Vollenhove aan Zee, met een eigen badstrand

'Aan Zee' staat er op het bordje in de buurt van de Vollenhover jachthaven. Het is een van de pareltjes in de Nederlandse straatnaamgeving, omdat het de geschiedenis van het gebied in één simpel opschrift duidelijk maakt. Dit bord is een litteken van de inpoldering, het verwijst naar 'eens ging de zee hier tekeer, maar die tijd komt nooit weer: Zuiderzee heet nou IJsselmeer'.

Tot de aanleg van de Noordoostpolder in de jaren veertig van de vorige eeuw beleefde Vollenhove de spanning en de sensatie van de zee, had het een imposante vissersvloot en proefde men er zout op zijn huid. Dat is voorbij, want 'aan de horizon leit Emmeloord' en 'het water leit nou achter de dijk'. De zee is verdwenen, maar de herinnering niet. Dankzij het naambordje en dankzij de Zuiderzeeballade, die als een repeterende grammofoonplaat door ons hoofd dreint.

Gedreven door Hollandse zuinigheid en door wraakgevoelens om voorgoed met de waterwolf af te rekenen werd de Noordoostpolder destijds tegen de oude zeedijken van Overijssel en Friesland aangeplakt, zonder een randmeer ertussen. De havenplaatsjes Blokzijl en Kuinre veranderden ineens in vissen op het droge, Vollenhove behield nog een miezerig beetje water voor de deur: het Zwartemeer, het Kadoelermeer en het Vollenhovermeer. Het oude land kreeg voor die keuze al snel de rekening gepresenteerd: het grondwater daalde, de bodem verdroogde.

Het heeft zestig jaar geduurd, voordat de overheid die historische vergissing toegeeft. Onder druk van de Tweede Kamer heeft minister Pronk van milieu onlangs aangekondigd dat er alsnog een randmeer rond de Noordoostpolder komt. Beter gezegd: er komt een onderzoek of de aanleg wel haalbaar is. Want dat 'Vergeten Meer' kost naar schatting 1,3 miljard gulden en of het kabinet dat ervoor overheeft, is zeer de vraag. Een randmeer biedt vele voordelen: het grondwaterpeil op het oude land kan beter beheerst worden, er is ruimte voor een beschutte vaarroute en het biedt grote mogelijkheden voor de recreatie (een begrip dat in 1940 nog niet bestond).

Vollenhove is de beloning voor een dagwandeling over het Zuiderzeepad, die begint bij het Genemuider veer over het Zwarte Water. We gaan meteen links de graskade op en lopen over de oude zeewering. In het water doemt een eiland op dat ondanks zijn prille bestaan al verheven is tot staatsnatuurmonument. Het is in 1942 opgespoten uit grond die vrijkwam bij het graven van de vaargeul naar Vollenhove. Naar verluidt groeiden er de beste rietstengels van West-Europa, maar het is nu officieel Vogeleiland. Rietsnijders en recreanten moeten uit de buurt blijven.

Bij De Krieger verlaten we de zeedijk. Dit zou wel eens het kleinste gat van Nederland kunnen zijn: twee plaatsnaamborden die ruggelings tegen elkaar aan één paal bevestigd zijn. Even verderop maken we kennis met de wieden en weerribben van Noordwest-Overijssel, een uitgestrekt laagveenmoeras waar sinds eeuwen turf is gestoken. Die werd te drogen gelegd op ribben of legakkers, de trekgaten die achterbleven spoelden vol water, de grond kalfde af. Er ontstonden steeds grotere waterpartijen (wijden of wieden), die bij vliegende storm ook de bewoonde wereld te lijf gingen. Zo is in 1776 het dorp Beulake met kerk en al in de golven verdwenen. De torenspits stak nog vijftig jaar boven water, de kerkklokken schijnen bij spookachtig weer af en toe hoorbaar te zijn. De preekstoel werd gered en hangt nu in Vollenhove in de kerk.

Bij Sint Jansklooster is de Beulakerwiede op afstand te zien, een lustoord voor zeilers, muggen en rietsnijders. Kloosterlingen kent het dorp al lang niet meer, de Reformatie heeft hier met harde hand geregeerd. En nog steeds; de muurresten van het klooster uit omstreeks 1400 zijn na een brand in 1835 nog verder aan de verloedering prijsgegeven. Een beetje puin, een Kloosterstraat en een Monnikenweg zijn de gedenktekens van het roemruchte verleden. En het café natuurlijk, het Wapen van Utrecht. Nee, we zijn niet verdwaald. Deze streek was van 944 tot 1550 het vakantiegebied van de bisschop van Utrecht, bij Vollenhove stond zijn tweede woning en in de bossen ging hij uit jagen.

Geen wonder dat ze hem in ere houden, al is het in een drankgelegenheid. Uiteindelijk heeft de geregelde aanwezigheid van de bisschop Vollenhove geen windeieren gelegd. In het spoor van de goedheiligman vestigden zich allerlei adellijke families in het stadje en verrees de ene na de andere havezathe. Vanwege die aanzienlijke huizen genoot Vollenhove zelfs een tijdlang de naam van 'de stad der paleizen' - er hebben er wel een stuk of vijftien gestaan.

Een daarvan is huis Den Oldenhof, dat we passeren. Het kasteeltje is in oude luister hersteld en wordt bewoond door een telg uit een oud adellijk geslacht. Een duiventil illustreert het privilege dat vroeger alleen aan grootgrondbezitters met blauw bloed werd verleend: het houden van duiven, het eten van eieren en de vogels zelf en het exploiteren van duivenmest. Op het landgoed kan gekampeerd worden. Voor andere havezathen moeten we in Vollenhove zijn - er zitten een paar juweeltjes bij.

Over de Halleweg komen we terug bij de zeedijk. Na het trafostation zien we zelfs nog een badstrandje in pocketformaat, net genoeg om met z'n tweeën pootje te baden. Er steken nog houten palen boven het water uit, uit de tijd van vóór de polder. Uit de tijd van Vollenhove aan Zee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden