Volop leven op dodenakkers

Het Groninger platteland wordt steeds armer aan soorten planten en dieren. Toch ontstaan er onverwachte oases: de kerkhoven.

Albert-Erik de Winter hurkt tussen grafstenen op het kleine kerkhofje van Marsum, een buurtschap bij Appingedam. Hij bekijkt de sneeuwklokjes en winterakoniet die er groeien. "Je ziet nu vooral stinzenplanten, bolgewassen die ooit aangeplant zijn. Maar later in het jaar vind je hier ook zeldzame en bedreigde soorten als kamgras, wilde akelei en paarse morgenster. Op grafzerken zie je soms muurleeuwenbekjes en tongvarens."

De Winter kwam als medewerker van Landschapsbeheer Groningen in aanraking met de kleine eeuwenoude kerkhoven van de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK) door een gezamenlijk project. Het viel hem meteen op hoe rijk aan planten- en diersoorten de terreintjes van deze stichting zijn. Hij besloot in zijn vrije tijd op maar liefst vierenveertig kerkhoven in heel Groningen de vogels te gaan inventariseren. Dat leverde meer dan vijftig soorten op die op de kerkhoven bleken te broeden.

Die inventarisatie werd snel gevolgd door een muizenonderzoek met vangkooitjes en een zogenoemde cameraval. "Andere natuurkenners doen dat in natuurterreinen, ik op het kerkhof", zegt De Winter lachend. "Hier kom je juist onverwachte dingen tegen. Op dit kleine terreintje heb ik bijvoorbeeld tientallen bosmuizen gevangen. Dat is toch wel verrassend, zo tussen de kale velden! Ik denk dat het een toevluchtsoord voor ze is. Op al het intensief gebruikte landbouwgebied is voor kleine zoogdieren niet veel meer te halen. Hier heb je een mooie combinatie van gras, bomen en ruigte."

"Bij deze boom heb ik een keer cameraval geplaatst", wijst De Winter. Dat is geen echte val, maar een apparaat dat beweging detecteert als er een dier langsloopt en dan een foto maakt. Naast soorten als kip, hond en kat, bleken 's nachts egels, reeën, vossen en steenmarters op de begraafplaats rond te dolen. "Die laatste twee komen weer af op die kleine zoogdieren als de muizen en wezels. Ook een buizerd is een paar keer gefotografeerd. En tijdens een slaapplaatstelling kwam ik veel ransuilen tegen, die ook wel een muisje lusten."

De kerk en het kerkhof van Marsum liggen op een hoge wierde (de Groningse term voor terp), omringd door treur-essen, ook een zeldzaamheid die alleen in Groningen voorkomt. Vergeleken met andere kerkhoven in Nederland, heeft Groningen veel goedbewaarde grafzerken van soms eeuwen oud. "Het is het stenen archief van de omgeving", zegt De Winter, terwijl hij wijst op een grafsteen uit 1846 met enigszins lugubere afbeeldingen van botten, schedels en mystieke symboliek.

Samen met vrijwillige beheerders werkt de SOGK aan het herstel van grafmonumenten en het opnieuw beletteren van de grafzerken. Toch staan veel zerken schots en scheef en zijn overal scheuren en gaten te zien. "Dat is juist wel mooi", vindt De Winter. " Naast sfeer en oudheid, zorgen gaten en kieren in grafmonumenten voor schuilgelegenheid voor muizen en amfibieën. En op een ander terrein zat zo'n scheur helemaal vol met de zeldzame tongvaren. Grafstenen zijn sowieso een mooie groeiplaats voor mossen en korstmossen. Je hebt Belgisch hardsteen, Bentheimer zandsteen, leisteen, en elk type is weer geschikt voor andere soorten."

Ook de kerken op het terrein zijn interessante plekken voor muurplanten, mossen en korstmossen. Bij restauratie adviseert De Winter kalkrijk mortel, waar het plantje goed op gedijt. Ook vogels trekken naar de gebouwen. "Je hebt hier typische soorten als kauw, spreeuw en gierzwaluw. Er rust hier op de toren ook een torenvalk, dat kun je zien aan die poepstrepen langs de muur. En in mei zitten er soms dertig bergeenden op een rijtje op het dak."

Enkele kilometers verderop ligt het kerkhof van Uitwierde, aan de rand van Delfzijl. De Winter loopt doelgericht op een grote hulstboom af. "Ja, hij zit er!" Verscholen tussen de bladeren heeft een prachtige ransuil zich verstopt.

Ook hier oude grafmonumenten met mooie symbolen en gedichten die het leven van de dode beschrijven. Tussen de letters groeien de mossen en korstmossen. "Als beheerders van kerkhoven grafstenen opnieuw willen beletteren, vragen we ze altijd om alleen het hoognodige schoon te maken en de mossen bovenop en op de achterkant te laten zitten. Maar voor de oudere generatie is dat lastig, voor hen hoort een graf gewoon helemaal schoon te zijn."

De Winter opent de deur van de losstaande kerktoren en gaat voor naar boven. "Kijk, natuur zit in elk hoekje", wijst hij op een kluitje van enkele tientallen lieveheersbeestjes die er nog even overwinteren. Ter hoogte van de enorme kerkklok zijn de openingen van de galmgaten met gaas afgeschermd. Aan de buitenkant zitten resten van nesten.

"Die galmgaten worden bewust dichtgemaakt, omdat de kauwen er anders een enorme rommel van maken met hun uitwerpselen en het nestmateriaal dat ze naar binnen slepen. In Garmerwolde lag op een gegeven moment zeker een kuub aan takken bovenin de kerk."

Met het gaas wordt helaas ook meteen een welkome gast geweerd: de kerkuil. "Ik adviseer beheerders van kerken dan ook om een uilenkast op te hangen en aparte geleiding te maken voor kerkuilen, zodat die de toren wel in en uit kunnen."

Tot slot rijdt de natuurbeschermer nog naar een begraafplaats midden in Delfzijl. Bij aankomst valt meteen het luide gezang en gekwetter van vogels op. Huismus, heggemus, groenling, staartmees, zanglijster, somt De Winter op nadat hij even heeft staan luisteren. "Dit is echt een groene oase in stedelijk gebied." Nog meer vogels trippelen of vliegen langs: merel, vink, gaai. "Kijk, een houtduif die aan het baltsen is", zegt De Winter naar boven wijzend. Hij tuurt even omhoog langs de stam van een conifeer. "Nee, hier geen ransuilen. Ooit zag ik hier een paartje ransuilen met uilskuikens zitten, prachtig."

Moderne strakke graven wisselen af met oude vervallen grafzerken. Onder een van de graven is een hol te zien. "Daar heeft iets gezelschap gezocht bij familie Groeneveld", grapt De Winter.

Even verderop heeft een konijn een rustig plekje gevonden op een grafsteen. De Winter stopt bij een geknotte lindeboom en wijst op een flink aantal kleine zwammen. Dat is wel iets voor een volgende inventarisatie, paddestoelen op kerkhoven en begraafplaatsen."

Bij de uitgang bedenkt hij zich nog iets: "Boerensloten worden regelmatig geschoond, maar de grachten rondom kerkhoven worden veel minder beheerd. Die kunnen wel eens heel rijk zijn aan vissen en amfibieën. Nog genoeg te ontdekken hier."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden