Vonk presenteert met verve Noorse moppen

AMSTERDAM - Het laatste lustrum van de vorige eeuw wordt muzikaal belicht in een vijf seizoenen durende concertserie van NCRV, het Radio Filharmonisch Orkest en het Concertgebouw. Zondagavond begon de herontdekkingsreis van deze Einde-van-een-Eeuw-serie met de periode 1895-1896 in Scandinavië. Edvard Grieg was toen tweeënvijftig jaar, Jean Sibelius was juist dertig geworden.

De zwanezang van een eeuw, gesymboliseerd in de prachtig in noten gevangen zwanen van de Noor (het lied 'En svane') en de Fin ('De zwaan van Tuonela'); zwanezangen waar gevoelsmatig ook Saint-Saëns' 'Le cygne' en Tsjaikovski's 'Zwanenmeer' van respectievelijk tien en twintig jaar eerder bijhoren. Grieg leefde nog maar zeven jaar in de nieuwe eeuw. Hij kon en wilde niet meer mee doen aan de muzikale vernieuwingen. Sibelius, die in 1957 stierf, werd een componist met een heuse Januskop; terugblikkend, maar ook nieuwsgierig turend naar nieuwe horizonten.

In deze eerste editie van de serie staan de componisten van de oudere generatie centraal. Dat wil zeggen: Brahms, Dvorák en Bruckner. Het is een periode in de muziekgeschiedenis waar dirigent Hans Vonk zich lekker in voelt, zoals zondagavond weer eens bleek. In Sibelius' 'Lemminküinen Legenden' wist Vonk een uitstekende dynamische balans te realiseren. Structuur en klank van de houtblazers werd nergens overschaduwd door die van hun koper-collega's. In het eerste deel met name speelden de houtblazers een mooie hoofdrol. Schitterend expressieve motiefjes die na-echoën in Sibelius' tweede symfonie, het werk waarmee hij de grens naar een nieuwe eeuw overschreed.

Lemminküinen is een held uit het Finse epos Kalevala. Hij is een soort kruising tussen Orpheus, Tristan, Siegfried en Don Juan. Sibelius zette vier verhalen over Lemminküinen op muziek, waarvan vooral 'De zwaan van Tuonela' (een zwarte zwaan zwemmend op de onderwereld-rivier, die door Lemminküinen met één pijl gedood moet worden) zeer bekend werd. Sibelius vond in de klank van de althobo de juiste toon voor zijn zwaan. In een 'Tannhüuser'-achtige klanksfeer speelde althoboïste Miriam Hannecart de hoofdrol. Ze werd bij het slotapplaus door Hans Vonk niet in het zonnetje gezet. Die onheuse behandeling werd enigszins goedgemaakt door de spontane kushand die zij van haar buurman kreeg.

Ingetogen

De glasheldere breekbaarheid van de twee liederen van Solveig uit 'Peer Gynt' is niet een karakteristiek die je snel vertalen zou naar de stem van Roberta Alexander. Toch zong zij ze, samen met vier andere orkestliederen van Grieg, met opvallende ingetogenheid en zacht-stralende hoogte. Prachtig klonk de weemoed van 'En svane en VÃ¥ren' (Lente) en in het nationalistisch getinte 'Henrik Wergeland' viel weer eens op hoe goed Alexander het lage register bij haar voordracht weet te betrekken. Een voordracht is het bij Alexander altijd; niet louter mooizingerij, maar intense tekstoverdracht. Ze heeft zich met die combinatie bijzonder populair gemaakt in Amsterdam, waar haar wederom een ovatie ten deel viel.

Het Radio Filharmonisch Orkest, dat in goede vorm stak, mocht de avond afsluiten met de 'Symfonische dansen' van Grieg. Mengelberg (die samen met het Concertgebouworkest de aanleiding vormde voor het ontstaan van deze muziek) noemde de 'Symfonische dansen' 'Noordsche moppen'. Een juiste typering van deze amuserende, zeer goed gecomponeerde muziek, die door Vonk en het orkest met verve uitgevoerd werd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden