Voor bidden op school is geen apart lokaal nodig

Bidden op een openbare school? Natuurlijk. Gedachten zijn vrij; bidden is een vorm van denken.

Maar de vraag is dan ook niet of er een 'bidverbod' moet gelden op het Calandlyceum, maar of een school van openbaar onderwijs kan worden verplicht tot verschaffen van faciliteiten voor verschillende godsdienstige groeperingen. De openbare school is daartoe niet verplicht. Sterker: de openbare school die daartoe overgaat is geen openbare school meer. Zij verkwanselt de grondslagen van ons grondwettelijk systeem. Het wordt een school van bijzonder onderwijs die door verkeerd begrepen ideeën over tolerantie en respect niet meer weet hoe ons onderwijssysteem in elkaar zit.

Dat systeem zit heel fijnmazig in elkaar. Wij proberen recht te doen aan een maximaal aantal wensen van gelovigen en niet-gelovigen door ieder zijn eigen schooltype te verschaffen. Wij hebben in de grondwet 'vrijheid van godsdienst en levensovertuiging' vastgelegd. Die 'vrijheid van' betekent dat men vrij van godsdienst kan blijven als men wil. Maar ook dat men de vrijheid heeft om bij voldoende omvang van een groep gelijkgezinden een eigen school op te richten. Die vrijheid van godsdienst wordt volledig ondermijnd wanneer alle scholen in Nederland worden gedwongen tot verschaffen van bidfaciliteiten voor verschillende leerlingen. Dan zou niet alleen het openbaar onderwijs 'van kleur verschieten', maar ook het bijzonder onderwijs. Precies dezelfde argumenten die R. Evers (Trouw, 21 december) aanvoert, namelijk tolerantie en respect, om de openbare school te dwingen bidlokalen aan te bieden, zouden ook gelden voor de joodse scholen. Joodse scholen zouden voorzieningen voor moslims moeten aanbieden. Christuskruizen zouden moeten worden ingevoerd aan de muren van alle scholen.

Het probleem met het vervagen van de grenzen tussen openbaar en bijzonder onderwijs is tweeërlei. Allereerst dat zij de gevolgen van een consequente toepassing van hun beginselen niet wensen te doordenken. Ach, dat lokaal stond toch leeg, zou je dan die kinderen daar niet kunnen laten bidden? Maar daar ontstaat wel een vaste praktijk. Men kan het lokaal niet een jaar later ineens weer afpakken.

Een tweede probleem met de quasi-toleranten is dat zij de verkeerde parallellen trekken. Bijvoorbeeld die van het vrijgeven van de kinderen tijdens het Suikerfeest met het laten dragen van hoofddoekjes. Maar het aanbieden van bidfaciliteiten is iets heel anders. Bij het vrijgeven voor religieuze feestdagen en het laten dragen van godsdienstige symbolen laat je kinderen naar huis gaan om dáár hun religieuze praktijken te beleven. En bij het dragen van de hoofddoekjes behoef je als school geen faciliteiten te verschaffen. Het toestaan van hoofddoekjes lijkt dus meer op het toestaan van een kruisje om de nek of een T-shirtje met een Maria-afbeelding erop. En het verschaffen van bidfaciliteiten lijkt meer op het verschaffen van hoofddoekjes .

Een instelling van openbaar onderwijs verplichten tot het actief faciliteren van godsdienstige praktijken is dus niet een daad van respect of tolerantie, maar van onnadenkendheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden