Voor een fundamentalist is de Bijbel een gruwelboek

Als Dimitri Verhulst in de Bijbel een fascistische God ontdekt, dan moet hij zelf wel een fundamentalist zijn, stelt bijbelwetenschapper Sam Janse.

Sam Janse (1949) is bijbelwetenschapper. Hij schreef 'De tegenstem van Jezus. Over geweld in het Nieuwe Testament' (2006).

Waarom is Hitlers 'Mein Kampf' verboden en ligt de Bijbel in vele hotelkamers? Dat is de vraag van Dimitri Verhulst in zijn interview met Stevo Akkerman eerder deze maand in Trouw. Wat we in de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Bijbel, vinden is niet minder een handleiding voor genocide dan Hitlers boek. Bovendien druipt de haat tegen homo's en de verachting van vrouwen ervan af. De Pentateuch is een bloeddorstig, patriarchaal, vrouwonvriendelijk geschrift over een eigenzinnige, wispelturige, gewelddadige God die bang is macht te verliezen en het daarom de mensen moeilijk maakt. Natuurlijk de vijanden van Israël, die uitgeroeid moeten worden, maar ook zijn eigen mensen: Abraham moet zijn enige zoon offeren en het volk Israël wordt in de woestijn door honger en dorst gekweld, zogenaamd om het op de proef te stellen. Enzovoort.

De Belg Verhulst is een productief schrijver. In Nederland onder meer bekend geworden door zijn vloekboek ('Godverdomse dagen op een godverdomse bol'), weet hij nu de aandacht te trekken door 'Bloedboek' - een hervertelling van de eerste vijf bijbelboeken. Hij mengt zich hiermee in de discussie over religie en geweld. Als we naar de Koran wijzen als een uiterst gewelddadig boek, kunnen we ook niet om de Bijbel heen, zegt Verhulst tegen Jeroen Pauw. Dat boek is minstens even erg. Het staat, zeker het begin ervan, stijf van 'de smeerlapperij en de vetzakkerij' van 'een fascistische God'.

Het is ook niet zo moeilijk om een aantal gewelddadige passages uit de eerste Bijbelboeken aan te strepen. "Straks zal de HEER, uw God, voor u de volken uitroeien die nu nog het land bewonen dat voor u bestemd is", zegt Mozes tegen het volk Israël dat op het punt staat het Beloofde Land binnen te gaan. De Israëlieten moeten ook actief meehelpen om de oorspronkelijke bewoners van het land te elimineren. Geen mens mag in leven gelaten worden, want ze zouden Israël verleiden tot een Kanaänitische levenswijze en afbrengen van de dienst van de ware God en zijn Torah.

Ik kan Verhulst alvast waarschuwen voor het geval dat hij de Bijbel verder gaat hertalen: er komt na de Pentateuch nog meer. De held Simson weet in een zelfmoordactie meer Filistijnse slachtoffers te maken dan hem bij zijn leven was gelukt. In de boeken Samuël moet Saul op Gods bevel alle Amalekieten uitroeien, 'mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen'. Genocide dus, erger nog, ook 'runderen en schapen, kamelen en ezels' gaan eraan. En in Psalm 137 roept de dichter op, zuigelingen uit het andere kamp tegen de rots te verpletteren.

Verhulst kan voorlopig nog vooruit. En hij kan schrijven. Zijn woordkeus en zijn beelden zijn vaak treffend. Zo zouden Adam en Eva 'zich in elkander puzzelen' nadat ze bij de schepping uit elkaar waren gehaald. Isaak was zo oud dat hij de korrels die in de zandloper over waren al kon tellen. Deze verhalen worden steeds minder gelezen, zegt de achterflap van het boek, en daar wil de schrijver wat aan doen. Verhulst 'besloot de verhalen terug te geven aan de taal'. En dus ook aan de mensen.

Ik vind dat hij daar niet in is geslaagd. Om vele redenen, maar allereerst vanwege de doorlopend badinerende, ridiculiserende stijl van zijn boek. Die lichte toets is weleens aardig, maar het betekent ook dat het boek nergens ontroert, terwijl de brontekst dat wel kan doen. Bijvoorbeeld als verteld wordt dat Jozef zijn broers ontmoet en later ook nog zijn oude vader. Het wordt in de hertelling afstandelijk neergezet. Dat is een gemiste kans.

Maar er zijn meer noten te kraken. Dat Verhulst het geweld in de Bijbel aan de orde stelt is goed en nodig. Daar moeten vooral joden en christenen over nadenken. Bedankt dus. Maar helpt dit boek mensen die weinig van de Bijbel weten verder? De thema's geweld en seks zijn sterk uitvergroot. Staat er niet meer in de eerste vijf bijbelboeken? De selectie van wetsteksten die in het tweede deel van het boek geboden wordt, is absoluut niet representatief. Wie een eerlijk beeld wil geven had ook wetten kunnen citeren die weduwe en wees beschermen, en de regel die zegt dat de rand van de akker niet mag worden gemaaid omdat die voor de armen is. Of bepalingen die het leven van de vreemdeling verlichten. Want 'jullie zijn zelf vreemdeling geweest', lezen we in Exodus.

'Bloedboek' is een karikatuur. Deze teksten komen Verhulst niet uit, want er is nu eenmaal geen liefde in het Oude Testament en geen vergevingsgezindheid. Zo zegt hij het in de genoemde uitzending.

De schrijver zou wat kunnen leren van de manier waarop cultureel antropologen onbekende samenlevingen proberen te begrijpen: schort je oordeel op, begin met kijken, met luisteren, probeer iets te begrijpen van voor ons vreemde gewoonten, onbegrijpelijke adat en wrede riten. Vraag eerst: wat bezielt hen? wat drijft hen? Dat we uiteindelijk een moreel oordeel vellen is menselijk, maar doe dat 'uiteindelijk' en niet eerder. Een vleugje cultuurrelativisme zou de schrijver goed doen.

Een voorbeeld: de auteur lijkt geobsedeerd door teksten die gaan over de toename van de bevolking, vooral van de Israëlieten. Volgens hem wordt er wat afgevreeën en afgefokt, daar in Israël en omstreken. Weet hij niet dat deze teksten geschreven zijn in een samenleving die permanent met decimering en uitsterving wordt bedreigd? Een paar misoogsten, een oorlog eroverheen en een stam is ten dode opgeschreven. Begrijpt Verhulst zoiets niet of wil hij het niet begrijpen?

Theologen die academisch worden opgeleid zijn erin geschoold te vragen naar de functie van een tekst. Wat is de situatie waarin deze werd geschreven, welke boodschap geeft de schrijver aan zijn lezers af? Enzovoort. Dat is ingewikkelde materie die kennis van zaken vraagt, kennis ook van de bronteksten en de brontalen. Het is iemand die ongeschoold is niet kwalijk te nemen dat zo'n tekst hem af en toe boven de pet gaat. Alleen, schrijf er dan ook geen boek over. Ik schrijf ook niet over ruimtevaart en nanotechnologie.

Neem het verhaal van de dochters van Lot. Na de vlucht uit Sodom zitten ze met hun vader in hun hol de dagen te slijten, zonder man en zonder toekomst. Dat brengt hen op het idee om hun vader dronken te voeren en hem dan een kind bij hen te laten verwekken. Zo gezegd zo gedaan. Het vertellen van zo'n seksuele escapade is Verhulst wel toevertrouwd.

Wat hij laat liggen is de mededeling van Genesis dat de Moabieten en de Ammonieten aan die nachtelijke avonturen hun bestaan te danken hebben. Maar dat is nou net de clou. De tekst is te bizar voor woorden als je er niet bij vermeldt dat deze verhalen 's avonds in het schemerdonker verteld werden en hoe er gegniffeld moet zijn om het idee dat deze vijanden van Israël producten van incest en inteelt zijn.

Wie dan ook nog weet dat veel van deze verhalen verteld, opgetekend of geredigeerd zijn rond de ballingschap, het grote drama van Israel, beseft dat het verhalen van de underdog zijn. Verhulst treedt in dit boek op als een rechter die niet bereid is het verhaal van de aangeklaagde te horen.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Trouwen binnen de familie zoals volgens Genesis in de aartsvaderfamilie gebruikelijk was, wordt door Verhulst als racisme weggezet ('eigen bloed eerst'). Antropologen kunnen over dit gebruik dat endogamie heet nog iets meer vertellen. Wie schrijft over het voor ons onbegrijpelijke gebruik dat kinderen gestraft worden om de missers van hun ouders, zal duidelijk moeten maken (en een romanschrijver heeft daar zijn eigen tools voor) dat een oud-oosterse samenleving niet in individuen, maar in collectieven denkt. Ook meerdere generaties samen kunnen een collectief vormen. De koning, de stamoudste, de vader handelt als representant van de groep en zijn lot is het lot van het collectief. Pas wie dat weet mag nadenken over het morele gelijk of ongelijk van deze denkwijze. En dan ook van ons individualisme.

'Bloedboek' is me te fundamentalistisch. Critici van de Bijbel sluiten vaak een merkwaardig verbond met conservatieve bijbeluitleggers. Dat is bewuste of onbewuste tactiek: hoe zwarter het boek wordt, hoe meer reden om het af te voeren. Goed fundamentalistisch wordt de Pentateuch hier beschreven alsof het een literaire eenheid is die van voor naar achter gelezen kan worden en die één enkele, consistente boodschap uitzendt. Voor Verhulst is dat dan: sla er maar op los!

Maar het gaat hier om een veelheid van teksten met diverse literaire genres uit verschillende tijden en sociale milieus. Het is een lappendeken. Fundamentalisten lijden aan gemakzucht. En daarom aan gebrek aan nuance. Verhulst lijdt daaraan niet minder dan zijn gelovige geestverwanten.

Er wordt ook nergens, en dat is ook goed fundamentalistisch, onderscheid gemaakt tussen wat verteld wordt en wat gebeurd is. Nu is een navertelling geen verhandeling, maar Verhulst geeft er in de toelichting op tv en in de krant nergens blijk van dat hij van dit verschil weet. In de mainstream van de bijbelwetenschap gaat men er met de historici van uit dat de uitroeiing van de Kanaänieten geen geschiedkundige, maar een literaire en theologische moordpartij is. Die is ook niet ongevaarlijk, want wat op papier staat kan alsnog incarneren, vlees worden en vooral bloed. Maar er is wel verschil.

Wat meer kennis van zaken zou dus voorzichtiger maken. Sommige wetsbepalingen uit de Pentateuch vinden we ook in de Codex Hammurabi, het beroemde wetscorpus van de Babylonische koning van bijna 1800 jaar voor Christus. 'Oog om oog' is daar niet alleen als principe, maar ook als formulering te vinden. En ook daar wrede straffen: verbranden, op een paal spietsen, tong uitsnijden, dat soort werk. Het was in het hele oude Oosten zo. Bij de Azteken en de Germanen was het waarschijnlijk niet anders.

Voor wie het nog niet wist: het waren barbaarse tijden. Vrouwen werden nog onderdrukt, vaders beslisten over hun kinderen, slaven werden afgebeuld, homo's hadden geen leven en wetsovertreders werden streng gestraft. Door steniging of onthoofding bijvoorbeeld. Dat is de wereld waar wij vandaan komen. Zo leefden en dachten onze voorouders. Dat zit in ons DNA, ook in ons historisch DNA. Dat verklaart het geweld in 2015. Dat verklaart ook waarom de nazaten, nu ze niet meer met de knots hun tegenstanders murw mogen slaan, op hun tekstverwerkers haat en hekel eruit rammen. We weten onze tegenstanders nog steeds te vinden en te raken. Trouwens, ook het handwerk met de knots zijn we nog niet verleerd.

Dit te weten relativeert. Maakt ons voorzichtig. Dat is ons verleden. Uit zo'n cultuur komen we blijkbaar. Uit samenlevingen vol geweld. En soms zie je tussen dit geweld iets van menselijkheid oplichten. In de Codex Hammurabi en ook in het Oude Testament. Ook 'oog om oog' is al een poging om het geweld in te dammen: geen twee ogen uitslaan als jij aan één oog geraakt bent.

Iets bescheidener graag, is dus mijn advies. We kennen namelijk het oordeel van de komende generaties over ons nog niet. Hoe zullen ze zich over een eeuw of een millennium vrolijk of boos maken over ons? Om wat wij niet gezien hebben. Om wat wij wel gedaan hebben. Wat dan? Dat is nu net het probleem. Wat in je dode hoek zit zie je per definitie niet. Je kunt soms een vermoeden hebben. Misschien de duizenden abortussen per jaar in ons werelddeel. Misschien de op hol geslagen seksuele moraal. Misschien de onwellevendheid en grove taal, tot in boektitels toe.

Dat lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar zo verging het ons ook tot voor kort: we hadden geen besef dat geweldteksten in de Bijbel nog eens zoveel verzet zouden oproepen. We hebben onze achterkleinkinderen nodig om van bril te wisselen. Omdat weinigen hun achterkleinkinderen zien, maken we van dat proces altijd maar een klein stukje mee. Dat mag Verhulst wel wat voorzichtiger maken.

Ik vind het boek vooral geschikt voor theologen. Die kunnen zich na lezing ervan realiseren hoe bepaalde delen van de Bijbel overkomen op mensen die het boek zonder veel kennis van zaken lezen. Uitleg dus graag!

Dat Verhulst de druk opvoert is ook nog op een andere manier nuttig. Theologen horen het geweld in hun gezaghebbende teksten te duiden en onschadelijk te maken. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door geweldteksten op te vatten als metaforen van een spirituele en morele strijd. Zo heeft de grote theoloog van de Oude Kerk, Origenes, het gedaan: de Kanaänieten die uitgeroeid moesten worden zijn de ondeugden die in het mensenhart huizen. Het rabbijnse jodendom heeft zijn bronteksten ook op deze manier veiliggesteld.

Het kan ook via de historische lijn. Dit essay is daar een proeve van: begrijpen hoe men tot gewelddadige uitspraken en praktijken is gekomen. Ik meen te mogen zeggen dat jodendom en christendom enige vorderingen op dit punt hebben gemaakt. Het zwakke punt blijft de islam. Natuurlijk zijn er ook daar theologen die de spirituele lijn vertegenwoordigen en stellen dat de eigenlijke jihad een geestelijke strijd is. Maar het blijkt onvoldoende te zijn om het massale geweld van radicale moslims in te dammen. Hoe komt dat? Zit het geweld daarvoor toch te diep in het hart van de islam? Vraagt een vredelievende revisie van de islam ook niet het bijna onmogelijke van moslims: een kritische revisie van Mohammed die een dubieuze combinatie van functies praktiseerde: religieus én politiek én militair leider? Zeg maar: godsdienst en geweld. En is een herbezinning mogelijk op het historische plaatje dat veel moslims koesteren: het militaire succes van de islam in de eerste eeuwen na Mohammed als blijk van eigen religieuze superioriteit? Hoever willen moslims, ook niet-fundamentalistische moslims, in deze revisie gaan?

Maar ook in synagoge en kerk is nog wel wat te doen. Laten theologen en dominees ophouden te verdedigen wat niet verdedigd kan worden. Erken dat er voor het uitroeien van een heel volk maar één passend woord is, het g-woord. Draag duidelijk de overtuiging uit dat het nooit Gods wil kan zijn dat grote mannen met hun wapens zuigelingen en kinderen doden. Geef toe dat de bijbelschrijvers mensen van hun tijd waren, die veel van hun ideeën en beseffen deelden met de volkeren rondom hen, met Egyptenaren, Babyloniërs en Filistijnen. Accepteer dat de Bijbel een boek is waarin naast de stem van God ook vele menselijke en kleinmenselijke stemmen hoorbaar worden.

Alleen dan kunnen we als kerk en theologie aan onze geseculariseerde samenleving de vraag stellen: zou het kunnen dat te midden van deze gewelddadige stemmen ook een andere stem hoorbaar wordt, die van de Ene, om het met Pieter Oussoren te zeggen, de God bij wie onze humaniteit gewaarborgd is? Bij wie vreemdelingen, weduwen en wezen veilig zijn. De menselijkheid waar ook het Oude Testament over spreekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden