Voor een goede stunt bel je Willem de Beukelaer

stunts | Een fikse brand of een wilde achtervolging? In Nederlandse films zijn de actiescènes meestal verzorgd door het team van Willem de Beukelaer. De stuntcoördinator, een begrip in de Benelux, is deze week speciale gast van het Nederlands Film Festival.

De definitie van een stunt? Willem de Beukelaer denkt even na, op een zonnig terras in hartje Utrecht. "Een stunt is een stunt zodra je iets niet aan een acteur mag of kunt vragen. Omdat het te gevaarlijk of te gecompliceerd wordt."

De Beukelaer, die in 1994 het familiebedrijf overnam dat zijn vader Hammy eind jaren vijftig had opgericht, heeft stunts gecreëerd voor films als 'Zwartboek', 'Sint', 'De Tweeling', 'Van God Los', 'De Storm' en 'Schneider vs Bax'.

Deze week heeft hij zijn gewone werkzaamheden uit de agenda geschrapt voor het Nederlands Film Festival. Alle ruimte voor publieksinterviews, masterclasses en, vooruit, speciaal voor het festival een spectaculaire stuntshow op de Neude. "Het voelt als vakantie." Hij zit er relaxed bij.

Als jochie zwierf De Beukelaer al rond op filmsets, in de schaduw van zijn vader. "Met mijn moeder heb ik zes maanden op de set van 'Floris' gewoond, toen mijn vader daar aan het werk was." Het leerde hem al op jonge leeftijd iets wat anderen vaak niet doorhebben. "Het is een beetje Hans Klok, zeg ik altijd maar gekscherend." Een goede stunt lijkt magie, maar is vooral een kwestie van de filmlogistiek goed begrijpen: waar komt de camera te staan, wat kost iets, wat gebeurt er later in de montage, hoe overleg je met regie en camera? "Ik zag al heel vroeg de achterkant van de goochelact."

Op zijn veertiende begon hij als stuntman, maar lang niet alle fysieke inspanningen lagen hem. "Ik ben groot, dat is niet altijd handig. Anderen zijn vaak sneller. In die zestien jaar als stuntman heb ik alle soorten stunts gedaan hoor, maar springen van grote hoogte bijvoorbeeld: vreselijk. Ik ben ooit twaalf meter naar beneden gesprongen. Toen ik op de grond was, zei ik tegen mezelf: zo, dat was 'm, dat gaan we niet meer doen."

Laat De Beukelaer maar in een auto zitten. "Ik ben een automan. Slippen, op twee wielen rijden, rollen, over de kop, botsen, knallen, dat soort rare gein. Zestig procent van ons werk bestaat uit stunts met auto's, gevechtssimulaties en vallen & opstaan. Auto's en knokpartijen, ja die zitten onvermijdelijk in films."

Het liefst laat hij acteurs zoveel mogelijk zelf doen. "Publiek komt voor acteurs, niet voor stuntmensen met een slechte pruik. En acteurs willen het ook vaak graag zelf doen. Maar zoals Rutger Hauer, die in 'Floris' wel even zelf een kasteel uit wilde duiken: dat zou nu niet meer aan de orde zijn." Geen verzekeraar die dat toelaat. De Beukelaers werk zit 'm in training en goede begeleiding. "Neem 'Riphagen'. Jeroen van Koningsbrugge heeft eerst bij een boksschool getraind, en komt dan met zijn basisvaardigheden naar de set. Vervolgens maken wij met hem de choreografie voor een gevechtsscène."

In de dertig jaar dat De Beukelaer nu in het vak zit is er veel veranderd. Economische voor- en tegenspoed in de filmindustrie (niet voor niets heeft hij voor de financiële zekerheid ook drie horecazaken), en vooral veel technologische ontwikkelingen. "Een zegen! Visuele effecten, die in de postproductie worden gemaakt, geven ons enorme mogelijkheden. Hier, kijk, deze foto uit een commercial voor Albert Heijn met Harry Piekema - wat we niet voor die filmpjes hebben gedaan, Harry ging als Tarzan door de winkel! Hier hangt hij ondersteboven, aan een kabel die je later kunt wegpoetsen. Geweldig. Hoe we dat vroeger deden? Nou, níet. Of die kabels zaten op plekken waar je als acteur heel ongelukkig van werd. Of de cameraman moest zorgen dat de kabel buiten beeld bleef. Met kabels kun je nu iemand een sprong van wel honderd meter laten maken. Technologie is een verrijking. Als je met twee chauffeurs een autobotsing maakt waarbij in de film ook een ontploffing volgt, geloof me, dan is het fijn als je die explosie later in de computer kunt toevoegen."

Van het filmfestival mocht De Beukelaer een favoriete film uitkiezen. Het werd 'Ronin' (1998), een actiefilm met Robert de Niro en Jean Reno. De belangrijkste reden: de stunts zijn grotendeels fysiek gecreëerd, computerbeelden komen er nauwelijks in voor. Maar ook: "Er zitten stunts in die eigenlijk niks toevoegen, waarom hebben ze die erin gelaten? Heel leerzaam voor mij, gezien de plannen die ik heb om zelf een film te maken. Dat is hoe het níet moet: stunts om de stunts. Marco Maas, de manager van het bedrijf, en ik vinden: stunts moeten dienend zijn, functioneel."

Een eigen film? "Ja, dat voelt als een logische volgende stap. Bij de stunt-units doe ik de regie en dat gaat me goed af. Als test voor mezelf heb ik twee korte films gemaakt. Dat is wel wennen hoor. Dan is het ineens: 'Willem, wat voor sokken moet deze man aan?' Weet ik veel! Maar: de films pakten goed uit, ik durf het aan."

Gaat het filmplan definitief door, dan wil De Beukelaer een stap terug doen binnen het bedrijf. "Ik ben nu 52, ik vind dat ik voor sommige dingen te oud word. Het is nog steeds heel fysiek werk, zoals het rollen en vallen voordoen voor acteurs: ik kan het nog wel een paar jaar, maar op een gegeven moment sta ik er niet meer achter. Mijn leven is ook doorgegaan hè?" De Beukelaer wijst op zijn buikje.

Er is een scenario, en als het aan De Beukelaer ligt gaat hij over een jaar draaien. "Ik kan het wel van de daken schreeuwen, maar van de producent mag ik nog niks zeggen."

Welke genre zou het worden? "Nou, het wordt geen film met vier mensen die aan een tafel praten over een flesje spa, haha. Nee, alles wat ik de afgelopen dertig jaar heb geleerd komt erin."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden