Vondel, mooi voorbeeld van geslaagde integratie

Ooit vond hij Vondel 'een non-thema'. Nu heeft Piet Calis toch een biografie geschreven van de dichter. Met veel aandacht voor de biograaf.

Piet Calis: Vondel, Het verhaal van zijn leven. Meulenhoff, Amsterdam, ISBN 9789029081481, 464 blz., euro 35

Dat literatuurhistoricus Piet Calis een biografie van Joost van den Vondel heeft geschreven, kwam voor velen als een verrassing - niet in de laatste plaats voor Calis zelf. In een interview met Biografie Bulletin vertelt hij hoe hij als jonge redacteur van Gard Sivik, een van oorsprong Vlaams literair tijdschrift dat in 1957 door Nederlandse dichters als Armando en Hans Verhagen was overgenomen, Vondel als non-thema beschouwde. Voor hem en zijn mederedacteuren, zegt hij, waren zelfs de Vijftigers al ’vieux jeu’. Sinds de jaren tachtig verdiepte Calis zich weliswaar in de literatuurgeschiedenis, maar dan die van een recent verleden: de geschiedenis van literaire tijdschriften tussen 1941 en 1951.

Dat Calis zo’n zes jaar geleden besloot toch een boek over Vondel te schrijven, heeft, zegt hij, te maken met het feit dat de laatste Vondelbiografie in 1953 verscheen – een pover resultaat in vergelijking met Groot-Brittannië of Noord-Amerika, waar vaak al van belangrijke twintigste-eeuwse schrijvers tientallen verschillende biografieën zijn gepubliceerd. Zijn besluit had ook te maken met de hernieuwde aandacht voor de geschiedenis van Nederland.

Bovendien beschouwt Calis Vondel, zoals hij in zijn nawoord vertelt, als een ‘schitterend voorbeeld van geslaagde integratie’. Vondel, wiens ouders als protestanten uit Zuid-Nederland waren gevlucht, werd geboren in Keulen, en groeide uit tot Nederlands ’nationale dichter’. Hij was, schrijft Calis, ’een rolmodel, zoals dat in het moderne spraakgebruik heet, en bovendien een uitgesproken pleitbezorger voor tolerantie, een levenshouding die ook in de toekomst van groot belang zal blijken te zijn’.

Dat klinkt natuurlijk allemaal schitterend. Maar al deze beweegredenen zijn redeneringen achteraf. Want ’Vondel, Het verhaal van zijn leven’ is in de eerste plaats een uitdrukking van Calis’ eigen herontdekking van Vondel en zijn eigen herwaardering van het rooms-katholieke geloof. De ondertitel had net zo goed ’Het verhaal van mijn dubbele bekering’ kunnen luiden: hoewel Calis vermeldt dat hij omwille van de controleerbaarheid - dat wil zeggen, de objectiviteit - een notenapparaat heeft opgenomen, is hij op bijna elke bladzij nadrukkelijk aanwezig, niet alleen wat zijn eigen herontdekkingen betreft. Ook zijn eigen oordelen verkondigt hij luid en duidelijk. Hij vergelijkt zonder enige gêne de kracht van oudtestamentische Samson met die van de ’geoliede spierbundels’ van Tarzan, en hij ziet er geen been in de zeventiende-eeuwse dichteres Meynarda Verboom een ’onvervalst feministisch engagement avant la lettre’ toe te bedelen, alsof het verlangen naar emancipatie alleen iets is van onze tijd. Als hij het over de bouw van het Amsterdams stadhuis heeft kan hij niet nalaten op te merken dat dat ’thans als koninklijk paleis schijnt dienst te doen’. En ondanks zijn uitgebreide literatuurlijst ziet hij hier en daar nog wel eens wat historisch onderzoek over het hoofd: dat de rooms-katholieke Mary, de koningin van Schotland, een onschuldig slachtoffer was van de wraaklust van de protestantse koningin Elizabeth I, zoals Calis beweert, klopt domweg niet.

Het is even wennen, een biografie die op zo’n open manier net zo veel over de biograaf zegt als over de gebiografeerde. Maar als je eenmaal aan Calis’ manier van biograferen hebt overgegeven, dan raak je onder de indruk van het zichtbare plezier waarmee hij het werk van Vondel en de vele interpretaties daarvan heeft gelezen. Zijn opvatting van Vondel als iemand die zich zijn leven lang verzette tegen dogmatisme en intolerantie werkt aanstekelijk, ook al weet hij niet helemaal duidelijk te maken hoe Vondels afkeer van dogma’s zich met zijn overstap van de doopsgezinde kerk naar de rooms-katholieke verdroeg. Als Vondel al zo ondogmatisch was, dan zou het eerder voor de hand liggen dat hij zich van het geloof af zou wenden, zoals enkele van zijn collega-dichters deden. Calis’ verklaring dat Vondel ’een dichter van tegenstellingen’ is, is te mager. Goede literatuur, kun je zeggen, ontstaat uit tegenstellingen, omdat het dagelijkse leven nu eenmaal uit louter tegenstellingen bestaat.

Toch is het Calis’ verdienste dat hij Vondel bevrijdt van het stoffige imago van nationale dichter, op een manier die een breed publiek zal aanspreken. Geïnspireerd door het iets minder gemakkelijk toegankelijke werk van literatuurwetenschapper Frans Willem Korsten laat Calis zijn Vondel midden in de politieke en literaire wereld van zijn tijd staan. En wat het subjectieve karakter van deze biografie betreft: „Alle biografieën worden op den duur autobiografieën”, zei W.G. Sebald ooit, waarmee hij bedoelde dat een biografie uiteindelijk veel meer over de schrijver zegt dat over diens onderwerp. Dat dat bij Calis’ biografie meteen al het geval is, zou best eens kunnen leiden tot een volgende Vondelbiografie op korte termijn.

En daarmee zou de Nederlandse biografiepraktijk zich inderdaad kunnen meten met de Angelsaksische.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden