratie tijdelijk

De Turkse premier Erdogan is razend populair dankzij een uitgekiende politiek van dienstbaarheid. Van de oppositie heeft hij bovendien weinig te duchten, stelt Enis Odaci.

Premier Recep Tayyip Erdogan van Turkije heeft wederom met grote overmacht de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen. De cijfers spreken boekdelen: Erdogans partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) haalde 45 procent van de stemmen, op forse afstand gevolgd door de centrum-linkse volkspartij CHP, met 30 procent. Vele commentatoren krabben zich achter de oren: hoe is dit mogelijk?

Er was de afgelopen tijd immers veel te doen rond de persoon van Erdogan. Denk aan de langdurige Gezi-Park protesten, de talrijke corruptieschandalen en de openlijke ruzie met de geestelijke Fethullah Gülen. Verregaande censuurmaatregelen, zoals het opsluiten van kritische journalisten en het blokkeren van Twitter en YouTube, hebben de politieke balans in Turkije echter niet doen verschuiven. Ontwikkelt Turkije zich tot een land waarin de aanhoudende macht van één persoon grenzeloze, en daarmee dictatoriale, vormen aanneemt?

Het eenvoudige antwoord is dat Turkije een normale democratie is: mensen gaan in vrijheid naar de stembus en brengen hun stem uit op een politieke partij naar keuze. Er is georganiseerd bestuur, er bestaan diverse democratische instituten, en er is een (al dan niet beperkte) vorm van rechtspraak. Het spannender antwoord is: Erdogan breekt doelbewust die democratische structuren af ten gunste van één dominante partij, die op een conservatieve islamitische leest geschoeid is.

Eindstation
Aan Erdogan wordt de volgende uitspraak toegeschreven: "Democratie is als een trein. We stappen uit wanneer we aankomen op het station dat wij wensen." Deze uitspraak dateert uit 1996, toen hij nog burgemeester van Istanbul was, maar het is niet duidelijk wat de context van zijn woorden is. Op YouTube circuleert uit hetzelfde jaar een ander filmpje, dat aan duidelijkheid niets meer te wensen overlaat. In een toespraak voor een Arabisch sprekend publiek presenteert Erdogan klip en klaar zijn visie op de rol van democratie in de samenleving:

"[...] Men spreekt over mensenrechten. Over democratie. Wat voor een democratie? Is democratie een voertuig (araç) of een doel (amaç)? Hier moeten we een discussie over voeren. Voor ons kan democratie nooit een doel zijn. In de context van de islamitische samenleving moeten we beseffen dat democratie niet meer is dan een instrument. Als democratie een fenomeen is wat uit het volk voortkomt, dan is democratie alleen maar iets wat (de wil van) het volk faciliteert [...]"

Kortom, democratie dient volgens Erdogan alleen een beperkt volksbelang, en daarmee niet het grotere islamitische belang. Hij plaatst het ideaal van de islamitische samenleving ondubbelzinnig boven het ideaal van de democratische samenleving. De democratie is alleen nodig voor het organiseren van een meerderheid, zodat wetten aangepast kunnen worden. In Erdogans visie bescherm je de islamitische samenleving tegen de democratie via de democratie.

Vanaf het moment dat Erdogan in 2003 premier wordt, voegt hij de daad bij het woord. Hij wint met een uitgekiende politiek van dienstbaarheid (hizmet) de harten van vele Turken. Erdogan baseert zijn populariteit op vier pijlers: het op orde krijgen van noodzakelijke voorzieningen, een stijging van het welvaartsniveau, een succesvolle hervormingsagenda en vooral: het benadrukken van de Turkse soennitische identiteit. Een identiteit die beschermd moet worden tegen vijandige oppositiepartijen, tegen etnische minderheden en tegen het onbetrouwbare buitenland. In bijna elk dorp bouwt hij een school en een moskee.

Totaalaanpak
Erdogans totaalaanpak blijkt een schot in de roos. Zijn AKP behaalt lokaal en nationaal al tien jaar lang grote zeges. Met dit ruime democratisch mandaat weet hij als eerste politicus de invloed van het Turkse leger te marginaliseren, die zichzelf als hoeder van de seculiere staat ziet. Een doorn in Erdogans oog. Met een enorm strafproces tegen bijna de hele legertop, die wordt beschuldigd van terrorisme en het beramen van een staatsgreep, zet hij kritische generaals achter slot en grendel. Journalisten die openlijk kritiek uiten, wacht hetzelfde lot. Erdogan morrelt openlijk aan de trias politica.

In gebieden waar het familieleven nog de dominante sociale laag vormt, is Erdogan razend populair. Uit statistieken blijkt echter dat Erdogans kiezers geenszins een homogene conservatieve groep vormen, die gebroederlijk de seculiere rechtstaat wil inruilen voor een politieke islam. Erdogans aanhang is divers en in vele lagen van de bevolking te vinden, juist omdat zijn hizmet-politiek alle Turkse klassen raakt. Dat de vrijheid van meningsuiting zeer beperkt is en dat de rechterlijke macht steeds meer onder politiek bestuur komt, neemt een groot deel van zijn aanhang voor lief.

Hoe nu verder met Turkije? De Turoppositie is hopeloos verdeeld en ontbeert een charismatische leider. Zij kan daarom niet de onvrede kapitaliseren die ook onder vele Turken heerst. Voor Erdogan is er dus geen aanleiding om verregaande compromissen te sluiten en daarmee andere belangen te dienen. Zolang de oppositie geen vuist weet te maken, is de democratie overgeleverd aan de gunst van één man. Als Erdogan eenmaal het gewenste station heeft bereikt, is het niet ondenkbaar dat hij van de democratische trein afstapt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden