Voor de eeuwigheid of de vergetelheid

Waarom laten componisten zich steeds verleiden tot het schrijven van opera's als ze er zeker van zijn dat die na een paar uitvoeringen toch op de plank belanden?

Het Holland Festival en De Nederlandse Opera hebben een mooie traditie. Elk jaar in juni proberen ze gezamenlijk een serie voorstellingen te produceren van een spiksplinternieuwe opera, vaak ook nog een wereldpremière. Je zult wereldwijd lang moeten zoeken naar operahuizen die dat op een dergelijke constante manier kunnen, dan wel wíllen evenaren. Vaak is dat een kwestie van geld, maar meestal ook van durf en verantwoordelijkheid. Je houdt de 400 jaar oude kunstvorm opera natuurlijk alleen in leven door er ook steeds iets nieuws aan toe te voegen. Men probeert dat de laatste decennia vooral te doen door al die aloude opera's opnieuw te interpreteren, tegendraads te regisseren, maar je zult er af en toe echt nieuw bloed in moeten pompen - nieuwe noten en nieuwe onderwerpen.

De jarenlange fantastische traditie in Amsterdam wordt ook dit jaar in ere gehouden. Het Holland Festival en De Nederlandse Opera bestelden een nieuwe opera bij componist Robin de Raaff en librettist Janine Brogt. 'Waiting for Miss Monroe' heet het nieuwe werk, dat gaat over film-icoon Marilyn Monroe. Komende zaterdag gaat de opera in wereldpremière. Maar of we die Monroe-opera daarna nog een keer terug zullen zien - is het een opera voor de eeuwigheid of de vergetelheid? - dat is zeer de vraag.

Want hoe mooi en prijzenswaardig de inzet van het Holland Festival en De Nederlandse Opera ook is, het probleem van nieuwe opera's - trouwens van hedendaagse muziek in het algemeen - is dat het vaak bij die ene reeks voorstellingen blijft. Nieuwe werken hebben maar moeite om door te dringen in de canon van opera's, opera's die overal en altijd opnieuw gespeeld zullen worden.

Je vraagt je af waarom al die componisten zich steeds maar weer laten verleiden tot het schrijven van opera's als ze er zeker van zijn dat die na een feestelijke premièrereeks toch meteen op de vergetelplank belanden. Een opera schrijf je tegenwoordig namelijk niet zomaar, dat kost zweet, tranen en vooral: geduld! De tijden dat ene Wolfgang Amadeus Mozart slechts in een paar maanden een meesterwerk als 'Le nozze di Figaro' op de notenbalken kalkte, liggen ver, ver achter ons. Componisten van nu zijn jarenlang bezig met hun opera's. Tussen opdracht en première ligt een wereld van afzien en lijden - de langdurige worsteling met de noten en met het idee iets origineels en aansprekends te maken, kan een hel zijn. Daarna volgt de afrekening door publiek en pers.

Rossini componeerde een ouverture voor een nieuwe opera bij wijze van spreken nog even vóór het ontbijt op de dag van de première; en was die niet succesvol, dan hergebruikte hij de beste muziek voor de volgende opera die een paar weken later alweer klaar moest zijn. Tegenwoordig gaan nieuwe opera's veelal scène voor scène, jaar na jaar, in première alvorens het hele werk te water wordt gelaten.

Maar ondanks dit alles blijft de opera aantrekkingskracht uitoefenen op componisten. Peter Schat noemde het componeren van een opera ooit 'de grootste uitdaging' voor een componist, 'een droom' zelfs. Zijn even-eens succesvolle collega Theo Loevendie daarentegen zei ooit: "Als symfonisch componist moet je zenuwen van staal hebben, maar als operacomponist zenuwen van gewapend beton."

En omdat al die componisten steeds maar willen, komen er steeds van die premières. Voor De Nederlandse Opera was het nieuwe millennium in 2000 een mooie kapstok om te laten zien dat het wat hen betreft menens was met nieuwe opera's. De overgang van het 1999 naar 2000 werd luister bijgezet door de wereldpremière van 'Writing to Vermeer' van Louis Andriessen en Peter Greenaway. En in juni van dat eerste nieuwe millenniumjaar werd 'Rêves d'un Marco Polo' van Claude Vivier met veel succes op het Holland Festival gepresenteerd.

Dat nieuwe millennium is inmiddels alweer een dozijn jaren oud. Misschien is het goed om eens een tussenbalans op te maken, een inventarisatie, en te kijken welke opera's in die twaalf jaar succesvol zijn gebleken. Zitten er wellicht blijvertjes tussen?

De componist die ons van het ene in het andere millennium loodste, is wellicht een geval apart vanwege zijn internationale status. Voor DNO schreef Louis Andriessen inmiddels 'De Materie' (1988), 'Rosa, a horse drama' (1994, reprise in 1998), 'Writing to Vermeer' (1999, reprise in 2004) en 'La commedia' (2008). Andriessen is - even los van het feit of je zijn opera's kunt pruimen - de succesvolste Nederlandse operacomponist. Zijn 'Rosa' en 'Vermeer' kregen met een reprise al een tweede kans, sommige zijn voor cd opgenomen, en dat is bijna niemand gegeven. Vóór Andriessen was dat eigenlijk alleen weggelegd voor Peter Schat ('Aap verslaat Knekelgeest' en 'Houdini') en Theo Loevendie ('Gassir, the hero').

De opera's uit het rijtje die echt aansloegen bij pers en publiek waren vooral 'Rêves d'un Marco Polo' van Vivier, 'Rage d'amours' van Zuidam, 'After Life' van Van der Aa, 'Doctor Atomic' van Adams, 'La commedia' van Andriessen en 'A dog's heart' van Raskatov. De werken van Van der Aa en Adams hebben zich, net als die van Andriessen ook al elders in de wereld bewezen, en het hilarische en geweldig inventieve werk van Raskatov zal ongetwijfeld eenzelfde weg gaan. Of de opera's de tand en de mode des tijds zullen overleven, dat is afwachten. Voor de mislukkingen uit het rijtje - die waren er natuurlijk ook - lijkt het in elk geval zeer onwaarschijnlijk dat die ooit nog eens 'herontdekt' worden om aan een tweede leven te beginnen.

Voor de muziek en de opera's van Andriessen zullen waarschijnlijk altijd weer luisteraars opnieuw geboren worden, maar de werken van zijn leerling Michel van der Aa hebben het genre pas echt wezenlijk vernieuwd. Van der Aa's 'After Life' is een volwassen opera op een volwassen thema, dat generatie na generatie zal blijven aanspreken. De ingenieuze manier waarop Van der Aa muziek, film, zang en acteren met elkaar verknoopt, heeft de term Gesamtkunstwerk een nieuw gezicht gegeven. Klaar voor de toekomst, klaar voor de canon. Dat zijn opera anders, maar evenzeer ontroert als 'La traviata' of 'La bohème' is daarbij een niet onbelangrijk gegeven. Hopelijk heeft hij in de toekomst nieuwe operaverrassingen in petto.

Operapremières
Producties van het Holland Festival en De Nederlandse Opera sinds 2000:

2000 Claude Vivier: 'Rêves d'un Marco Polo' (wereldpremière)

2001 Theo Loevendie: 'Johnny

& Jones' (wereldpremière)

2003 Peter Eötvös: 'Le balcon' (Nederlandse première)

2004 Robin de Raaff: 'Raaff' (wereldpremière)

2005 Rob Zuidam: 'Rage d'amours' (Nederlandse première)

2006 Michel van der Aa: 'After Life' (wereldpremière)

2007 Jonathan Harvey: 'Wagner Dream' (Nederlandse première)

2007 John Adams: 'Doctor Atomic' (Nederlandse première)

2008 Louis Andriessen: 'La commedia' (wereldpremière)

2009 Rob Zuidam: 'Adam in ballingschap' (wereldpremière)

2010 Alexander Raskatov: 'A dog's heart' (wereldpremière)

2011 Wolfgang Rihm: 'Dionysos' (Nederlandse première)

2012 Robin de Raaff: 'Waiting for Miss Monroe' (wereldpremière)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden