Voogd, gezinsvoogd, weet ik veel

Kinderen en jongeren hebben voortaan recht op jeugdzorg. Maar wat willen ze zelf? En kunnen ze begrijpen wat hulpverleners doen? ,,Opeens werd ik uit huis gehaald, en nu zit ik hier, tegen mijn zin.'' Derde deel van een serie over de voor- en achterkant van de jeugdzorg.

Henriëtte Lakmaker

Marianne is boos. Ze kijkt strak, kin omlaag, met een frons waar je bang van wordt. Er was bijna iets misgegaan met de afspraak -maar dat was haar schuld niet, vindt ze. Het moet even uitgepraat worden met haar groepsgenoten.

Even later zit zij met Michelle en Elise in de hobbykamer van de 'leefgroep' van de jeugdhulpinstelling De Combinatie in het Brabantse Veldhoven. Ze vertelt haar levensverhaal. De andere twee, uit de kluiten gewassen meiden met ieder meer levenservaring dan drie 'gewone' pubers bij elkaar, vullen aan en geven commentaar. ,,We weten alles van elkaar.''

Onbevangen doen ze hun verhaal. De krant wil weten van hun ervaringen met Jeugdzorg? Geen probleem, al laten ze de meest pijnlijke details weg. Ze steken er een sigaretje bij op. Het zal niet bij die ene blijven; stoppen hoort bij een andere fase in hun leven. Tussen de walmen halve zware mengt zich de lucht van spaghetti bolognese. In de aangrenzende huiskamer beginnen de andere zeven bewoonsters van de leefgroep en de leiding aan de avondmaaltijd. Aan de muur hangen lijstjes met punten volgens het systeem van Harry Potters Zweinstein, maar dan een stuk serieuzer. De puntentelling is onderdeel van de gedragsbehandeling in de leefgroep.

Met 18 jaar is Elise de oudste. Ze woont zelfstandig op een kamer in het huis. Na een jeugd die ze gedeeltelijk op straat en in opvanghuizen doorbracht, weet ze inmiddels van de hoed en de rand als het gaat om jeugdhulpverlening .

Michelle (16) -roze vest, gouden oorringen- heeft vanaf haar negende met jeugdzorg te maken. In haar ogen gaat het dan niet alleen om Bureau Jeugdzorg, maar om alle instanties en hulpverleners die zich met haar bemoeien of waar ze niet om heen kan: van de receptionist bij Bureau Jeugdzorg Eindhoven tot en met de leiding in de leefgroep. Er zijn afspraken, er zijn regels, en toch blijft er nog veel te raden over, zegt Michelle. ,,Volgens de leiding bepalen zij hoe lang ik met vakantie mag, maar volgens mij gaat mijn voogd daarover.''

De drama's in haar leven brengt ze onderkoeld: ze heeft 'dingen meegemaakt' met haar opa, en haar moeder 'kreeg de schuld'. Ofwel, hij kon zijn handen niet thuis houden, en thuis werd het onleefbaar. Michelle werd bij een pleeggezin geplaatst. Haar moeder werd ernstig ziek, ze kan niet naar haar terug. Ze zou ook niet willen. ,,Ik heb alleen nog contact met ons pap.'' Haar ervaringen met de jeugdhulpverlening zijn gemengd. ,,In dat pleeggezin ben ik mishandeld, maar ze deden niets met mijn klacht.'' Michelle volgt nu een training om meer zelfvertrouwen te krijgen. ,,Ik moet tien minuten in de spiegel kijken en zeggen wat ik dan zie. En ik moet leren mijn mening te uiten. Dat is goed voor als ik hier op kamers ga.''

,,We leven in een vrij land, je mag altijd je mening geven''. Marianne -stoer, jongenscoupe, piercings en hele lange oorbellen- blaast rookkringetjes. Boos is ze niet meer, wel geërgerd; over Bureau Jeugdzorg, over de leiding van de leefgroep, over de gezinsvoogd. Ze blijft er rustig bij, en lachen lukt ook wel. ,,Hoe zal ik beginnen? Toen ik vijf was overleden mijn ouders.'' Ze ging bij een tante wonen maar dat ging niet echt goed. ,,Ik kon niet met haar door een deur.'' Ook bij haar zijn er 'wat dingen' gebeurd, met een oom en een neef. Op school ging het niet goed. Op een dag werd ze uit de les geroepen en kreeg ze een gesprek met een schoolmaatschappelijk werker. Deze regelde een plek bij een Boddaertcentrum, een opvangcentrum voor tieners. Marianne was toen 14.

Bij Boddaert had ze goede gesprekken met andere meiden en ze kreeg er begeleiding. Ze leerde er voor zichzelf opkomen. ,,Ik had het daar naar mijn zin, het was de beste tijd van mijn leven tot nu toe.'' Op licht verbaasde toon: ,,Toen vertelde ik een keer over mijn oom en mijn neef en werd ik acuut in de crisisopvang gezet.'' Het is haar niet duidelijk waar dat voor nodig was. ,,Ik zou na een week of zes weer terug kunnen, maar dat is niet gebeurd. Nu zit ik hier al maanden, tegen mijn zin.'' Daar komt bij dat de maatschappelijk werker van het begin is vervangen door een voogd. ,,Voogd, gezinsvoogd, weet ik veel.'' Elise: ,,Dat is anders wel van belang hoor.''

Die voogd is geen verbetering, zegt Marianne. ,,Ik mag haar totaal niet. Ik kan haar niet vertrouwen. Telkens als ik iets wil uitleggen gelooft ze me niet of ze trekt mijn tante voor. Zeg ik iets, dan begint ze met 'ja, maar...' Als ze voor ouderen wil opkomen, moet ze bij de alfahulp gaan werken.'' Nijdig trekt ze aan haar sigaret. ,,Ze belt alleen met de leiding hier, mij vraagt ze niet aan de telefoon.'' Ze wijst. ,,Waar jij nu zit zat mijn voogd. Ik vertelde over mijn familie, en eigenlijk bedoelde ik: help me toch efkes. Ja, maar, zei ze weer. Jij luistert niet, zei ik. Toen werd ze boos, en ze begon heel hard te praten.'' Elise: ,,Ik zat hier achter de computer. Als ze nog harder gaan praten ga ik weg, dacht ik.'' Marianne: ,,Ik heb tegen haar gezegd: ik mag jou niet.''

Het zijn van die kleine dingetjes. Dan is Marianne gesignaleerd in gezelschap van iemand waarmee tante ruzie heeft, tante hoort ervan, belt de voogd, en Marianne heeft een probleem. De andere twee noemen namen van in hun oog goede voogden. ,,Als ik zeg dat ik een ander wil is er grote kans dat ik een nog slechtere krijg'', zegt Marianne sceptisch.

Bovendien wil haar tante geen ander. Elise: ,,Het gaat om jou, niet om je tante.'' Ze legt uit. ,,Jouw tante heeft uiteindelijk minder te zeggen over jou, want ze heeft een deel van de voogdij afgestaan. Die voogd is van justitie.'' Marianne, met nadruk: ,,Die voogdij is niet afgestaan. De voogd is erbij gekomen om-het-ge-zin-te-red-den.'' Elise: ,,Dan is het gezinshulp.'' Marianne: ,,Kan zijn. Maar ze doet of ze alles beter weet, en daar kan ik niet tegen, hè.'' Een gezinsvoogd, of hoe zo'n mens ook heten mag, moet haar begrijpen, en doen wat-ie belooft. ,,Dat is het enige, maar wel het belangrijkste.''

Ze weet niet of en wanneer ze ooit weer terug naar huis kan. ,,Wacht maar gewoon af, zegt mijn voogd. Shit is dat.'' Hoe reageert ze daarop? ,,Opkroppen, en veel gitaarspelen'', zegt Michelle droogjes. Marianne, met een scheef lachje: ,,Ik moet veel praten hè, maar dat lukt niet altijd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden