Voor de klas leeft de docent weer op

Laat docenten, in plaats van te klagen, in de lerarenkamer bedenken hoe het anders kan. ( FOTO WERRY CRONE,TROUW) Beeld
Laat docenten, in plaats van te klagen, in de lerarenkamer bedenken hoe het anders kan. ( FOTO WERRY CRONE,TROUW)

Leraren zijn apetrots op hun vak. Maar lesgeven is ook druk, zwaar en eenzaam. Binnenkort gaat een groot deel van de oude garde met pensioen en jongeren staan niet bepaald te trappelen. In deze extra dikke Ideale Banen alles over het leraarschap. Met vier portretten van de beste docenten van Nederland.

In de klas voelt hij zich een koning in zijn koninkrijk, mijmert mbo-koksdocent Paul Laaper in Nieuwegein. „Niemand die zegt: Laaper, doe jij het wel goed? Zo lang de tent niet affikt ben ik vrij.”

Laaper is niet de enige leraar die geniet van het autonome werken in de klas. Zelf bepalen hoe je de les indeelt, een bijzondere band met je leerlingen opbouwen en hun de liefde voor je vakgebied bijbrengen – daar doen docenten het voor, blijkt uit het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onder docenten op middelbare scholen. Als het hierbij bleef, was het onderwijs een droombaan.

Maar hoe liefdevol docenten ook voor hun pupillen kiezen, ze hebben het wel zwaar. Hun baan is zo veeleisend en stressvol dat ze veel lijstjes van arbeidsproblemen aanvoeren. Burn-out komt in het onderwijs meer voor dan in welk ander beroep ook in Nederland. Op middelbare scholen krijgt een op de vier docenten op enig moment te maken met de verschijnselen, op basisscholen een op de vijf. Wat werkdruk betreft staat hun beroep boven in de toptien, en de emotionele belasting die ze ervaren is zelfs hoger dan die van de werknemers in de zorg, bij de politie of de brandweer (zie ook de grafieken op deze pagina). Kunnen ze zelf iets doen aan die demotiverende aspecten van hun werk?

„Leraren hebben al lange werkdagen”, zegt senior onderzoeker Peter Smulders van TNO Arbeid. „Met een fulltime baan werken ze 25 uur per week in de klas. Daarnaast moeten ze vergaderen, dossiers bijhouden, nakijken en lesuitval van andere docenten opvangen. Het wordt vaak avond- en weekendwerk. Hun baan is een beetje topsport.”

Dichtgetimmerde roosters en verplichte vergaderingen maken dat er weinig ruimte is om het werk zelf te regelen. Dat gebrek aan flexibiliteit vergroot het gevoel van werkdruk, weet onderzoeker Rob Vink van het IVA, een onderwijs- en arbeidsmarktonderzoeksinstituut gelieerd aan de Universiteit van Tilburg. „Scholen vergroten die druk nog door proefwerkweken te organiseren. Die zorgen voor piekdrukte vanwege al het nakijkwerk. Uit verschillende arbeidsonderzoeken blijkt dat die piekervaring zwaar meetelt in de gevoelde werkdruk.”

Zouden de leraren een beetje van hun heerlijke vakanties inleveren, dan kon het werk over meer weken per jaar uitgesmeerd worden. Flexibeler wordt het er alleen niet van, want de dwingende les- en vergaderroosters blijven.

Wie dit allemaal zo optelt, vraagt zich af waarom iemand in hemelsnaam nog voor het vak kiest. Het contact met de leerlingen is de grote beloning. „Als bevlogen leraren in de klas staan, laadt hun accu op”, zegt Annet Kil, voorzitter van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL).

Tegelijkertijd maakt het menselijk contact de baan ook emotioneel zwaar. „Dat geldt ook voor verpleegkundigen en buschauffeurs, al die mensen die werken met publiek”, zegt Peter Smulders van TNO. „Even weg mijmeren kan niet. Bovendien voelen deze mensen zich persoonlijk verantwoordelijk voor de mensen die ze onder hun hoede hebben.” Annet Kil herkent het beeld. „Niet iedereen is voor het leraarschap geschikt. Meestal zijn het mensen die erg betrokken zijn bij jonge mensen en graag het verschil willen maken in hun leven. Zij gáán voor hun leerlingen, koste wat kost. Als er door een lerarentekort dan ook nog minder docenten zijn, vangen zij alle tekorten op.”

Docenten zijn per definitie wat solistische types die graag hun eigen winkel runnen. Ze doen het liefst alles zelf. Deskundigen denken echter dat het helpt voor de motivatie als docenten meer in teamverband gaan denken. Vink: „In het onderwijs heerst nog een rigide gelijkheidscultuur. Elke docent moet van alle markten thuis zijn: lesmateriaal maken, het vak overbrengen, leerlingen begeleiden. Als een andere collega een betere leerlingenmentor is dan jij, zeg dan eens: ’Dat laat ik aan hem of haar over, dan besteed ik mijn tijd als goede vakdocent’. Nu onderbenutten scholen een deel van het talent.”

In teams kunnen leraren hun eigen specialisme hebben, vult Kil aan. „Een neerlandica die zich specialiseert in jeugdliteratuur, kan voor de hele vaksectie op school het lesmateriaal daarover ontwikkelen en haar kennis delen.”

Zo komt er een rijker carrièreperspectief in het onderwijs, en dat is hoognodig om jonge mensen binnenboord te houden. Veel oudere leraren blijven hun hele leven in het vak, voor ze gemiddeld op hun 62ste met pensioen gaan. Juist jonge docenten vallen snel uit. Zij zien het idee van ’eens docent, altijd docent’ als een bedreigende fuik en stappen vaak binnen vijf jaar over naar beroepen met meer doorgroeimogelijkheden. Alarmerend, want de komende jaren gaat ongeveer driekwart van de oude docenten met pensioen. Het maakt de werkdruk voor blijvende docenten alleen maar groter.

De overheid heeft erkend dat leraren doorgroeimogelijkheden willen hebben en stelt sinds 2007 elk jaar ongeveer vijfduizend leraarstudiebeurzen in. „Op kosten van de staat kunnen docenten een grote, meerjarige studie oppakken”, zegt Kil. „Er is meer belangstelling voor dan er beurzen zijn.”

Als er binnen scholen ruimte is voor verschillende specialismen, heeft het voor leraren echt zin om een vervolgstudie te doen: een hogere lesgraad halen ter verdieping van vakkennis (levert meteen een hoger salaris op) of een opleiding in een ander vak of in didactiek.

Maar ook in een geolied team blijven leraren er ’in de frontlinie’ alleen voor staan – dat is de keerzijde van hun geliefde autonomie voor het schoolbord. Kinderen ruiken het als ze hun vak niet beheersen of de orde niet kunnen handhaven. En ze moeten altijd à la minute hun beslissingen nemen. Ook dan helpt het overigens als zij zich gesteund weten door collega’s en als er in het team een sfeer van vertrouwen heerst.

Het belangrijkste is dat leraren zelf meer gaan nadenken en praten over hun beroep, en niet blijven roepen dat ze een speelbal zijn van de onderwijsvernieuwingen, vinden de deskundigen. In plaats van te klagen in de leraarkamer, kunnen docenten ook oplossingen zoeken. Kil: „Basisschool De Duiventil in Hoorn won vorige week een innovatieprijs met een idee ter vervanging van vergaderingen. Wie ergens over wil praten, hangt een briefje op het prikbord. Komen er reacties bij geprikt, dan gaan die docenten in conclaaf. Zo winnen ze tijd, en sluiten de gesprekken aan bij hun behoefte.”

De tijd is door het lerarentekort rijp voor meer inspraak van docenten en meer invloed op de organisatie van hun werk. Docenten vinden in de politiek inmiddels een luisterend oor. Want het vak moet aantrekkelijker worden. Vink: „Docenten moeten actief bezig gaan met de gezamenlijke ontwikkeling van hun vak, en er over nadenken. Wanneer heb je bijvoorbeeld carrière gemaakt in het onderwijs? Als je lesgeeft aan 6 vwo? Dat verdient nu het beste. Of als je de specialist bent in de begeleiding van dyslectische kinderen? Dat is voor discussie vatbaar.” Leraren zouden in hun school en beroepsgroep meer ruimte moeten claimen om grip te krijgen op hun werk, vindt Annet Kil: „Als leraren dingen doen waarin ze zelf geloven, geeft dat minder werkdruk en stress”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden