Vonhoff: de Randstad slibt dicht maar elders is nog ruimte te over

Minister De Boer heeft de ruimtelijke ordening hoog op de agenda gezet. De vierde nota - de 'blauwdruk' die Nederland ruimtelijk indeelt - gaat al weer zeven jaar mee. In tegenstelling met de tijd dat 'spreiding' van rijksdiensten en bedrijvigheid over heel Nederland hoog scoorde, is politiek Den Haag nu erg gefocussed op het economisch centrum van ons land. Wat moet er gebeuren met het Groene Hart, het Westland, de Randstad? In oktober hield Trouw een ronde langs de Kamerfracties. Nu komen betrokken mensen en belangengroepen aan bod. Aflevering 5 (slot): H. J. L. Vonhoff over de vraag: bestaat Nederland alleen nog uit de Randstad?

JAN SLOOTHAAK

“Het is toch krankzinnig dat men zelfs maar overweegt voor 17 miljard een eiland voor de kust van Zuid-Holland te maken om daar verder te kunnen bouwen, terwijl er elders in Nederland ruimte zat is. Megalomane trekken van op hol geslagen technocraten.”

Even later, weer wat bedaard, benadrukt hij dat de bedreiging van het Groene Hart van Holland vooral schuilt in het 'in een kringetje denken over de Randstad'. “Voor een deel van de miljarden die in zo'n nieuwe kustlokatie worden gestoken, kun je de Zuiderzeespoorlijn aanleggen en een groot gebied ontsluiten met ruimte te over: de IJsselmeerpolders, Friesland en Groningen. Het voordeel is ook nog een betere verbinding naar Noord-Duitsland.”

Wie de stad Groningen binnenrijdt vanuit het zuiden, ziet rechts van het viaduct over het spoor de revenuen van het beleid dat de afgelopen decennia is gevoerd: de hoog oprijzende wand van de PTT. Om de Randstad te verlichten werd de centrale directie van de PTT uit Den Haag gehaald en, ondanks zwaar verzet, overgeheveld naar Groningen. Vonhoff ziet dat als een 'doorbraak', een noodzakelijke impuls voor Groningen. Maar vooral ook een nationaal belang. Behalve de PTT werd een serie andere rijksdiensten overgeplaatst naar onder meer Veendam en Heerlen. De druk op de Randstad en daarmee de aantasting van het Groene Hart, werd er door verlicht.

Maar toen Vonhoff's partijgenoot de VVD-minister Ed Nijpels, de Vierde nota voor de ruimtelijke ordening uitbracht, kwam er een abrupt einde aan dat spreidingsbeleid. Dat had enkele oorzaken. Nederland wilde zich concentreren op zijn economisch sterke centra om zich in het nieuwe Europa te kunnen handhaven. Dat sloeg met name op de Randstad. Verder bleken de prognoses over de bevolkingsgroei (21 miljoen inwoners in het jaar 2 000) zwaar overschat. De noodzaak om de bevolking te spreiden was dus overeenkomstig geringer. Op de spreiding van rijksdiensten rust sindsdien een taboe.

Nijpel's vierde nota (inmiddels beter bekend als Vinex) had als slogan 'Regio's op eigen kracht'. Iedere streek moest zich zelf een plaats verwerven binnen Europa. In de Randstad werd dat idee juichend begroet. Want bestrijding van de congestie was mooi, maar de uittocht van bedrijvigheid betekende aan de andere kant een economische aderlating.

“Er is geen politiek draagvlak meer voor de spreiding van rijksdiensten”, erkent Vonhoff. Hij vindt echter dat er toch maar weer eens over moet worden gedacht. Misschien anders dan vroeger. Maar het is duidelijk dat de Randstad verstopt raakt. Doordat de politiek zo in een kringetje rondloopt als het over de Randstad gaat, stapelt de congestie zich op. “Want het is toch zonneklaar dat je door steeds maar meer te bouwen het Groene Hart uiteindelijk kwijt raakt. Ook zo'n bouwlokatie in zee zal alleen maar extra bedrijvigheid met nog meer transport- en verkeersbelasting veroorzaken. Bovendien verniel je het maritieme klimaat voor Den Haag en Scheveningen volkomen.”

De spreiding van de bevolkingsdruk was vroeger uitgangspunt van beleid, maar komt inmiddels al een kleine tien jaar alleen symbolisch nog om de hoek kijken. Dat werd nog eens geaccentueerd toen vier commissarissen van de koningin in 1993 - Hans Wiegel van Friesland, Henk Vonhoff van Groningen, Margreet de Boer van Drenthe en Han Lammers van Flevoland - symbolisch een stuk rails legden bij de aanvang van de pas opgerichte stichting Maatschappij voor de aanleg van de Zuiderzeespoorweg. Diezelfde Margreet de Boer is inmiddels als minister op pad gegaan voor het houden van 'Groene Hart-gesprekken.'

Als die spoorweg werkelijkheid zou worden, betekent dat een verlichting van de Randstad-problematiek, denkt Vonhoff. Zeker als dat gepaard gaat met bijkomende maatregelen op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, cultuur en infrastructuur, die het voor bedrijven aantrekkelijk maakt zich te vestigen. Vonhoff vindt dat er aan moet worden gewerkt om de taboe-sfeer rond de spreiding van bedrijven en rijksdiensten te doorbreken. “Dat is een nationaal belang. Voor de slogan 'Regio's op eigen kracht' valt best iets te zeggen, maar als natie kunnen we ons ook binnen het Europa van vandaag zeker sterk maken door onderlinge samenwerking van de Nederlandse streken. Er zijn wederzijdse belangen. De Randstad slibt nog steeds wel degelijk dicht en de perifere gebieden kunnen nog steeds een impuls goed gebruiken. De mogelijkheden voor bedrijven om te expanderen liggen er, bijvoorbeeld in Eemshaven.”

Het vroegere beleid om bedrijvigheid over het hele land te spreiden, met als hoogtepunt en tevens afsluiter de PTT-directie, begon zijn revenuen af te werpen. Door het taboe dat er nu op rust, is er eigenlijk half werk verricht, vindt Vonhoff. Hij pareert het verwijt van zijn partijgenoot in de Tweede Kamer, Johan Remkes, dat Groningen zelf ook kansen laat liggen. Remkes, tot voor kort zelf gedeputeerde van deze provincie, snapt niks van de 'afhoudende houding' van zijn vroegere collega's om het oefenterrein van de Luchtmobiele Brigade te verplaatsen van Gelderland naar Oost-Groningen.

Vonhoff: “Maar wij willen dat oefenterrein best. Het past ook helemaal in onze visie dat activiteiten die elders beter kunnen worden geweerd, in onze provincie welkom zijn. Dan willen wij echter niet alleen de oefenterreinen, maar ook de kazernering en de technische werkplaatsen met bijhorende arbeidsplaatsen daar omheen er bij. Daar moet de regering dan dus het geld voor op tafel leggen.”

Als Vonhoff pleit voor behoud van het Groene Hart van Holland, doet hij dat niet alleen vanuit zijn positie als belangenbehartiger van het noorden. Hij is ook voorzitter van de (landelijke) Raad voor het natuurbehoud. En die raad heeft onlangs een rapport over het Groene Hart uitgebracht onder de titel 'Het hart op de juiste plaats.' “Als je het Groene Hart levend wilt houden kun je niet volstaan met er zoveel mogelijk groen te handhaven. Er zijn ook verbindingen nodig met andere groene gebieden. Daarom pleit de raad voor het open houden van 'poorten': groene corridors naar overig Nederland, zoals de Gelderse poort, de Brabant-poort en de Flevopoort.” Vonhoff acht die poorten van wezenlijk belang voor instandhouding van het Groene Hart. “Maar ze dienen natuurlijk nergens toe als dat Groene Hart zelf helemaal zou dichtslibben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden