Voor een straf te oud

Het hof in München had zijn best gedaan: het had de grootst mogelijke zaal ter beschikking gesteld voor de slotpleidooien van de medeaanklagers in het proces tegen Ivan Demjanjuk - zaal 270 van het oude Paleis van Justitie, waar eigenlijk al jaren geen strafprocessen meer worden gevoerd.

Zaal 270 is een hoge zaal op de tweede verdieping. Grote boogramen bieden toegang tot een bordes dat uitziet over een klein park. De zaal bereikt men via de Salle des Pas Perdus, een grote hal omgeven door een monumentaal trappenhuis - een hal om in rond te dolen.

Maar verdwaald was gisteren niemand. Voor de groep van hoofdzakelijk Nederlandse medeaanklagers waren de eerste rijen gereserveerd, daarachter mocht de pers plaatsnemen en weer daarachter het publiek. Voor Demjanjuk stond het bekende bed weer opgesteld. Hij kreeg veel over zich heen, gisteren. Niemand van degenen die het woord voerden was na bijna achttien maanden procesvoering aan de schuld van de aangeklaagde gaan twijfelen, integendeel. Telkens werd in hun korte slotpleidooien Demjanjuks medeplichtigheid aan de moord op 27.900 joden in vernietigingskamp Sobibor voor bewezen verklaard: sommigen eisten daarom de hoogste straf, anderen lieten de strafmaat over aan de rechters.

Voor slechts een van hen volstond een schuldigverklaring - zonder straf. Voor die laatste, opmerkelijke verklaring tekende Jules Schelvis, die zichzelf had voorgesteld als overlevende, als medeaanklager en als historicus. Hij was wat langer aan het woord, conform zijn bijzondere positie. Hij kon - als negentigjarige inmiddels - uit eigen ervaring berichten, hij was kort in Sobibor, 'in overdrachtelijk zin met een been in de gaskamer' alvorens hij met tachtig anderen werd uitgekozen om elders dwangarbeid te verrichten. Alleen zo, door deze lotsbeschikking, wist hij als een van de weinigen te overleven.

Demjanjuk had hij niet herkend, noch zijn naam destijds vernomen, daarvoor was hij te kort in Sobibor en dan nog: wie hield zich als gevangene met namen bezig, daar waar het zaak was om zo ver mogelijk bij deze lieden vandaan te blijven, wilde je de volgende dag nog kunnen beleven. Schuldig achtte hij Demjanjuk niettemin, daarvan had de officier hem bij zijn aanklacht al kunnen overtuigen. Dat hij geen straf vroeg was een buiging naar de humanistische idealen van zijn ouders. Deze 'oeroude' man (Demjanjuk werd onlangs 91) had al jaren in een cel doorgebracht. Schelvis ging het om de waarheid over Sobibor.

Anderen waren minder mild. In een gevecht met de eigen emotie klonk vooral door hoezeer ze een woord van Demjanjuk zelf hadden gemist, een woord van spijt, van berouw, van verklaring, desnoods een leugen (zoals Rob Fransman zei), als het maar iets was geweest waaruit zijn menselijkheid was gebleken. Misschien deed zijn volgehouden zwijgen het meeste pijn, het voelde als een belediging.

Een racistische schurk en een lafaard was hij, zei een van hen. De aangeklaagde incasseerde het zwijgend, vanachter zijn zonnebril.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden