Voor duurzame innovatie is politieke moed nodig

Het energiebeleid van de overheid ondersteunt vooral gevestigde belangen. Daardoor krijgt duurzame innovatie nauwelijks een kans, stelt Yoram Krozer.

Nederland scoort hoog qua innovatie en laag in duurzaamheid op de Europese ranglijsten. Dat lijkt vreemd, want duurzaamheid en innovatie en het succes daarvan gaan meestal samen. Wat is er toch mis met de Nederlandse duurzame innovatie? Bij zaken van algemeen belang beslissen bestuurders, managers en ambtenaren met hun adviseurs bij voorkeur risicoloos, namelijk tegemoetkomend aan de sterkste lobby van gevestigde deelbelangen.

Innovaties komen niet vanzelf tot stand, want hun kosten zijn hoog en baten onzeker. Noodzaak is de moeder van innovatie, zong Frank Zappa in de jaren zestig van de vorige eeuw. Onderzoek geeft hem gelijk. Het toont ook aan dat instituties ertoe neigen een 'vaderrol' te vervullen. In deze rol beschermen ze de gevestigde deelbelangen waarvoor innovaties bedreigend zijn, zelfs als het algemeen belang hieronder lijdt.

Zo was Nederland in de laatste decennia van de vorige eeuw nog wel een koploper op het gebied van duurzame innovatie. Die positie was in de eerste plaats te danken aan de massale, actieve milieubeweging die een stevig en nieuw beleid uitlokte. De liberale ministers Leendert Ginjaar, Pieter Winsemius en Ed Nijpels maakten verdienstelijk gebruik van het zo ontstane gevoel van urgentie door met milieuwetten innovaties bij de industrie af te dwingen.

Uitstel na uitstel
Het opkomende neo-liberalisme in de jaren negentig heeft echter, zonder adequaat weerwerk van de daaropvolgende drie sociaal-democratische milieuministers, de effectiviteit van deze wetten danig ondergraven. Vrijwillige afspraken kwamen in zwang. En ofschoon deze keer op keer niet werden nageleefd, zijn convenanten met belangenorganisaties nu nog steeds standaard in het Nederlandse beleid. Kon men hier eerst nog aan kinderziektes denken, gaandeweg is dit wishful thinking gebleken, want professionele lobbies omzeilden wetten en stelden de afgesproken maatregelen uit op gebieden als verpakkingen, oplosmiddelen, mest en, heel recent, duurzame energie.

Het ene na het andere beleidsconcept is ondertussen bedacht om dit vrijblijvende bestuur te rechtvaardigen. Eerst zou 'zelfregulering' goedkoper zijn. Dan zou 'regie' en hierna 'processturing' door belangenorganisaties nodig zijn om de terugtreding van overheid te compenseren. Nu is 'transitiemanagement' het cachet voor de participatie van belanghebbenden.

De werkelijkheid is echter nogal banaal, want ondanks al deze beleidsconcepten beslissen in de praktijk daadwerkelijk maar enkele dominante belangenorganisaties over de uitkomsten, zoals de grote energiebedrijven bij de 'energietransitie'. Profijt van een dergelijk vrijblijvend bestuur trekken vooral de bestuurders en managers, met hun consultants en accountants in het kielzog: de transactiekosten van het milieubestuur zijn sinds 1990 bijna verdrievoudigd. De verliezers zijn in dit geval duurzame ondernemers en vaklui, omdat de uitgaven voor milieu-innovatie stagneren.

Steun aan fossiel
Zo ondergraaft de Nederlandse overheid duurzame innovatie en blijft zij de gevestigde belangen ondersteunen, bijvoorbeeld die in de fossiele energie met 4,4 miljard euro per jaar fiscale steun. Dit is natuurlijk dodelijk voor de potentiële innovatoren in duurzaamheid. En anders dan de industrielobby dacht, verliest de Nederlandse industrie als geheel zo de concurrentieslag om de toekomst. Daarentegen worden duurzame innovatoren in andere landen steeds sterker, zowel elders in Europa als in Brazilië, China, Korea en andere opkomende economieën.

Met sterke creatieve en kennisintensieve midden- en kleinbedrijven zou duurzaam innoveren Nederland nog steeds uit de crisis kunnen helpen, want er opereren hier letterlijk duizenden ondernemingen die het potentieel hebben om hun producten en diensten sterk te enten op de verbetering van sociale verhoudingen en het milieu.

Maar om duurzaam te innoveren, is wel een rechtvaardige overheid nodig. Dat is een overheid die gelijke kansen voor alle belanghebbenden schept en de betrokken bestuurders en managers bij de overheid en bedrijven voor het nakomen van afspraken persoonlijk aansprakelijk stelt. Alleen dan krijgen de bestuurders en managers die wel het risico nemen om duurzame innovaties te stimuleren een steviger grond onder de voeten. Om zo'n rechtvaardige overheid af te dwingen, is vooral politieke moed nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden