Volle schappen, volle afvalbakken

Milieuvervuiling door de consument is voor 30 procent toe te schrijven aan voeding, vooral aan hoe je kookt en je boodschappen doet. (FOTO MARK KOHN) Beeld
Milieuvervuiling door de consument is voor 30 procent toe te schrijven aan voeding, vooral aan hoe je kookt en je boodschappen doet. (FOTO MARK KOHN)

Een duurzame samenleving is niet alleen een ver toekomstperspectief. De consument kan nu al beginnen zijn leven energiezuiniger in te richten. Een serie verhalen vertelt hoe. Deel 4: voeding.

Kees de Vré

De helft van al het voedsel dat wordt geproduceerd in de wereld gaat de vuilnisbak in. Australische wetenschappers kwamen onlangs tot die schokkende conclusie. Voedselketens zijn inmiddels zo lang, dat een deel verloren gaat tijdens het transport. Het belangrijkste deel wordt echter verspild door veeleisende consumenten, supermarkten die te veel inkopen en producenten die te veel varianten aanbieden.

Voedsel komt tegenwoordig van over de hele wereld weg en in die lange en ingewikkelde ketens komen producten wel tien tot twintig keer in andere handen. De kans dat ergens iets fout gaat, neemt daarmee toe, zei Erik de Vries van het vervoersbedrijf DailyFresh Logistics begin februari in het Nieuwsblad Transport. Volgens hem zal het groeiende gebruik van dichte containers al veel verbeteren in vergelijking met de huidige open pallets.

In hetzelfde blad voegt Peter Verstraeten van S & V Management Consultants daaraan toe dat het toch vooral de veeleisendheid van de consument is die die verspilling in de hand werkt en ook de bereidheid van de voedingsindustrie om aan die veeleisendheid tegemoet te komen. „Consumenten willen meer diversiteit, marketeers verzinnen nieuwe producten en winkeliers kopen dan minstens een paar pallets in, ook als zo’n voorraad niet direct verkoopbaar is’’, aldus Verstraeten. Zeker bij aanbiedingen van supermarkten wordt, om geen nee te hoeven verkopen, veel te veel ingekocht. Dat gaat later allemaal de afvalbak in, zegt Verstraeten.

De industrie reageert gelaten. Volgens Chris Dutilh, milieucoördinator van Unilever Nederland, speelt de voedingsindustrie in op de nieuwsgierige consument. „Dan loop je nou eenmaal het risico dat je dingen niet kunt verkopen”, zei hij tegen Nieuwsblad Transport. ,,Als je (als leverancier) alleen maar voorspelbare dingen zou doen, kun je de verspilling tot nul reduceren, maar zo zit de wereld niet in elkaar.’’

De consument speelt een grote rol, is kortom de conclusie. Als die minder veeleisend zou zijn is al veel verspilling te voorkomen. ’Stem met je vork’ zei de Amerikaanse wetenschapsjournalist Michael Pollan onlangs in Trouw. De consument kan met zijn voedselkeuze de industrie en de politiek sturen, is zijn boodschap. Een duurzamer gebruik van voeding is het gevolg. Dat levert al veel besparing op, want de milieuvervuiling die de consument veroorzaakt, is voor 30 procent toe te schrijven aan voeding.

Erg ingewikkeld hoeft zo’n andere houding niet te zijn, zo laten Sytske de Waart en Linda Nijenhuis van Milieu Centraal zien. „Consumenten kopen vaak te veel in’’, zegt Sytske de Waart. „Kijk dus goed wat je nog in huis hebt. Ga vaker naar de winkel als het gaat om verse spullen. Koop bijvoorbeeld tweemaal een half brood als je merkt dat je van een heel brood regelmatig 20 procent moet weggooien. Wees ook verstandig met grote verpakkingen. Supermarkten doen die nogal eens in de aanbieding. Ga daar niet blind in mee, want goedkoop blijkt dan duurkoop te zijn. Voor je het weet moet je een deel weggooien, omdat het niet snel genoeg opgaat. Dat is niet alleen slecht voor je portemonnee, je belast ook het milieu.’’

Volgens Nijenhuis komt de helft van de verspilling thuis door te veel koken. „Koop niet alleen op maat, maar kook ook op maat. Maak een goede inschatting van de hoeveelheid eten die nodig is. Gebruik bijvoorbeeld een weegschaal. Gebruik pannen die niet groter zijn dan nodig. Gebruik niet te veel water en kook met de deksel op de pan en draai nadat het kookt de vlam lager. Dat spaart allemaal energie.” En die andere helft? „Dat is het weggooien van ongeopende verpakkingen, omdat de houdbaarheidsdatum is overschreden, versproducten (als fruit) die bedorven zijn voordat het is gegeten of geopende verpakkingen, bijvoorbeeld omdat de koekjes toch niet smaken.’’

De tweede tip die veel energie bespaart, is matigheid met dierlijke producten als vlees, kaas en zuivel. De Waart: „Om een kilo vlees te produceren heb je twee tot vijf kilo planten nodig. Dat is zeer inefficiënt. Met name koeien gebruiken veel planten. Als je meer plantaardig voedsel eet, is de milieubelasting dus veel lager. Schakel ook kaas niet uit. Dat wordt vaak gezien als vleesvervanger of is verwerkt in vleesvervangers. Om een kilo kaas te maken is tot wel tien liter melk nodig. Dat maakt kaas ongeveer net zo milieuvervuilend als vlees.” Eten we te veel vlees en kaas? Nijenhuis: „Volgens het Voedingscentrum eten we gemiddeld 110 gram vlees per dag, terwijl 50 gram wordt aanbevolen. Bij kaas is de 27 gram die we dagelijks eten gelijk aan de aanbevolen hoeveelheid.” Wat zijn dan de tips voor de consument? „Als je vlees eet vanwege de noodzakelijke voedingsstoffen, eet dan bij voorkeur kip. Kip heeft van de diverse vleessoorten de laagste milieubelasting. Als je vlees wilt vervangen, doe het dan niet door kaas. Daar zit geen milieuwinst in.”

Vermijd zoveel mogelijk ingevlogen producten, is de derde tip van Milieu Centraal. De Waart: „Bederfelijke waar van andere continenten wordt buiten het seizoen vaak per vliegtuig vervoerd: asperges, boontjes, peultjes, kruiden, exotisch fruit. Daarnaast zijn er veel zogenoemde bewaargroenten en -fruit te koop. Dat zijn groenten en fruit als aardappelen, ananas, appels, bananen, avocado’s en kiwi’s, die met de boot worden vervoerd. Dat kost veel minder energie. Groenten en fruit zijn verplicht geëtiketteerd qua herkomst. Eet dan zoveel mogelijk seizoensproducten van binnen Europa, want die zijn per vrachtwagen vervoerd. Daar hoeft het echter niet bij te blijven. Een ananas uit Costa Rica die is aangevoerd per schip bijvoorbeeld is energiezuinig, boontjes uit Kenia per vliegtuig juist niet.”

Vermijd tevens producten uit de verwarmde kas. De Waart: „Hoewel de glastuinbouwers hard werken aan energiezuinige productie, kost deze manier van werken nog steeds veel energie. Dat kan oplopen tot 40 megajoules per kilo product. Een kilo groenten van de Hollandse volle grond verbruikt daarentegen 1 tot 5 megajoules aan energie. Een ander alternatief vormen conserven.” Een probleem voor de consument is dat de manier van vervoeren en de teeltwijze niet staan vermeld op het etiket. Een hulpmiddel daarbij is de groente- en fruitkalender die is in te zien op www.milieucentraal.nl. Daarin staat per product hoeveel energie nodig was voordat het in de winkel belandde. Scoort het A of B, dan is het milieuvriendelijk geteeld en/of vervoerd. In andere landen, als Engeland, wordt geëxperimenteerd met een etiket waarop de CO2-uitstoot van dat product staat vermeld. In Nederland is het (nog) niet zover.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden