Voor de gewone man

Afgelopen zaterdagavond keek ik naar het tv-programma 'Andere Tijden', stukjes geschiedenis voor velen. In beeld Pierre Janssen, kunstkenner- en journalist uit mijn jeugd, en presentator van het onvergetelijke programma Kunstgrepen. Pierre Janssen had op een geheimzinnige wijze iets met mijn moeder te maken, hij was een generatie- en stadsgenoot en misschien wel een soort buurjongetje. Indertijd associeerde ik zijn naam met pierdun maar ik was toen nog niet in Amerika geweest. Nu denk ik eerder aan zo'n dunne opblaaspop bij Amerikaanse autodealers, die in de wind heen en weer staat te zwaaien. Zijn handen trilden enorm bij alles wat hij aanprees en zijn stem had niks van de gezaghebbende stentors waarvan men toen nog aannam dat ze de waarheid spraken. Pierre Janssen praatte over kunst, over schilderijen, beeldjes, over oude en moderne kunst, het maakte niet uit. Ik beschouwde hem als een enigszins merkwaardige maar welkome aanvulling op de afleveringen van Openbaar Kunstbezit die maandelijks bij ons in de bus vielen, reproducties van beroemde schilderijen als de Saul van Rembrandt of Dick Kets Dubbelportret van de schilder en zijn vader. Met z'n allen, Janssen, Openbaar Kunstbezit, Rembrandt en Ket, duwden ze mij de richting van de kunst uit. Pierre Janssen werd door zijn tijd- en vakgenoten niet altijd serieus genomen. Hij probeerde de man in de straat, toen nog een duidelijk herkenbare figuur, voor kunst en museumbezoek te winnen en deed dat door ze op eenvoudige wijze toe te spreken. Kunst is geen grot met ijs maar een reeks beelden voor u bedoeld, zoiets. Heel wat collega-kunstkenners vonden hem te populistisch. Mijn God, waren de populisten van nu maar zoals hij! Toen de televisie begon hadden de makers nog iets van een opvoed-ideaal in hun achterhoofd, de buis moest de mensen beter en bewuster maken. Allerlei geleerden verschenen op tv om deze schone taak te voleinden. Een kunsthistoricus moest komen vertellen dat die zalfpot op dat schilderij naar Maria Magdalena verwees, een literatuurkenner moest uitleggen wat Nijhoff met 'glycine' bedoelde. Pierre Janssen deed niet mee met dat paternalistische, enigszins elitaire gebabbel, die zat op z'n hurken en vertelde de tv-kinderen waarom ze iets leuk en mooi konden vinden. Achteraf kun je zeggen dat hij tegelijk een kind van zijn tijd en een profeet was. Kunstenaars zelf waren allang bezig de ivoren toren omver te trekken, Jackson Pollock, Karel Appel deden niet langer moeilijk over hun bedoelingen. Schoorvoetend volgde de kunstkritiek, Pierre Janssen voorop. Tegenwoordig stikt het van de laagdrempelige kunstprogramma's op tv, Jeroen Krabbé volgt empathisch Van Gogh of Picasso, Wim Pijbes wandelt door Hollandse vergezichten, Lucas de Man vraagt kunstenaars van allerlei slag vrolijk en opgewekt naar hun bedoelingen. Die culturele eenvoud begon allemaal met Pierre Janssen en is misschien enigszins uit de hand gelopen maar mij voedde hij eerlijk gezegd wel op tot kunstkijker. Dat van die zalfpot kwam ik vervolgens zelf wel achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden