Volle melk is lichter dan magere

Na acht voorrondes was het eindelijk zo ver: het team van Trouw trad in de finale van de wetenschapsquiz aan tegen het team van hoogleraren. De professoren waren van begin af aan kansloos.

We wisten dat we een goed team hadden, maar toch hebben we hem de afgelopen weken geknepen.

De voorrondes van de Nationale Wetenschapsquiz leken vaak meer op een weetjesquiz. Wie ontdekte dit, of wat betekent dat?

De finale leed minder onder dit euvel. Bij de meeste vragen kwam je met nuchter redeneren een heel eind, en dat kon je met een gerust hart aan het team van Trouw overlaten. Nog nooit eerder werden de hoogleraren zo verpletterend verslagen: 35-16.

Wellicht stemt die uitslag ons ook mild in ons oordeel over de quiz van dit jaar.

In het verleden waren de vragen vaak vaag en de antwoorden dubieus, maar dit jaar is er weinig ruimte voor twijfel. Bijna elke vraag wordt met een proefje beslecht.

Dat geeft de quiz een hoog bètagehalte, maar over de vraag welk bakje het snelst leegstroomt of wat er met het waterpeil gebeurt, valt in elk geval niet meer te twisten.

Het nieuwe presentatieduo is een verademing vergeleken met de chaos en joligheid van vroeger. Het is de vraag hoe lang het duurt. Toen winnares Mariet Sonneveld van Trouw weer eens een perfecte toelichting op haar antwoordkeuze had gegeven, verzuchtte Leon Verdonschot dat zij volgend jaar het stokje maar van hem moest overnemen. „Zo goed als u het vertelt, daar kan ik niets meer aan toevoegen.” Daar waren wij in ons eigen voorrondes ook al achtergekomen. Hieronder de vragen en antwoorden van de quiz.

1. Het is oudejaarsavond en je besluit dat het leuk zou zijn om champagne met een lekkere schuimkraag neer te zetten. Hoe krijg je champagneschuim stabiel?

Door een beetje bier toe te voegen (antwoord A). De eiwitten in het bier maken een netwerk, waardoor de schuimkraag steviger wordt. Suiker zorgt voor veel meer schuim maar dat verdwijnt ook weer snel. Stikstof wordt wel gebruikt om bierschuim steviger te maken, maar bij champagne werkt dat niet omdat dat nauwelijks eiwitten bevat.

2. Houd als een ober een bord hete soep op de gespreide vingers van je hand. Draai je hand met daarop het bord rond. Hoeveel rondjes moet je draaien voordat je arm weer terug komt in de beginstand?

Houd het bord met je rechterhand hoog. Draai je hand tegen de richting van de klok in naar binnen, onder je elleboog door. Na één rondje met het bord staat je elleboog omhoog – en is je pols bijna verdraaid. Draai nu je elleboog naar binnen naar beneden en je hand bovenlangs naar buiten. Je arm staat nu weer in de oorspronkelijke stand en het bord heeft twee rondjes gemaakt (antwoord B).

3. Je beklimt een berg tot op honderd meter hoogte. Je kunt tot aan de horizon kijken. Naar welke hoogte moet je klimmen om vier keer zo ver te kunnen zien?

De hoogte is bij benadering evenredig met het kwadraat van de afstand. Als je vier keer zo ver wilt zien, moet je zestien keer zo hoog gaan staan. Als je op 100 meter begint, moet je doorklimmen naar 1600 meter (B).

4. Waarom zijn er vooral bij aflandige wind kwallen aan de kustlijn?

Aflandige wind blaast het oppervlaktewater de zee in. Dat water wil weer terug en gebruikt daarvoor een onderstroom. Op die onderstroom drijven ook de kwallen naar het strand (C).

5. Wat is het zwaarst: een liter volle melk of een liter magere melk?

In volle melk zit wat meer vet (3,5 procent in plaats van 0,5 procent) en dus wat minder water dan in magere melk. Vet is lichter dan water, en daarom is volle melk ook lichter dan magere (C). Het scheelt vijf gram per liter.

6. Waardoor is de Engelse wijnbouw te gronde gegaan?

De Romeinen hebben de wijnbouw in Engeland geïntroduceerd. Na eeuwen van voor- en tegenspoed werd in 1152 de definitieve ontmanteling ingezet met het huwelijk van Hendrik II met Eleanora van Aquitanië. De Engelsen kwamen voor het eerst in contact met echte Franse wijnen en begonnen hun eigen wijn te verfoeien.

Het ging helemaal mis toen Hendrik VIII in 1533 met Anna Boleyn trouwde. Hendrik kwam in conflict met de paus, brak met de kerk van Rome en sloot de katholieke kloosters in het land. Omdat het grootste deel van de wijngaarden bij kloosters hoorde, was dit de nekslag voor de Engelse wijnbouw.

Dit antwoord (C: door de huwelijken van de Engelse koningen) geldt als het enig juiste, maar de Britse wijnbouwers denken daar iets genuanceerder over. Op hun site geven ze ook het verslechterende klimaat de schuld: het werd natter en kouder (antwoord B). Bovendien had in de 14de eeuw de pest al zo huisgehouden dat veel wijngaarden bij gebrek aan arbeidskrachten stonden te verpieteren toen Hendrik VIII de doodsteek uitdeelde.

7. Twee wolken bevatten evenveel water. De ene is ontstaan in vervuilde lucht en de andere in schone lucht. Uit welke wolk zal het eerst regen vallen?

Een instinker. Waterdruppels ontstaan als de waterdamp van een wolk condenseert rond kleine deeltjes. Die zijn in vervuilde lucht veel ruimer aanwezig dan in schone lucht.

In vuile lucht ontstaan daarom veel meer druppels dan in schone lucht. Maar die paar druppels in schone lucht zijn daardoor wel veel groter en vallen daarom eerder als regen naar beneden (antwoord B).

8. Quizdeelnemers wordt gevraagd om geen kleding met een fijn streepjespatroon te dragen wanneer zij op tv verschijnen. Waarom is dat?

Bij de introductie van kleur in televisie moesten de oude zwart-witapparaten gewoon blijven werken. Daarom is destijds besloten kleur over te dragen als een fijn helderheidspatroon. De kleurenontvanger maakt van dit patroon weer kleuren, terwijl er op een zwart-wittelevisie hooguit een fijn raster van te zien is. Als nu een fijn patroon in het beeld verschijnt, zoals een streepjeshemd, dan kan de kleurenontvanger dit interpreteren als een kleursignaal (antwoord C).

Mensen met een digitale satellietverbinding hebben geen last van dit verschijnsel, dat moiré genoemd wordt. Bij hun systeem wordt de kleur op een andere manier overgedragen. Overigens is antwoord B ook een beetje goed. Horizontale lijnen (zoals van een luxaflex) kunnen heel soms interfereren met de lijnopbouw van de tv.

9. Groenland is op sommige wereldkaarten even groot als Australië? Hoe kan dat?

Het is onmogelijk om de wereldbol onvervormd op een platte kaart te krijgen. In 1569 maakte Gerard Mercator een wereldkaart waarin de medianen evenwijdige lijnen waren die loodrecht op de parallellen stonden. Dat had als voordeel dat een rechte lijn op zijn kaart een lijn was van constante kompaskoers (C). Nadeel was dat de polen, en ook Groenland, enorm werden uitgerekt.

Andere projecties geven afstanden of oppervlaktes getrouw weer. De veelgebruikte Winkel-projectie is een compromis waarbij vorm, afstand en oppervlak zo min mogelijk zijn vervormd.

10. Hoe kun je een ei zo koken dat de dooier stolt en het eiwit niet?

Antwoord B: bij 63 graden stolt de dooier maar het eiwit nog niet. De temperatuur luistert nauw (boven de 70 graden stolt het ’wit’ mee) en het vergt geduld: na acht uur is de dooier hard en het eiwit nog geleiachtig.

11. Vlak achter een voorligger verbruikt een fietser minder energie dan als hij alleen fietst. Maar heeft de koprijder ook profijt van die situatie?

Ja (antwoord C). De tweede rijder vult het kielzog van de kopman. Daardoor voorkomt hij wervelingen die de kopman anders zouden afremmen. Het scheelt niet veel (0,8 procent minder luchtweerstand) maar dat kan in topsport beslissend zijn.

12. Je hebt twee identieke bakjes met in de bodem een identiek gaatje. Bij één bakje bevestig je onder het gat een twintig centimeter lang rubberslangetje. Je vult beide bakjes met evenveel water. Welk bakje loopt het snelst leeg?

De leegloopsnelheid wordt bepaald door de druk bij de uitstroomopening, en die hangt weer af van de hoogte van de waterkolom. Die kolom is in het bakje met het slangetje 20 centimeter hoger: dat bakje loopt dus het snelst leeg (A).

13. Wat gebeurt er wanneer je een stalen kogel in de Marianentrog dumpt?

Er werken drie krachten op de kogel: de zwaartekracht, de opwaartse kracht van het water en de waterweerstand. Op een gegeven moment heffen die elkaar op. Als dat zo blijft, valt de kogel met constante snelheid.

Maar op grote diepte wordt het water steeds meer ingedrukt (op de bodem van de trog, op ruim 11 kilometer, is dat 4 procent). Daardoor nemen de opwaartse kracht en de weerstand toe en valt de kogel steeds langzamer (B). De kogel zou pas op meer dan 100 kilometer diepte gaan zweven, maar dieper dan de Marianentrog kun je op aarde niet zinken.

14. Je doet een dekbedhoes samen met kleiner wasgoed in de wasmachine. Hoe komt het dat aan het eind van het wasprogramma het kleine wasgoed in de dekbedhoes gedraaid is?

Deze vraag ligt al twee jaar op een antwoord te wachten in onze rubriek ’Wiewatwaarom’. We weten het niet. Ja, de hoes is een soort fuik waar klein goed makkelijker in verdwijnt dan het er weer uitkomt. Volgens NWO komen de sokken erin doordat de trommel heen en weer beweegt (A) en tijdens een omslag de hoes openvalt. Dit klinkt niet erg wetenschappelijk. We weten uit ervaring dat het niet altijd gebeurt en dat de hoes soms binnenstebuiten keert, maar het fijne hebben we niet kunnen achterhalen. Wie het weet, mag het zeggen.

15. Wat is het nut van al die plooien in je oorschelpen?

Om een geluidsbron te lokaliseren zijn we afhankelijk van twee oren. Maar voor het bepalen van de hoogte van de bron maken we gebruik van de reflecties aan de randen van de oorschelp (B).

16. Je krijgt achter elkaar in willekeurige volgorde zes taarten te zien van verschillende grootte. Na elke taart moet je beslissen of je deze wilt of niet. Je mag maar één keer ja zeggen. Wat is de beste strategie om de grootste taart te bemachtigen?

Antwoord A: verwerp de eerste twee getoonde taarten en kies dan de taart die groter is dan die twee. Dat heeft succes als de derde de grootste is (kans 1 op 6), en als de vierde de grootste is en de derde kleiner dan de eerste twee (kans 1/6 maal 2/3), en als de vijfde de grootste is én de derde en de vierde kleiner zijn dan de eerste twee (1/6 maal 2/4), en als de zesde de grootste is en de nummers drie, vier en vijf kleiner zijn dan één of twee (1/6 maal 2/5). Samen geeft dat een kans van 77/180, ofwel bijna 43 procent. Antwoord B (verwerp de eerste vier en kies dan de grootste) heeft een succeskans van 30 procent, terwijl de gokker (C) een kans van 1 op 6 ofwel 17 procent heeft.

17. Is het waar dat de zee rustiger wordt als er olie op de golven drijft?

Ja, een dun olielaagje (dunner dan 0,2 micron = 0,0002 mm) vormt als het ware een soort elastisch vliesje dat over het water is gespannen (B).

18. Met een staafmagneet kun je een kilo ijzer optillen. Je zaagt de staaf precies doormidden. Hoeveel kun je maximaal met elk van de twee kleine staven optillen?

De kracht van een staafmagneet hangt niet af van zijn volume, maar van zijn doorsnee. Een halve magneet is aan zijn uiteinde net zo sterk als een hele: je kunt er dus nog steeds één kilo mee tillen (A).

19. In een badkuip met 100 liter water drijft een bootje met daarin 10 kilo zout. Je vervangt het zout door een steen van 10 kilo en lost het zout op in de badkuip. Wat gebeurt er met het waterpeil?

Het opgeloste zout verhoogt het waterpeil nauwelijks, maar omdat zout water zwaarder is dan zoet water, hoeft er minder water te worden verplaatst voor dezelfde opwaartse kracht. Het waterpeil zakt dus (B).

20. Hoe schenk je een volle fles met vloeistof het snelste leeg?

Je moet de fles scheef houden; anders kan er geen lucht bij en trek je onder de bodem een vacuüm. Dat verhelp je niet door te schudden (B) maar door de fles vóór het omkeren om zijn as te draaien (C). Door de werveling van de vloeistof wordt de druk in het midden lager en kan de lucht er beter bij. Het Trouw-team bedacht deze variant ter plekke, zonder de multiple choice opties. Chapeau!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden