Voor boekweit moet de hei in de hens

In de serie 'De groentetuin' volgen we de tegenslagen en bescheiden succesjes van moestuinbeginneling Alma Huisken. Aflevering 14.

Er zijn zo van die gewassen waarmee je als amateur-tuinder worstelt. Ze doen het niet. Andere ontwikkelen zich dermate lusteloos dat de vraag rijst of je ze het volgend seizoen zelfs wel terug wilt zien. Gelukkig staan enkele soorten er ronduit florissant bij. In mijn tuin is dat boekweit. Althans, tot nu toe.

Ons volkstuincomplex ligt achter de duinen, op de rand van veen en zand. Als ik zou willen weten uit welke grond mijn tuin bestaat, kan ik me melden bij diverse onderzoekers, nauwelijks verhuld als producenten van de hulpstoffen beendermeel, grove mest of wormengrond. Je hoeft slechts een gevuld monsterzakje in te zenden en gratis advies zal volgen. Waarom verbaast het je niet wanneer de altruïstische bodemanalist constateert dat je zonder zijn producten geen boon, peen of pieper aan de aarde zult ontlokken? Maar de beste bemesting voor één gewas, boekweit, kan zelfs zo'n hulpstoffenboer niet leveren: daarvoor moet je de hei in de hens steken.

In het antiquarisch op de kop getikte 'Op de heide en in het veen' van Harry Wonink las ik hoe grote delen van noordelijk en oostelijk Nederland (en niet te vergeten de immense aanpalende hoogveenvlakten van Duitsland) vroeger brandden voor de boekweit: de verveners, heideboeren en andere lieden die op onze woeste gronden hun karige boterham bijeen sappelden, liepen er in het voorjaar rond als pyromanen met smeulende brokjes turf.

Ze stookten niet zomaar een fikkie: de dikke, geelgrijze rookwolken hingen wekenlang boven de velden of werden op de wind de grens overgedreven, tot in centraal Frankrijk aan toe! Deze 'veendamp' benam je letterlijk de adem en hulde zelfs de zon in duisternis. Maar de nog warme as was een perfecte voedingsbodem voor boekweit, die de paarse velden veranderde in een zee van witroze bloesem.

Daarboven zoemde en bromde het van de bijen; voor de krachtige, caramelkleurige boekweithoning parkeerden imkers graag hun korven op de heide. Op deze honing ging niet alleen Oost-Europa prat, ook Nederland. Eens was het Gooi -waar een snipper Larense hei nog herinnert aan de lege ruimte van weleer- een belangrijk leverancier.

Wat voor grond ik ook onder de klompen heb, hoogveen of heide is het niet (en als ik al op hei tuinierde, zou ik het niet in mijn hoofd halen om de boel in de as te leggen) maar desalniettemin zorgde een zakje biologisch-dynamisch boekweitzaad deze lente voor een spetterend groen succes. Ik strooide de korrels uit in mijn voormalig aardbeienbed, waar ze snel kiemden en sappig uitschoten. Het markante blad is even driehoekig als de zaadjes en zowel steel als bladaanzet zijn karmozijnrood aangetipt.

Toen het twee turven hoog stond, kwamen collega-tuinders nieuwsgierig informeren wat buurvrouw nu weer voor malligheid teelde. Na mijn diepgaande landbouwvoorlichting, alsof ik patent op het gewas had, kregen ze prompt een nostalgische blik in de ogen. Ah, was dat nu boekweit? Daar bakte grootmoeder zulke lekkere pannenkoeken van! Dus deelde ik polletjes uit en nu wuift de boekweitbloesem in ten minste vier tuinen, als kleinschalige imitatie van de weidse Dwingelose heide of het Fochteloër veen: schitterende pluimpjes die erom vragen je neus erin te dippen (in pittige competitie met de bijen die erboven zweven). De geur is lichtvoetiger dan het typerend notige aroma van de honing, maar onmiskenbaar: boekweit.

Hoosbuien, hagelslag en één vroege nachtvorst kunnen het kwetsbare gewas neermaaien, begrijp ik. Toch hoop ik de kantige zaadjes in september te oogsten en te verwerken tot authentiek Russische kasha -geroosterd en gegaard met fijngehakte uien, eieren en veel boter. Of ik droog ze en maal ze tot meel. Dat zal met zo'n klein bed hooguit een handvol boekweitflensjes opleveren, maar dat kan me niks schelen. Nu ik aan mijn tafel 'voeding van het landje' presenteer (piepjonge tuinboontjes en knisperige rucola en omeletten met uurverse kervel) verheug ik me al op het genoegen om straks te vragen: en, lust je nog een boekweitflensje-van-eigen-teelt?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden