Voor de vergeten, vermoorde kinderen

De namen en vooral gezichten van kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gedeporteerd en vermoord, laten Guus Luijters, de samensteller van In Memoriam, niet los. 'Die kinderen nemen plaats in je leven.'

Transport 49 van Westerbork naar Auschwitz, dinsdag 9 februari 1943, 1148 gedeporteerden, van wie 169 kinderen. De meesten komen uit Amsterdam, maar er zijn ook kinderen bij uit Rotterdam, Den Haag, Apeldoorn en Groningen. Achter hun namen, adres, woonplaats en geboortedatum staat steeds dezelfde vermelding: '12-02-1943 Auschwitz'. Drie dagen na vertrek uit het doorgangskamp Westerbork zijn alle kinderen vermoord in het concentratiekamp Auschwitz, Polen.

Op de droge opsomming volgen foto's van 34 van de vermoorde kinderen. De zusjes Carolina en Henriëtte Akker kijken zelfbewust in de lens. Henriëtte is een dag voor het transport 15 jaar geworden. Hanna à Cohen en haar broertje Levie poseren met hun moeder voor de fotograaf. Ze zijn zeven en twee jaar oud als ze vermoedelijk in de gaskamer van Auschwitz omkomen. De tweeling Janny en Roosje de Hoop zit mooi gekleed en vrolijk lachend op terrasstoelen. Ze zijn twaalf jaar geworden.

En zo gaat het door in 'In Memoriam; De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen 1942-1945'. De namen en gegevens van bijna 18.000 kinderen staan in het boek. Van drieduizend kinderen is ook een foto bewaard gebleven. Die maken diepe indruk, vertelt Guus Luijters, samensteller van 'In Memoriam'. Veel mensen die de tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam vooraf mochten zien, konden hun tranen niet bedwingen. "Je wordt zo verschrikkelijk met je neus op de werkelijkheid gedrukt." Medewerkers van het Stadsarchief hebben een training gevolgd om geëmotioneerde bezoekers bij te staan.

Niet eerder zijn de namen en foto's van vermoorde kinderen op deze manier vastgelegd. Hun gegevens zijn wel opgenomen in het gelijknamige boek uit 1995 en in het Digitaal Monument Joodse gemeenschap Nederland, maar alleen alfabetisch en zonder vermelding van de datum waarop ze op transport zijn gesteld naar de vernietigingskampen. "Er staan alleen maar namen. Daardoor blijft het heel abstract. In dit boek worden de 18.000 kinderen uit de abstractie van het grote getal weggetrokken en zichtbaar gemaakt. "

Guus Luijters heeft vier jaar aan het boek gewerkt. Als professioneel schrijver probeerde hij afstand tot zijn onderwerp te houden. De opzet van 'In Memoriam' is sober. De emotie die de lotgevallen van de kinderen oproepen, is in het boek zorgvuldig vermeden. De getuigenissen, transportlijsten en vooral foto's spreken voor zich. Elk van de 102 transporten vanuit Westerbork staat apart beschreven, met de feitelijke gegevens, eventuele getuigenissen over het transport, de lijst met namen en foto's van 'leuke lieve kinderen die bij die namen horen'.

"Dan raak je geheel van slag. Het was mijn bedoeling om de kinderen uit de anonimiteit te halen en zo mogelijk ook weer een gezicht te geven, maar je kunt door je eigen bedoelingen gechoqueerd worden. De impact is veel groter dan ik voorzien had. Ik ben er dieper bij betrokken geraakt dan misschien wenselijk was."

Als vijfjarig jongetje zat Luijters in 1948 bij zijn vader achterop de fiets toen ze in Amsterdam door de verlaten oude Jodenbuurt reden. "Ik vroeg: 'Waar is iedereen?' 'Weg', zei mijn vader." Het beeld van de uitgestorven buurt, als icoon van de Jodenvervolging, bleef Luijters bij. Toen hij in 1995 las over het project van Serge Klarsfeld, die in Frankrijk de namen en foto's heeft verzameld van alle gedeporteerde Joodse kinderen, vatte Luijters het plan op om voor Nederland een soortgelijk boek te maken.

Het rangschikken van de gegevens per transport biedt volgens Luijters meer inzicht in de werkwijze van de Duitse bezetter. "Het idee dat er één keer per week op dinsdag een transport plaatsvond, blijkt niet te kloppen. Er waren soms meerdere transporten per week, op verschillende dagen. Er waren grote en kleine transporten. Aan de transportlijst kun je zien of er rijke of arme mensen in de trein zaten en waar ze vandaan kwamen. Door de ordening per transport wordt een patroon zichtbaar dat tot nu toe onbekend was. Het verhaal wordt daardoor werkelijker."

De transportlijsten werden in Kamp Westerbork opgesteld door Joodse medewerkers. In sommige lijsten zijn 'opvallend veel' fouten gemaakt met geboortedata en namen. "Het jaartal 1935 werd 1933, Chaia Walvisz werd Sonja Visch. Je ziet het per lijst oplopen. Misschien heeft zo'n medewerker gedacht dat het zou helpen als hij wat aan de lijst veranderde." De lijst ging met de trein mee, maar dat was alleen maar om de passagiers gerust te stellen dat het om een 'normaal' transport ging. "Op het moment dat de trein wegreed, had de lijst geen betekenis meer. De Duitsers wilden de schijn ophouden om geen onrust te veroorzaken."

Luijters kwam voor zijn boek in contact met de jonge Aline Pennewaard die voor een eigen project bezig was foto's van Joodse kinderen te verzamelen. De samenwerking heeft geleid tot een collectie van zo'n drieduizend foto's: familiekiekjes, pasfoto's en schoolfoto's. "Of dat veel is? Je kunt ook zeggen dat de Duitsers erin geslaagd zijn om 15.000 foto's van de aardbodem te doen verdwijnen." Na het sluiten van de inzendtermijn voor het boek zijn nog zo'n 150 foto's binnengekomen. "Het blijft doordruppelen, maar heel veel meer zullen het er niet worden."

Al eerder was Luijters gebleken dat het bijzonder moeilijk is om het verhaal van een kort kinderleven te reconstrueren. Voor zijn boek 'Sterrenlied' probeerde hij meer te weten te komen over Sientje Abram, een 11-jarig meisje uit Amsterdam dat in september 1942 samen met haar moeder en haar broer Aron in Auschwitz is vergast. Veel meer dan een rijtje feitelijke gegevens over Sientje heeft Luijters niet kunnen achterhalen.

Maar Sientje is wel de 'onzichtbare vriendin' van Guus Luijters geworden in de anderhalf jaar dat hij met haar 'in gesprek' was. "Ze heeft zich als het ware een weg naar binnen geknaagd. Over twee weken is Sientje weer jarig. Voor mij wordt ze elf dit jaar, haar laatste verjaardag."

Aangedaan vertelt Luijters over Silvia Basch. Haar vader werkte voor de Joodsche Raad en kon zijn dochter aanvankelijk van de transportlijst halen. Voor zijn vrouw lukte dat niet. In september 1943 moesten Silvia Basch en haar vader alsnog op transport. "Ze was al van haar moeder beroofd en werd in Auschwitz ook nog van haar vader gescheiden. In haar eentje en nota bene op haar tiende verjaardag is ze de gaskamer ingejaagd. Zo'n beker moet dan wel helemaal leeg, denk je dan; verschrikkelijk."

Met 'In Memoriam' wil Luijters een hiaat in de geschiedschrijving en het collectieve geheugen van Nederland opvullen. De 18.000 gedeporteerde en vermoorde kinderen "waren in de vergetelheid aan het wegzakken, daarom wil ik het onzichtbare weer zichtbaar maken". In Frankrijk is op elke school waarvan leerlingen zijn weggevoerd een plaquette te vinden.

Nederland kent die traditie niet. 'In Memoriam' is daarom ook bedoeld als monument voor de kinderen die naamloos zijn vermoord en nooit een graf hebben gekregen. "Een boek dat er niet is om te lezen, maar om er te zijn."

Luijters heeft de afgelopen vier jaar veel meer materiaal verzameld dan hij in zijn boek kwijt kon. Hij hoopt nog een 'kinderkroniek' te schrijven met getuigenissen van en over kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast wil hij een website opzetten met de chronologie van maatregelen die in Nederland tot de Jodenvervolging hebben geleid.

De oorlog en in het bijzonder de gedeporteerde en vermoorde kinderen laten Guus Luijters niet meer los. Hij wordt, zoals hij het zelf zegt, door die kinderen omringd. "Dat gaat heel geleidelijk. Je ziet een naam, die komt nog eens langs, je schrijft de naam in een schriftje, dan komt er een foto van dat kind en soms ook nog een verhaal. Dan kun je zeggen dat het kind naast je heeft plaatsgenomen. Het is alsof je een baby ziet opgroeien tot een kind dat een gesprek met je voert. Op dat moment heeft zo'n kind plaatsgenomen in mijn leven."

'In Memoriam; De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen 1942-1945', samenstelling Guus Luijters, beeldredactie Aline Pennewaard; uitgeverij Nieuw Amsterdam, 994 blz., prijs 99,95 euro, ISBN 9789046812303

Expositie in Stadsarchief
Het Stadsarchief Amsterdam (Vijzelstraat 32) wijdt van 10 februari tot 21 mei een gratis toegankelijke tentoonstelling aan 'In Memoriam'. Blikvanger is een zeventig meter lange tafel met de bijna drieduizend kinderfoto's. Alle 18.000 namen zijn aangebracht op glazen wanden. In de tentoonstellingsruimte worden de verhalen van vijftien kinderen verteld, onder anderen van Sientje Abram en Silvia Basch. Meer informatie via www.stadsarchief. amsterdam.nl

De Joodse Omroep zendt zondag om 14.15 uur op Nederland 2 de documentaire 'Herinnering aan een vermoord kind' uit. De documentaire is gemaakt door Willy Lindwer.

Guus Luijters
Guus Luijters (1943, Amsterdam) debuteerde in 1972 met de verhalenbundel 'Circus Melancholia' en schreef een groot aantal biografieën, recensies en interviews.

Vanaf 1993 schrijft Luijters ook poëzie, onder meer 'Canigou en andere gedichten', 'De verdwenen stad' en 'De meisjes van de Kinkerstraat'.

Vorig jaar verscheen 'Sterrenlied', een lang gedicht waarin Luijters en de in Auschwitz vergaste Sientje Abram beurtelings aan het woord komen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden