Voor elke visser een eigen 'tuintje' in de zee Schotse prof: Overbevissing oplossen door privatiseren van viswateren Alle belangrijke visgronden zijn leeggeplunderd

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - Tonijnoorlog in de Golf van Biskaje, kabeljauwtwist bij Spitsbergen, het is allemaal terug te voeren tot één oorzaak: overbevissing. Er wordt geschreeuwd om strengere regels, meer controle. Spanje wil een keurmerk voor 'traditioneel gevangen vis'. Een Schotse prof pleit voor een radicale oplossing: privatiseer de zee.

'Kleine' Spaanse tonijnvissers storten zich als een horde wolven aan dek van een Britse trawler en kappen de netten. Engeland stuurt oorlogsbodems naar de Golf van Biskaje. Ook een Iers vissersschip moet het ontgelden. Een Frans fregat - op zee om de eigen vissersvloot te beschermen tegen razende Spanjolen - neemt de Rainbow Warrior van Greenpeace onder 'vuur' met water. De milieu-organisatie is uitgevaren om te protesteren tegen het gebruik van de 'muur des doods', kilometerslange, alles dodende drijfnetten.

Meer noordelijk vechten IJslanders en Noren een kabeljauwoorlog uit. Dit weekeinde bracht de Noorse kustwacht een trawler uit Reykjavik op, omdat een bemanningslid met een pistool had geschoten op de Noren, die hun netten wilden inspecteren. Met twee gaten in de boeg van Noorse (onscherpe) oefengranaten meerde de IJslander af in de haven van Troms.

Het zijn smeuïge verhalen met de geur van zeeheldenromantiek. Ze maken diep nationalistische gevoelens los: “We staan pal achter onze vissers”, riep de Britse minister van visserij, William Waldegrave, deze week, toen hij bekendmaakte dat Londen een tweede marineschip laat opstomen om (twaalf) vissers uit Cornwall uit handen van woedende Spaanse 'collega's' te houden.

Oppervlakkig gaat de tonijnoorlog over het schenden van regels. De buitenlandse trawlers varen met te lange, fijnmazige netten, roepen de 'kleine' Spaanse vissers, die zelf met beuglijnen vissen (lange lijnen met haken). Onzin, volgens de Britten. Ze hebben de netten van een van hun schepen opgemeten: 153 meter te lang en daarmee buiten de marge van 5 procent (op 2,5 kilometer) die de Europese Unie toestaat wegens rek. Niet waar, zeggen de Engelsen, want het zijn bijzondere netten. Hun vissers hebben een sleep van 5 kilometer daarin zit voor de helft gaten, bedoeld om grote vissen als dolfijnen een ontsnappingsmogelijkheid te geven (desondanks stierven vorig jaar 1 000 dolfijnen bij de tonijnvangst).

In Brussel proberen visserijministers een oplossing te vinden. Maar dat overleg verloopt stroef, ieder heeft zo zijn belangen. Madrid heeft een orginele oplossing bedacht: laat de consument beslissen. Vanaf september krijgt tonijn die op traditionele manier gevangen is een keurmerk: een vis met haakje op een groen-blauwe achtergrond. Het tonijnseizoen is dan voorbij - tussen juni en augustus zwemt de vis heen en weer tussen de Azoren en Spanje - maar of daarmee het conflict uit de wereld is?

De diepere oorzaak voor de twisten is uitputting van de voorraden door overbevissing. De Britse vissers hebben zich twee jaar geleden op tonijn gestort - nog rijkelijk aanwezig en niet beschermd door quota, gedreven door een tekort aan vis elders. De Engelsen haalden twintig jaar geleden nog tweederde van hun vangsten boven water in hun 'eigen' 200-mijlzone, nu nog hooguit 12 procent.

Ook de Fransen lieten zich niet onbetuigd: zij haalden vorig jaar met zestig schepen 6 300 ton tonijn binnen tegen de 700 'kleine' Spaanse vissers 25 000 ton. De gevolgen zijn merkbaar: de tonijnstand neemt af, de vis moet al 800 kilometer buiten de Spaanse kust gezocht worden. Dat verklaard de razernij onder de Spaanse vissers.

Bij Spitsbergen is het van hetzelfde laken een pak. IJslandse vissers 'bezoeken' noodgedwongen - willen zij in de vaart blijven - de Noorse wateren rond Spitsbergen. De kabeljauwstand heeft zich daar dankzij ferme maatregelen van de Noren juist enigszins hersteld van de aanslag door 'industriële' vissers. Vandaar het forse optreden van de Noorse kustwacht.

De IJslandse trawler Hagangur II die de Noren opbrachten, mocht Troms gisteren weer verlaten na het afgeven van een bankgarantie ter waarde van 60 000 gulden voor mogelijke boetes en proceskosten. In juni vuurde de Noorse kustwacht voor het eerst in haar bestaan een waarschuwingsschot op IJslanders af, na het kappen van de netten van diverse IJslandse schepen. Daarna kwam het nog meermalen tot incidenten, waarop Reykjavik Oslo ervan beschuldigde zijn vissers in gevaar te brengen.

Het verhaal van de tonijn en de kabeljauw is niet nieuw. Behalve in de Indische Oceaan zijn alle belangrijke visgronden ter wereld vrijwel leeggeplunderd tot op of onder de grens waarbij een soort kan voortbestaan. In zijn pas verschenen rapport 'Netto verlies: banen, vis, zeemilieu' waarschuwt het Worldwatch-instituut in Washington voor grote problemen door afnemende vangsten en een toenemend aantal monden dat moet worden gevoed. Sinds 1989 wordt wereldwijd per jaar 5 procent minder vis binnengehaald, terwijl de wereldbevolking jaarlijks met 1,6 procent groeit.

Over de jaren is het aantal vissers fors toegenomen dat met steeds grotere schepen en ingewikkelder technieken de steeds schaarser wordende vis najaagt. Van 1970 tot 1990 verdubbelde het aantal grote boten, van 600 000 naar 1,2 miljoen. Dat zorgt voor spanningen. “Gewapende confrontaties tussen visserij-naties, geweervuur tussen vissers en honger in de Derde Wereld, het is nog maar het begin”, concludeert Peter Weber, auteur van het rapport.

De Schotse professor James Muir, onder-directeur van het instituut voor aquacultuur in Stirling, vindt het tijd om een geheel nieuwe weg in te slaan. Al het geregel, internationale afspraken en beleid van nationale overheden hebben een ding gemeen: het werkt niet. En dat komt, zegt Muir, omdat niemand zich verantwoordelijk voelt voor de zee en het zeeleven.

Zijn oplossing grijpt precies op dit punt in: privatiseer de visgronden. Verdeel de zee in stroken en verkoop het recht om te vissen aan de hoogst biedende. Resultaat: de vergunninghouder zal zijn gronden zo economisch mogelijk beheren. Overbevissen leidt onvermijdelijk tot inkomensdaling en maakt, uiteindelijk, de licentie onverkoopbaar, dus dat doet hij niet.

Maar het blijft niet bij het voordeel van een uitgekiend beheer. Zo zal de 'visboer' onmiddellijk juridisch optreden tegen vervuilers van zijn gebied. Controle moet er zijn, op 'inbrekers' bijvoorbeeld, en is ook mogelijk door middel van satellieten. Maar ook dat kan geprivatiseerd. Laat de vergunninghouders maar een eigen veiligheidsdienst het water opsturen.

In de kustwateren van Nieuw-Zeeland werkt het systeem al. Natuurlijk, er zijn haken en ogen. Kleine vissers die zelfs samen geen vergunning kunnen kopen, moeten geholpen worden. Grote jongens die toch willens en wetens visgronden naar de bliksem helpen op jacht naar snel gewin, dienen in toom gehouden te worden (net als op ander terrein). En dan is er nog het probleempje van wie verkoopt welke rechten (niet om olie, gas of andere verborgen schatten te winnen).

Aan alles is echter een mouw te passen, meent Muir. Als het idee maar overeind blijft van een eigen tuintje voor mensen die nu beroepshalve de vrije zee plunderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden