Voor derde man op iconische foto kwam eerherstel te laat

black power | Twee zwarte Amerikaanse hardlopers die op de Olympische Spelen van 1968 hun vuist balden tegen discriminatie zijn nu ontvangen door president Obama.

Na bijna een halve eeuw wachten werden ze deze week voor het eerst uitgenodigd in het Witte Huis bij president Barack Obama: Tommie Smith en John Carlos. De twee voormalige hardlopers werden wereldberoemd toen ze op de Olympische Spelen in Mexico-stad in 1968 tijdens de medailleceremonie van de 200 meter hun vuisten in de lucht staken tegen discriminatie en ongelijkheid. De foto van de mannen met de gebalde vuist, destijds het symbool van de Black Power-beweging, groeide uit tot een van de meest iconische beelden in de olympische geschiedenis.

Bijna een halve eeuw na dato zijn de twee in ere hersteld, in een periode waarin sport opnieuw politiek is geworden met atleten die uit protest tegen raciale ongelijkheid weigeren te gaan staan bij het spelen van de 'Star Spangled Banner'. American footballspeler Colin Kaepernick begon er een maand geleden mee, toen hij bleef zitten terwijl het Amerikaanse volkslied klonk.

De gebalde vuisten in het roerige 1968, het jaar dat Martin Luther King werd vermoord, werden niet getolereerd. Politieke uitingen zijn verboden op de Spelen. Smith en Carlos werden uit het olympisch team gezet en bij thuiskomst verguisd. Dat gold ook voor de derde man op de foto: Peter Norman. Hij kwam er van af met een boete, maar werd in Australië, waar de Aboriginals destijds pas drie jaar stemrecht hadden, vol afschuw bekeken. De winnaar van het zilver speelde ook een rol bij het protest, zij het een bijrol.

Op 16 oktober 1968 vraagt Norman op weg naar de medailleceremonie aan Smith en Carlos, die hun plan aan het beramen zijn, of hij zijn steun kan betuigen. Dat doet hij door een button van het Olympisch Project voor Mensenrechten op te spelden, een Amerikaanse organisatie die een jaar eerder werd opgericht om te protesteren tegen de rassenstrijd in Amerika en andere landen zoals Zuid-Afrika. Smith en Norman dragen die ook. Norman zou de twee zelfs hebben aangeraden om de zwarte handschoenen te delen, omdat Carlos zijn handschoenen in het atletendorp was vergeten. Om die reden steekt Smith tijdens het spelen van het volkslied zijn rechtervuist, gehuld in zwart leer, en Carlos zijn linkervuist omhoog. Ze staan zonder schoenen op het ereschavot, het hoofd gebogen. Hun broekspijpen zijn opgestroopt om de zwarte sokken, een symbool voor armoede, te laten zien. Om hun nek hangt een kralenketting tegen het lynchen van zwarten.

Na afloop zegt Norman op een persconferentie dat ieder mens gelijk geboren wordt en ook zo behandeld moet worden. De sprinter wordt na de Spelen in eigen land nooit meer serieus genomen. Maar hij weigert afstand te nemen van zijn daad. Het lukt de atleet niet om zich te kwalificeren voor de Spelen van München in 1972. Volgens het Australische olympisch comité zou het om een hardnekkige knieblessure gaan, maar dat heeft Norman altijd ontkend. Na zijn mislukte olympische missie zet hij gedesillusioneerd een punt achter zijn carrière, omdat hij denkt dat hij nooit meer een eerlijke kans zal krijgen. Tijdens de Spelen in Sydney in 2000 worden alle Australische oud-medaillewinnaars geëerd, maar de beste sprinter in de geschiedenis van het land - zijn nationale record van 20,06 op de 200 meter staat 48 jaar na dato nog steeds - wordt volledig genegeerd. Er is geen plek voor hem.

Als de Verenigde Staten dat doorhebben, wordt Norman door het land als eregast uitgenodigd, zodat hij het evenement van dichtbij mee kan maken. In Amerika is de publieke opinie over Smith en Carlos, die als eerbetoon bij de universiteit van San José een levensgroot standbeeld krijgen, inmiddels veranderd. Norman wacht dan nog altijd op rehabilitatie. Volgens John Carlos heeft de manier waarop Australië is omgegaan met de olympisch medaillewinnaar hem een trauma opgeleverd waar hij nooit van is genezen.

Norman blijft op een lager niveau hardlopen, maar verliest in 1985 bijna zijn been als hij zijn achillespees blesseert, waarna zijn voet aan het afsterven is. De dokter weigert zijn been te amputeren omdat 'je nou eenmaal geen been van een zilverenmedaillewinnaar afsnijdt'. Hij belandt in een rolstoel, moet langdurig revalideren, raakt aan de drank en wordt depressief. In 2006 overlijdt hij, 64-jaar oud aan een hartaanval.

Op zijn begrafenis dragen Tommie Smith en John Carlos, die altijd contact met Norman hebben onderhouden, als laatste eerbetoon zijn kist. Excuses voor de manier waarop zijn land hem heeft behandeld komen pas in 2012, als het Australisch parlement eindelijk zijn naam zuivert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden