'Voor de klas speelde ik een typetje'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk en legt de basis voor later. Cabaretier Bert Visscher (51) begon als onderwijzer. Deze week speelt hij in Carré zijn show Afijn.

"Ik was klaar met de Pedagogische Academie en wilde een uitkering aanvragen. Dat was heel normaal. Het was begin jaren tachtig, er was een flink lerarenoverschot. Ik zou gaan reizen, maar hoorde over een vacature op een basisschool in Muntendam, een klein dorpje bij Groningen. Ik solliciteerde. Deels voor de lol, deels omdat het verplicht was; anders kreeg je geen uitkering. Tot mijn grote verbazing mocht ik meteen beginnen.

Het was even slikken. Binnen een week was het gedaan met mijn leventje van flierefluiten en iedere avond in de kroeg zitten. Ik voelde me opgesloten, van acht tot vijf in dat lokaaltje. Maar het werk was leuk. Ik was de meester van het bijlesproject. 's Middags kwamen alle leerlingen die moeite hadden met een vak bij mij extra huiswerk maken. In de overige uren gaf ik les, steeds in een andere klas. Het ging me goed af. Ik was pas 21, ik zat nog ongeveer op hetzelfde niveau als die kinderen. Ik wist hoe ik ze moest aanpakken: niet te ver boven ze staan.

We maakten veel lol. Volgens mij hebben de leerlingen er ook goede herinneringen aan. In een Groningse supermarkt slaat er nog wel eens een voormalig leerling - nu in de dertig - op mijn schouders: 'Meester Visscher!' Lesgeven is een vorm van optreden, ik speelde een typetje. De strakke schema's van de school mieterde ik door elkaar. Mijn collega's vonden mij vast niet streng genoeg. Maar het moest wel leuk blijven.

Na een jaar in Muntendam vertrok ik naar een Vrije School in Groningen. Ik kreeg mijn eigen klas, met 11- en 12-jarigen. Op de Vrije School was ik het ook niet altijd eens met de leermethode. De achterstand in rekenen en taal verontrustte me. Toen ik voor het eerst een dictee afnam, dacht ik dat ze me voor de gek hielden. Dat kon toch niet! Die kinderen misten essentiële kennis. Op de vergaderingen kaartte ik dit aan, maar de andere docenten leken meer belang te hechten aan de creatieve ontwikkeling.

Ik ging er keihard tegenaan om mijn leerlingen bij te spijkeren. Je kunt de wereld wel creatief tegemoet treden, maar de basis moet ontwikkeld zijn, vind ik. Ik hield niet van die softe dingen. We moesten iedere dag beginnen in een kring, elkaars handen vasthouden en een spreuk zeggen. Nou, dat heb ik ook snel afgeschaft. De kinderen hadden trouwens de leeftijd bereikt dat zij het ook onzin vonden.

In die tijd trad ik al regelmatig op als cabaretier, toen nog in een groepje. De kinderen vonden het geweldig. Als ik 's morgens met dikke ogen de klas binnenstapte omdat ik de vorige avond had opgetreden, dan wisten zij hoe laat het was: het eerste halfuurtje mochten ze iets voor zichzelf doen. Toch kwam ik altijd op tijd. Mijn baan als onderwijzer heeft me discipline gebracht. Het is met een klas net als met theater: je kunt niet een uurtje later zijn, want er komen mensen voor jou!

Na een jaar op de Vrije School had mijn impresariaat genoeg optredens verzameld om van te leven. Tot dat moment had ik in cabaret nooit een toekomst gezien - ik dacht dat het een eeuwige hobby zou blijven. Nu moest ik het maar eens gaan proberen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden