COLUMN

Voltooid leven gaat niet over een wanhoopsdaad

Bert Keizer Beeld Trouw

In Den Haag stond ik voor een zaal te praten over euthanasie en voltooid leven. Voltooid leven is die toestand waarin iemand zegt: ‘Ik ben erg oud, ik ben niet echt ziek, heb alles nu wel gezien, ik wil dood, en wel op een humane en milde wijze.’

De dokter durft je dan niet te helpen, omdat euthanasie alleen verleend mag worden als er sprake is van een medisch classificeerbare aandoening. De commissie Schnabel heeft zich over deze kwestie gebogen. Hun advies was: stapel een aantal ouderdomsproblemen op elkaar. Voorbeeld: meneer Jansen is zevenentachtig, duizelig, valgevaarlijk, incontinent, slechtziend, doof, benauwd (het hart), en immobiel door artrose. Zo, nu heb je zes diagnoses. Als je een beetje creatief stapelt dan kom je er bij de meeste hoogbejaarden wel uit.

Mijn praatje viel niet helemaal goed bij een mevrouw. Zij wilde iets filosofisch horen over het voltooide leven. Het ging haar niet om slimme manoeuvres met klachtenstapeling maar om de toestand van iemand die betrekkelijk klachtenvrij is en die toch zegt: ik wil er uit. Die mevrouw dacht misschien: hij laat zich aankondigen als ‘arts, filosoof en schrijver’, laat ‘m dan maar eens even filosoferen. Ik kwam er niet goed uit. Ik zei dat ik ‘voltooid’ een onfortuinlijke uitdrukking vond, maar verder kwam ik niet.

Opzettelijke afsluiting

En zoals dat gaat met l’esprit de l’escalier (volgens Joyce the only esprit), in de auto terug naar huis bedacht ik wat ik misschien had kunnen zeggen. Mijn filosofische reikwijdte is beperkt en ik kan alleen Seneca en Cioran noemen als filosofen die een opzettelijke afsluiting enigszins instemmend beschrijven. Over Hume in deze context heb ik het elders gehad. Seneca schreef: ‘Er is één reden waarom we niet over het leven mogen klagen: het houdt niemand vast. Niemand is ongelukkig behalve door eigen schuld. Bevalt het je hier? Leef dan. Bevalt het je niet? Dan mag je terug naar waar je vandaan kwam. Een gapende wond dwars over je borstkas is niet nodig: een mesje kan je de weg naar de grote vrijheid al openen, met een snee ben je al in zekerheid.’

Seneca wordt erg geroemd, maar bij mij komt dit nogal grof over, het zit tegen de hufterigheid aan. Ik zou iets dergelijks echt nooit durven zeggen tegen iemand die meent dat haar leven voltooid is. Overigens meen ik wel te weten waarom Seneca dit zo makkelijk zegt. Hij beschouwde het lichaam als een jas die hij kon uitdoen, waarna de ziel gewoon verder leefde. Hij dacht helemaal niet dat hij dood zou zijn na de dood. Ja, dat komt meer voor, en als je er zo tegenaan kijkt dan durf ik het ook wel. Het is juist die onontkoombaar definitieve uitdoving die de meesten weerhoudt om dat ‘voltooid’ al te hard te roepen. Want de hedendaagse Voltooid Leven Torser gaat na de dood nergens heen.

Een andere filosoof die het leven wel terzijde zou willen schuiven is Emil Cioran (1911-1995). Een blik op zijn stervensdatum vertelt dat hij het vooral van het uitstel gehad moet hebben.

Touw

In Een kleine filosofie van verval schrijft hij over een stuk touw dat hem toespreekt: ‘Ik heb je angsten, je afmattingen en je ergernissen bijgewoond, ik zag het hoofdkussen waarin je van woede beet, zoals ik de vervloekingen heb gehoord waarmee je de goden overlaadde. Barmhartig als ik ben, beklaag ik je en bied ik je mijn diensten aan. Want jij bent geboren om je op te hangen, zoals iedereen die neerziet op een antwoord op zijn twijfels of een vlucht voor zijn wanhoop.’ Dit stuk touw klinkt voor mij een beetje als de slang in de hof van Eden.

Wat Seneca en Cioran laten zien is de wanhoopsdaad van iemand die door het leven in het nauw wordt gedreven. Maar de voltooid leven discussie gaat over iets anders. In mijn fantasie is het veel meer een rustig opstaan van de feestdis, even de mond betten met je servet, in de sfeer van ‘was ich noch zu sagen hätte, dauert eine Zigarette, und ein letztes Glas im Stehen’ waarna je wat zegt in de richting van dank aan allen die iets voor je betekenden. En dan ga je.

Ik weet dat dit kan, maar of het ooit druk wordt langs deze route?

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden