Interview

Voor deze studenten is Turkije een droomland

Tajik Haydar (links), journalist Melvyn Ingleby (midden) and Abadurahman Naser (rechts) op het dak van het taalcentrum.Beeld Arnaud Andrieu voor Trouw

Als een van de weinige westerse leerlingen in zijn Turkse taalklas merkt correspondent Melvyn Ingleby hoe anders zijn klasgenoten tegen Turkije aankijken. Ze zien het om allerlei redenen als het land waar ze hun dromen kunnen verwezenlijken.

Als correspondent in Turkije lijkt het uur U vaak nabij. Dagelijks dwalen gesprekken tussen collega's af naar opgesloten journalisten, geweld in het zuidoosten van het land of de zoveelste diplomatieke rel met Europa. Maar wanneer ik 's ochtends mijn Turkse les binnenstap, zie ik een andere werkelijkheid. Voor mijn medestudenten is Turkije juist een droomland.

Uit de hele wereld komen ze, de leerlingen van het talencentrum van de Universiteit van Istanbul. Velen zijn gevlucht uit oorlogsgebieden in Syrië of Irak, anderen jagen in Turkije puur hun ambities na. In mijn klasje alleen al zijn twaalf landen vertegenwoordigd: Iran, Afghanistan, China, Tadzjikistan, Kosovo, Palestina, Jordanië, Marokko, Libië, Irak en Syrië. In de pauze drinken we koffie met studenten uit Kameroen, Algerije, Somalië of Senegal. De voertaal tussen buitenlanders is hier niet Engels, maar Turks of soms Arabisch.

Zo'n 40 procent van de studenten in het taalcentrum krijgt een beurs van de Turkse overheid. Via het in 2011 door de AKP-regering opgerichte Türkiye Burslari-programma (Turkije-beurzen) ontvangen buitenlandse studenten tussen de 600 en 3000 lira per maand (150 tot 750 euro) om in Turkije een bachelor, master of promotietraject te doen. Daarbovenop krijgen de beursstudenten gratis Turkse les, accommodatie en gezondheidszorg.

Het programma is razend populair. In 2011 meldden zich 8000 kandidaten aan, in 2016 waren dat er ruim 120.000. Studenten uit alle landen kunnen zich aanmelden, maar er zijn speciale programma's voor Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten. Daarin schuilt ook de denkwijze van de AKP-regering, die haar identiteit steeds meer ontleent aan een kritische houding tegenover het Westen en Turkije's invloed in de rest van de wereld juist wil versterken.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Edona Dobraj (links), Tajik Haydar (midden) en een Jordanese student leren Turks in het taalcentrum. Beeld Arnaud Andrieu voor Trouw

Andere sociale werkelijkheid

En dus ben ik een van de weinige westerlingen op de taalschool. Dat merk je. Niet alleen wanneer de leerlingen rustig doorstomen bij Turkse woorden van Arabische oorsprong of hun hoofd breken over Franse leenwoorden als empati, depresyon of alerji. Maar juist ook in de onuitgesproken dingen: de eindeloze begroetingen aan het begin van iedere les, de afstand tussen jongens en meisjes, het stiekeme geflirt ertussendoor, het vasten tijdens de ramadan, de relatieve welvaart die Turkije vertegenwoordigt in de ogen van veel studenten, de vanzelfsprekendheid van de islam.

Dat is een totaal andere sociale werkelijkheid dan die waarin ik me meestal bevind. Het netwerk van westerse journalisten in Turkije bestaat grotendeels uit mensen met een seculiere en op het Westen georiënteerde blik voor wie oppositie tegen de regering een gegeven is geworden. Uiteraard zijn daar zeer goede redenen voor, maar die worden niet altijd uitgesproken. Men weet gewoon van elkaar dat je in 'hetzelfde kamp' zit.

In mijn Turkse les is het net zo, maar dan omgekeerd. In de aanloop naar het Turkse referendum in april deelden mijn klasgenoten filmpjes in onze whatsapp-groep waarin ze stralend hun steun voor president Erdogan uitspraken. Dat was voor hen net zo vanzelfsprekend. Het sombere beeld dat Europa van Turkije's huidige koers heeft, wordt door grote delen van de wereld niet gedeeld.

Eerder dan een verschil in specifieke politieke opvattingen, gaat het hier vooral ook om een verschil in levensverhalen. De culturele achtergrond, plaats in de wereld en religie van mijn medestudenten zijn bepalend voor hun blik op Turkije. En daarmee ook voor de manier waarop Turkije zichzelf ziet. Want dit is precies de groep mensen aan wie Turkije zijn zelfbeeld op het internationale toneel steeds meer ontleent.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Abadurahman Naser Beeld Arnaud Andrieu voor Trouw

Abadurahman Naser (28) Komt uit Afghanistan, in Turkije sinds oktober 2016

Abadurahman is de vader van de klas. Hij is altijd op tijd, haalt de hoogste cijfers en geeft economie-bijles aan een klasgenoot uit Tadzjikistan. Volgens de Afghaan heeft hij dat te danken aan zijn geloof. "De islam is essentieel voor een succesvol leven."

Iedere dag reist Abadurahman drie uur op en neer vanuit zijn huis in de buitenwijk Kartal naar het taalklasje. "Om half vijf 's ochtends gaat de wekker. Vervolgens ga ik om vijf uur naar de moskee. Het ochtendgebed is psychologisch het belangrijkst, want het geeft structuur aan je dag. Eenmaal thuis lees ik eerst een kwartier uit de Koran, daarna ontbijt ik met mijn vrouw. Om zeven uur ga ik de deur uit, zodat ik om half negen in de les zit."

Abadurahman woont zo afgelegen, omdat zijn broer in Kartal werkt. "Hij is hartdokter. Dat is een heel erg goede baan, maar hij krijgt de helft van wat Turkse artsen verdienen." Daar klaagt de familie niet over. "Ik kan hier wonen dankzij het salaris van mijn broer. De situatie voor Afghanen is hier uitstekend in vergelijking met Iran of Pakistan."

Zelf heeft Abadurahman bouwkunde gestudeerd en is hij net vader geworden. In september hoopt hij een masteropleiding te beginnen in Istanbul, daarna wil hij terug naar Afghanistan. "Het onderwijssysteem is goed en eerlijk hier, in Afghanistan moet je altijd de juiste connecties hebben. Ik had ook naar India kunnen gaan, dat is goedkoper. Maar met een Turks diploma kom je veel verder."

De Afghaan is kritisch over westerse buitenlandse politiek en ziet in Turkije een voorbeeld van een succesvol islamitisch land dat een onafhankelijke lijn durft te trekken. "Erdogan is een sterke leider die veel voor zijn land heeft bereikt."

Abadurahman leest Turkije door de bril van zijn geloof. In de whatsappgroep van het klasje deelt hij dagelijks een selectie koranteksten in het Turks, en wat voor een westerling conservatief lijkt, is voor hem vooruitstrevend. "In Turkije zijn er gescheiden gebedsruimten zodat zowel mannen en vrouwen naar de moskee kunnen komen. In Afghanistan is dat niet zo, dus blijven de vrouwen thuis."

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Roméo Saangouana Beeld Arnaud Andrieu voor Trouw

Roméo Saangouana (28) Komt uit Kameroen, in Turkije sinds november 2016

Roméo blaakt van ambitie. Hij draagt een stropdas, deelt graag visitekaartjes uit en laat terloops de namen van zijn diplomatieke connecties vallen. De tijd dat het Westen het wereldtoneel beheerste komt volgens hem ten einde. "Turkije en Afrika kunnen op elkaar bouwen."

In een marmeren bibliotheek nabij de Galata-toren werkt socioloog Roméo aan zijn Turkse woordjes. De verwachtingen liggen hoog, want Roméo is één van de vijftien topstudenten die door het Turkse ministerie van buitenlandse zaken is uitgekozen voor een diplomatiek georiënteerd uitwisselingsprogramma: KATIP. "Ze zoeken natuurlijk studenten met een netwerk die in hun eigen land een goed woordje kunnen doen over Turkije. Je komt het programma alleen binnen met de aanbeveling van de Turkse ambassadeur."

Bijna de helft van de KATIP-studenten komt uit Afrika, slechts één is Europees. Roméo weet waarom. "Turkije zoekt nieuwe partners op het wereldtoneel. De banden met het Westen zijn niet geweldig, want de westerse media zetten Turkije voortdurend in een kwaad daglicht."

In de laatste acht jaar groeide het aantal Turkse ambassades op het continent van 12 naar 39. "Turkije maakt een sterke groei door, daar kan Afrika van profiteren," verklaart Roméo. "Bovendien proef je in de banden met de Turken niet de neerbuigende houding van de Europeanen. Dit taalprogramma is misschien een vorm van 'soft power', maar dat zachte is niet onbelangrijk voor landen die de 'hard power' van Europa hebben ondergaan."

Volgens Roméo blijft zijn blik op Turkije onafhankelijk: "Dat is mijn lot als socioloog." Ondertussen laat hij echter trots de foto's zien van zijn reisjes door het land en ontmoetingen met ministers. Alle kosten worden gedekt door de Turkse regering. Op de achtergrond van zijn telefoon schudt Roméo de hand van de Turkse ambassadeur in Kameroen.

De politieke ontwikkelingen in Turkije bekijkt Roméo zakelijk. "Ieder land valt wel iets te verwijten. Mij gaat het om economische samenwerking."

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Sham Mdalaleh Beeld Arnaud Andrieu voor Trouw

Sham Mdalaleh (19) Komt uit Syrië, in Turkije sinds juni 2013

Sham is het meisje dat in de pauze liever in het klaslokaal blijft om te lezen. Ze is overtuigd dat het leven voor Syrische vluchtelingen in Turkije beter is dan in Europa. Goedkeurend citeert ze haar favoriete Turkse schrijver Elif Safak. 'Istanbul is het land van mensen zonder land'.

Vier jaar geleden zwom Sham met haar familie langs de Syrische kust om Turkije te bereiken. Het Assad-regime had haar oom vermoord en was uit op haar vader. Eenmaal aan land in de Turkse grensprovincie Hatay had ze het gevoel dat ze nog gewoon in Syrië was. Ook in monsterstad Istanbul vond Sham een vertrouwde omgeving. "Al mijn vrienden hier zijn Syrisch."

Veel van haar vrienden vertrokken echter naar Europa. "Mijn beste vriendin woont nu in Nederland," vertelt Sham, terwijl ze in haar telefoon naar een plaatsnaam zoekt. "Iets met 'hoof'. Hoofddorp? Ja, daar dus. Het is er niet zo leuk geloof ik. Ze leert Nederlands, maar zegt dat het een heel moeilijke taal is. Bovendien zijn de mensen kouder in de omgang. Ze voelt zich verschrikkelijk eenzaam, maar komt me hopelijk deze zomer opzoeken in Istanbul."

Volgens Sham verloopt de integratie in Turkije een stuk soepeler. "Het zijn moslims, net zoals wij. Turkije is een beetje onze beschermheer geworden. We houden van de Turken en volgens mij houden ze ook van ons. Natuurlijk is er soms racisme, dat bestaat overal. Maar je voelt je hier tenminste niet constant een vluchteling."

Zo voelt Sham zichzelf ook niet. Eerder is ze tijdelijk op bezoek in Turkije. Na de Turkse les hoopt ze diëtiek te studeren aan een Turkse universiteit, om vervolgens naar Syrië terug te keren. Nu al bezoekt ze soms de Syrische stad Idlib om daar vrijwilligerswerk te doen. Stralend laat ze een foto zien van zichzelf in een klasje vol kinderen. "We helpen ze om de oorlog te vergeten. Daarom wil ik zo snel mogelijk terug naar Syrië."

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Beeld Arnaud Andrieu voor Trouw

Edona Dobraj (18) Komt uit Kosovo, in Turkije sinds oktober 2016

De blikken van de jongens in de klas dwalen vaak af naar Edona, het Europese moslimmeisje zonder hoofddoek. Eerst dacht ze dat Turkije te conservatief zou zijn voor dat soort flirtpartijen, maar inmiddels weet ze beter. "Turkse meisjes dragen een hoofddoek, maar er wordt hier net zo hard gefeest."

Servische soldaten stonden buiten het ziekenhuis waar Edona geboren werd. Veel meer herinnert ze zich niet van de Kosovo-oorlog. Wel blijft het conflict tussen de islamitische Kosovaren en christelijke Serviërs bepalend voor haar beeld van Turkije, één van de eerste landen die in 2008 het onafhankelijke Kosovo erkende. "Turkije is een grote moslimbroer voor ons. In Kosovo houdt iedereen van Erdogan."

Tegelijkertijd bestaat er ook argwaan richting Turkije, de vroegere Ottomaanse overheerser. Volgens Edona kijken Kosovaren daarom graag op Turkije neer. "We zien onszelf als een moderner soort moslims. Mijn ouders wilden niet dat ik hierheen kwam, omdat ze bang waren dat ik zou islamiseren."

Inderdaad begon Edona in Turkije meer rond te snuffelen in haar geloof. Ze las vaker de Koran en leerde van haar Egyptische kamergenootje hoe je op de juiste manier moet bidden. Een echte pro is ze nog niet. "Het was hilarisch toen we naar de Fatih-moskee gingen", lacht ze. "Iedereen ging ineens naar de grond, terwijl ik nog overeind stond."

De 18-jarige is vooral met andere dingen bezig. Ze heeft ontdekt dat onder die Turkse hoofddoekjes ook het nachtleven van Istanbul schuil gaat. "Geloof me, Turken zijn echt niet zo kuis", vertelt ze roddelend. "Ze vragen mij altijd of ik wel moslim ben omdat ik make-up en skinny jeans draag, maar ze daten zelf ook gewoon. Er wordt hier meer gedronken dan in Kosovo. Vooral de Arabische meisjes die hierheen komen, die gaan helemaal los."

Zelf moet Edona het rustiger aan doen. Ze wil in Istanbul blijven om te studeren, maar dat kan alleen als ze de strenge toelatingsexamens haalt. "Mijn droom is om schilderkunst te studeren aan de Mimar Sinan Universiteit. Iedereen in Kosovo weet hoe goed Turkse universiteiten zijn."

Lees ook de reportage van Melvyn Ingleby over de herdenking van de mislukte couppoging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden