'Voor een goed boek laat je de piepers aanbranden'

Morgen, vrijdag de dertiende, is de dag des oordeels voor de vijf genomineerde schrijvers van de 'Debutantenprijs 1995'. In Dordrecht wordt morgenavond uit het stapeltje debuten van Nanne Tepper, Max Niematz, Christine Otten, Russell Artus en Michel Boll - op grond van een opmerkelijk beoordelingssysteem - door individuele lezers en lezersgroepen uit de provincies Noord-Holland, Zuid Holland en Zeeland en de Vlaamse steden Gent, Leuven en Brussel de winnaar uitgeroepen en de prijs ter waarde van tienduizend gulden uitgereikt.

In het verleden zijn prijsuitreikingen door, excusez le mot, 'de gewone lezer' nogal eens de mist in gegaan. Vers in het geheugen ligt de tenenkrommende TV-uitzending van Sonja Barend van anderhalf jaar geleden, waarin de AKO-prijs werd uitgereikt. Lezers van allerlei pluimage mochten toen in aanwezigheid van de genomineerde schrijvers voor de lopende camera's laten weten wat ze van de zes genomineerde boeken hadden gevonden. Niet alleen brachten de bot geformuleerde en ongefundeerde oordelen - 'rotboek', 'niks aan' - het schaamrood op de kaken, ook de songfestival-achtige puntentelling was van een verbijsterende knulligheid. Tot overmaat van ramp kwamen er toen ook nog eens twee winnaars uit de bus, van wie er een, Nicolaas Matsier, uiteindelijk toch met lege handen naar huis moest.

De directeur van de Dortse Stichting Perspektief die de Debutantenprijs organiseert, Joop van Halen, is niet blind voor de problemen die een publieksprijs met zich mee kan brengen. “Het is buitengewoon moeilijk alle elementen van de Debutantenprijs op een goede manier met elkaar te verenigen. We maken vast fouten, daar schaam ik me helemaal niet voor. Toch denk ik dat we er aardig in zijn geslaagd aandacht te wekken voor literaire debutanten en tegelijkertijd grotere groepen lezers, die misschien uit zichzelf niet zo naar relatief onbekende namen zouden grijpen, bij de prijs te betrekken.”

De Debutantenprijs heeft in de afgelopen vier jaar voorzichtig ontwikkeld. In 1993 organiseerde Perspektief een literaire avond waar een aantal debutanten kwam optreden. Van Halen: “Er kwam geen hond. Het jaar daarop probeerden we het anders. We lieten lezerspanels discussiëren met de debutanten. Dat sloeg wel aan. Zowel van het publiek, als van de auteurs kregen we positieve reacties. De gemeente stelde daarop - Dordrecht was vorig jaar 'Cultuurstad van Zuid-Holland' - geld beschikbaar voor een literaire prijs. Op grond van onze eerdere ervaringen hebben we de huidige formule ontwikkeld: een professionele jury kiest een shortlist, individuele lezers en lezersgroepen kiezen de uiteindelijke winnaar uit dat lijstje genomineerde schrijvers. Een twee-traps raket.”

Kees van 't Hof, de voorzitter van de jury, toont zich ondanks het ongebreidelde enthousiasme van Van Halen nog niet helemaal tevreden. “Laat ik me rustig uitdrukken: de onprofessionele organisatie van de Debutantenprijs heeft het ons in de afgelopen jaren wel eens lastig gemaakt.” Op het nippertje wist Van 't Hof vorig jaar de Stichting Lezen bij de prijs betrokken te houden. “Ik weet dat ik een open deur intrap, maar ik zeg het toch: geen prijs kan bestaan zonder subsidie en een helder beleidsplan. Als we de Debutantenprijs werkelijk op de Nederlandse kaart willen krijgen moet er een bestuur komen met landelijke uitstraling, en moeten alle lezers uit het gehele Nederlandse taalgebied kunnen participeren. Bovendien is het de bedoeling jonge lezers uit het voortgezet onderwijs erbij te betrekken. Alleen binnen een brede opzet krijgt de Debutantenprijs een behoorlijke kans.”

Op de besluitvorming van de jury hebben al deze bevlogen bedenkingen weinig invloed gehad. De leden konden zich in de nominatie-procedure prima vinden. Jurylid Casper Markesteijn schreef in de 'Lezerskrant' van Perspektief: “Een jury doet het niet snel goed. Zeker niet in de ogen van de verliezers of van degenen die het niet met haar eens zijn. Wat dat betreft hebben wij het als nominatiejury gemakkelijk. Wij lezen de prozadebuten die uitkomen en kiezen er vijf uit die genomineerd worden. Wij zijn dus niet verantwoordelijk voor die ene winnaar en die vier verliezers. Dat laten we lekker aan die grote groep anonieme lezers over.”

In februari van dit jaar nomineerde de jury dus welgemoed uit de rijke debutenoogst van 1995 - er waren maar liefst 59 eerstelingen ingezonden - de romans 'De eeuwige jachtvelden' van Nanne Tepper, 'Zonder wijzers' van Russell Artus en 'Blauw metaal' van Christine Otten, en twee verhalenbundels: 'Twee vreemden in een bootje' van Max Niematz en 'Kus me kus me kus me' van Michel Boll. Tot de opvallende afvallers behoorden 'Onder de pannen' van Frithjof Foelkel, 'De verduistering' van Michaël Zeeman en 'Tachtig' van Jaap Scholten.

So far so good. Vanaf dat moment was het woord aan de lezers. Zij moesten een speciaal ontworpen 'beoordelingsformulier' invullen, dat in de eerste plaats voor ieder van de vijf boeken ruimte laat voor opmerkingen over stijl, thematiek en verhaallijn van het boek. “Dat zijn opzettelijk maar een paar regeltjes,” zegt Joop van Halen. “Vorig jaar kregen we hele essays terug. Dat hield niet op.”

In de tweede plaats moeten er op het formulier punten worden uitgedeeld. Op vier verschillende vragen kunnen steeds nul tot vier punten worden uitgedeeld. De eerste vraag is bijvoorbeeld: 'Ik vind het boek...' En de verschillende waarderingen luiden: 'niet om door te komen' (nul punten), 'slecht' (een punt), 'matig' (twee punten), 'goed' (drie punten) of 'indrukwekkend' (vier punten). Opvallend is de honorering van de volgende drie vragen. De punten voor 'stijl' worden namelijk met twee vermenigvuldigd en de punten voor 'thematiek' en 'uitwerking van het verhaal' (wat zou daar onder worden verstaan? De plot misschien?) juist niet. Dit is niet alleen een curieuze poging literatuur langs de meetlat te leggen, maar brengt ook een keiharde literaire keuze aan het licht die Menno ter Braak, Erasmus en Spinoza gedrieën zou doen omkeren in hun graf. Stijl is twee keer zoveel waard als inhoud. Hier heeft de Vorm de Vent toch nog verslagen.

Na wat rekensommetjes kan elk debuut maximaal 28 en minimaal, hoe kan het ook anders, nul punten behalen. Op grond van de optelling van alle punten op alle ingezonden formulieren - een briljante rekenmeester heeft op het beoordelingsformulier de theoretische totaalscore op maximaal 30.000 gesteld - staat uiteindelijk de winnaar onomstotelijk vast. Wat de notaris zal beslissen als er toch twee genomineerden op dezelfde score uitkomen, vermeldt het formulier niet. Noch de preciese berekening van de kans dat dat zal gebeuren.

“Ja, dat formulier... nou, dat vonden wij wel ingewikkeld hoor. Met sommige vragen konden wij niet veel.” Aan het woord is Corrie van den Brink, de oprichtster van het damesleesclubje 'Corrie & Co'. Acht jaar geleden, op haar veertigste verjaardag, trommelde zij voor het eerst een aantal vriendinnen op om eens samen wat boeken te gaan lezen en bespreken. Vanaf die tijd kwam het clubje, op dit moment bestaand uit twaalf dames, ongeveer eens in de maand bij elkaar. “Onze avonden beginnen vaak emotioneel. Vind je dat nou mooi? Hoe is het mogelijk! Daarna komen we toch wel uit op thema's, stijl en dat soort dingen. Bij mij gaat het ook altijd wel erg om de omstandigheden waaronder ik een boek heb gelezen. Lekker op vakantie, of hap-snap in gestolen ogenblikken. Het gekke is dat dat bij een echt spannende roman niets uitmaakt. Voor een goed boek laat je de piepers aanbranden.”

“Vorig jaar deden we ook al mee aan de Debutantenprijs. Toen vonden we de boeken eigenlijk leuker. 'Hier zijn leeuwen' van Kees van Beijnum bijvoorbeeld en de roman van latere winnares: Anna Enquist. Ook wij hadden haar 'Meesterstuk' als gezamelijke winnaar. Dit jaar ging het veel over incest. Dat is toch niet echt smakelijk. Toch hebben we via het beoordelingsformulier uitgerekend dat bij ons dit jaar zo'n incestboek op één staat: 'De eeuwige jachtvelden' van Nanne Tepper.”

Wat vinden de genomineerde schrijvers zelf van de Debutantenprijs? “Het hoort bij het lijden dat de schrijverij met zich meebrengt,” antwoordt Max Niematz. “Goed, beter, best is niet mijn stijl. Je moet een boek op zijn eigen merites beoordelen. De rest is onzin.” Uit Niematz' 'Twee vreemden in een bootje', spreekt dezelfde prettige onaangepastheid. Het is een lenig en overtuigend pleidooi voor de fantasie, en is vooral geen beschrijving van de alledaagse werkelijkheid. “Ik wil de suggesties van deze tijd wegschrijven. Ik ben een zeer onhedendaags schrijver en daarom nogal huiverig voor de mening van de massa. Het valt te vrezen dat de methode van de Debutantenprijs ervoor zal zorgen dat de middelmaat komt bovendrijven. Ik geloof dat ik een kleine groep - van wie ik graag denk dat het de betere groep is - lezers aanspreek. Aan mijn schrijven verandert dat overigens niets. Ik doe geen enkele concessie aan het grote publiek.”

Christine Otten, schrijfster van 'Blauw metaal', is het daar volstrekt mee oneens. “Je schrijft je boek voor je lezers. Mijn boek krijgt pas waarde als het wordt gelezen. Pas als dat het geval is, dan kan ik anderen ontroeren of ze iets laten herkennen. Dat lezers de winnaar van de Debutantenprijs aanwijzen zie ik dan ook helemaal niet als een probleem. Ik kom een heleboel slimme lezers tegen en krijg hele leuke brieven van mensen, die mijn boek heel goed hebben geanalyseerd. Het toekennen van literaire prijzen blijft toch altijd subjectief. Er bestaan in de literatuur geen objectieve normen. Of je nu een professionele jury laat beslissen of een groep lezers. Je kunt net zo goed een dobbelsteen gooien. Hoe dan ook, ik vind het al hartstikke leuk dat ik ben genomineerd.”

Dat is ook het credo van Perspektief-directeur Joop van Halen: “De nominaties zijn voor de debutanten al een prijs!” roept hij uit. “Ze krijgen extra aandacht, de bibliotheken kopen voor de leesgroepen hun boeken en hun werk wordt echt gelezen. Elke stimulans is meegenomen.” Zelfs Max Niematz toont zich uiteindelijk mild genoeg om zich daarbij aan te sluiten. “Prijzen zijn, ondanks alle bezwaren die ik ertegen heb, een belangrijk instituut om de aandacht van het lezerspubliek vast te houden. Daarom zal ik, met gepaste tegenzin, mijn steentje bijdragen. Desnoods wil ik die tienduizend gulden nog wel in mijn zak steken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden