Voor duurzaam hout bestaat een markt

GURUPA - Domingoz Ramos Numez is trots op zijn dorp. Ruim honderdzestig congresgangers zijn in Gurupa neergestreken om te praten over de commercialisering van producten uit het regenwoud. Vijf dagen voelt Gurupa zich het centrum van de wereld. Eindelijk een kans voor het dorp van 19 000 inwoners en de 5000 inwoners van de omliggende gemeenschappen om de anonimiteit aan de oevers van de Amazone te ontstijgen.

In de kleine haven ligt het schip waarmee de internationale gasten van over de hele wereld, van Vietnam tot de Filippijnen en van Kenia tot Costa Rica, uit de Braziliaanse havenstad Belem zijn aangevoerd. Dertig uur hebben de congresgangers er over gedaan om Gurupa te bereiken, de nacht broederlijk en zusterlijk naast elkaar doorbrengend in een hangmat. Domingoz voelt zich gevleid dat hij de internationale gasten het woud in mag sturen om daar, met een meetlat in de hand, te oefenen in het inventariseren van de bomen.

Het is voor het eerst dat Domingoz het grote passagiersschip in de haven ziet liggen, normaal vaart het in hoog tempo voorbij het onbeduidende Gurupa. De kleine bewoner uit de gemeenschap Nossa Senhora de Nazaré do Rio Jocajó hoopt dat na het schip vele andere schepen zullen volgen om de palmharten, de bosvruchten en het hout op te halen die de bewoners van Gurupa uit het zompige Amazone-woud halen. Misschien dat zijn gehucht dan ook in aanmerking komt voor een paar uurtjes elektriciteit en een waterleiding.

Hoe kun je producten die op een duurzame manier worden verzameld aan de man brengen? Op welke manier vinden kleine producenten die overal ter wereld leven van de bos-producten, aansluiting bij de reguliere verkoopkanalen? Is hun brood niet het beste medicjn tegen het verdere kappen van de wouden? Dat zijn de vragen waarover de congresgangers zich vijf dagen buigen. Wat de gasten bindt, is de zorg voor het woud. Wat scheidt zijn de vele dubbele agenda's en de cultuurverschillen die de gasten en organisatoren met zich meebrengen.

Vijf dagen Gurupa leert dat economische modellen alleen onvoldoende zijn om bruggen te slaan. Bescherming van het regenwoud is meer dan kappen met kappen. Conserveren is zorgen dat de mensen aan de bosranden voldoende inkomsten krijgen om niet te bezwijken voor de prijzen van de zagerijen die zich niet bekommeren om een zeldzame boom. Het bos in stand houden is vooral een kwestie van begrijpen hoe de belangen liggen. Niet alleen een zaak voor economen, maar ook voor sociologen en antropologen. Het verloop van de conferentie is wellicht wel het beste bewijs voor die stelling.

Het werk van de ruim tachtig dorpsbewoners - kookploegen, bewakingseenheden, mensen die voor de huisvesting zorgen en de satellietverbinding - wordt bijna teniet gedaan door onmin in de groep van vier organisatoren. Het congres is een moedig initiatief van Icco, de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking uit Zeist. Het Nederlandse adviesbureau TME, gespecialseerd in de relatie tussen milieu en economie, heeft de voorstudies gedaan. En de Braziliaanse organisaties Fase - sociale ontwikkeling en onderwijs -, en de Cut, de grootste vakbondsfederatie van het land, verzorgen met de bewoners van Gurupa de organisatie ter plekke.

Fase haalt bijna de hele consultatie onderuit. Van begin af aan probeert de Braziliaanse niet-gouvernementele organisatie het eigen gedachtengoed bovenaan de agenda te plaatsen. Het gedrag van de medewerkers van Fase is in de Braziliaanse verhoudingen wellicht verklaarbaar, maar de houding staat haaks op het thema van de conferentie. Fase drukt de eigen naam vier keer groter op de uit te reiken zak met handdoek en hangmat dan de drie andere partners. Icco dwingt de organisatie om dat ongedaan te maken en een blauwe waas siert nu de plek waar Fase zich al te nadrukkelijk manifesteerde.

In plaats van contacten te leggen tussen Nederlandse houthandelaren en inkopers van fruit en palmharten, vermoeit Fase de congresgangers met een verklaring die evenveel gebakken lucht bevat als het regenwoud vocht rijk is. Uren worden er besteed aan een verklaring waarin wordt opgroepen het debat over het regenwoud toch vooral te zien in het kader van een discussie over duurzaamheid in het algemeen. En het procedureel geneuzel over het instellen van een internationaal forum dat producenten en hun afnemers bijeen moet brengen is groot. En dat terwijl dat forum nu juist op verzoek van en betaald door Icco en de Nederlandse belastingbetaler aan de broeierige oevers van de Amazone is neergestreken. De verklaring, waaronder afgezien van drie Costaricanen alleen Brazilianen hun handtekening zetten, eindigt met het cliché der cliché's: denken over de duurzaamheid van het tropisch regenwoud is denken aan het leven op de planeet.

Ook een directeur van het Nederlandse bedrijf TME vernielt door gebrek aan respect bijna het hele project en dus ook het goede werk van zijn collega's. De man drinkt te veel en praat te vaak over zijn amoureuze dwalingen door de haven van Gurupa. Tijdens een dronken bui beledigt hij een medewerker van Fase, waarop die organisatie weigert verder mee te werken aan de net begonnen conferentie. Achter de schermen, onvertaald door de twee ingevlogen tolken, wordt heel wat weggemasseerd om de gespannen verhoudingen weer op werkbaar niveau te krijgen.

En dan is er nog het conflict rond het Nederlandse Tweede-Kamerlid voor de VVD, J. Klein Molenkamp. Hij stelt zich principieel op en wenst de reis naar Gurupa zelf te betalen, al was het maar om later lastige vragen van de oppositie over de besteding van belastinggeld te voorkomen. Dat principe komt danig onder druk te staan als blijkt dat vijf uur vliegen boven de Amazone in een vierpersoons vliegtuigje evenveel kost als een retourje Schiphol-Belem. Icco heeft hem onvoldoende ingelicht over de kosten van de reis, is het commentaar van het Tweede-Kamerlid. De organisatie bestrijdt dat. Icco lost de zaak op door te verklaren dat Klein Molenkamp te gast is vanaf Belem, een voorbeeld van Braziliaans improvisatievermogen gekoppeld aan Hollands pragmatisme.

Maar er zijn natuurlijk ook succesjes te melden. De Nederlandse houthandelaren Herbert Reef en Chris van der Goot, van respectievelijk Houthandel Reef uit Sint Goor en EHM uit Nieuwerbrug aan de Rijn, geven een intentieverklaring af dat zij hout zullen afnemen uit een gebied van 7000 hectare in de buurt van Gurupa. Ze zijn tevens bereid om met de lokale producenten expertise uit te wisselen en hulp te bieden bij het certificeren van het hout. Aan duurzaam vergaard hout is een groot tekort, redeneren beide handelaren en elke afspraak die zij over gecertificeerd hout kunnen maken, is er een. Beiden zijn er heilig van overtuigd dat er een markt is voor duurzaam geproduceerd hout, mits de kwaliteit maar goed is. Veel Nederlandse gemeenten willen hun oevers tegen het water beschermen met duurzaam tropisch hardhout, maar dan moet het wel geleverd kunnen worden, houden zij hun gehoor voor.

Nog maar al te vaak moeten de beide houthandelaren constateren dat de kleine producenten in de wouden containers hout versturen waarvan tientallen procenten weggegooid kunnen worden. Net als Van der Goot en Reef is ook De Graaf, eigenaar van tuinmeubelenfabrikant Johns Garden Furniture, ervan overtuigd dat er geen weg terug is. Nu nog is zijn brochure gevuld met slechts een lijn meubelen die gefabriceerd is met duurzaam hardhout. Maar over enkele jaren moet de hele folder daarmee gevuld zijn. Niet alleen omdat de wouden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika daarmee gediend zijn, maar vooral ook omdat er simpelweg markt is voor die producten.

De banken, vooral de Braziliaanse, hebben het tijdens de eerste dagen van de consultatie hard te verduren. Hun vertegenwoordigers wordt verweten weinig oog te hebben voor de kleine boeren in het stroomgebied van de Amazone. Even dreigt Willem Bakker, directeur van Rabobank Brazilië, dezelfde behandeling te krijgen. Zijn bank zal geen zaken doen met de kleine boeren. Maar als telg uit een geslacht dat is opgegroeid met de coöperatieve gedachte heeft hij wel degelijk iets te bieden. Rabobank heeft een fonds dat helpt bij het opzetten van spaar-en kredietsystemen.

Altemir Tortelli, bestuurslid van de Cut, omarmt het idee. Wellicht dat straks met hulp van de Rabobank overal in het Amazonewoud kleine coöperatieve bankjes kunnen ontstaan. Bankjes die later een partij moeten worden voor de grote banken, zoals de Wereldbank en de Interamerikaanse ontwikkelingsbank. Nu nog ontbreken vertegenwoordigers van die instituten op het congres.

Wat volstrekt duidelijk wordt tijdens het congres is dat hulporganisaties als Fase, die zich primair richten op armoedebestrijding en scholing, niet de geëigende kanalen zijn om producten te 'vermarkten'. De Amerikaan Jason Clay, lid van het Wereldnauurfonds en voorzitter van het congres, weet uit eigen ervaring dat het bij dat type organisaties ten enenmale ontbreekt aan commerciële kennis. De door Fase ontketende sfeer dat het westen maar een forse premie moet betalen voor de bosvruchten, tempert hij.

Consumenten in Europa en Noord-Amerika willen wel een bonus betalen voor duurzame producten, maar toch echt niet meer dan vijf tot tien procent. De typische keurmerkproducten, zoals de Max-Havelaar koffie, komen niet verder dan een marktaandeel van een of twee procent. De producten zullen vooral op kwaliteit en exclusiviteit hun weg naar de markt moeten vinden. En dat betekent marketing bedrijven.

Mocht Domingoz Ramos Numez geld willen verdienen aan het woud, dan moet hij leren dat je de Amerikaanse consument leert kennen door te kijken naar wat er op zijn ontbijtbord ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden