Volkswijk van Lima bruist van ondernemerlust

LIMA - In Peru hebben de kustbewoners van Spaanse komaf de gewoonte om de schuld van de armoede af te schuiven op de Indiaanse bevolking van de Andes. De cholos de mierda (stront-indianen) zijn in de ogen van de arrogante mestiezen nergens goed voor.

PAUL HAZEBROEK

Maar in de textielbuurt Gamarra in Lima bewijzen duizenden naar de hoofdstad geëmigreerde bergbewoners het tegendeel. Als conglomeraat van 8000 hoofdzakelijk kleine produktie- en handelsbedrijven met een omzet van bijna een miljard gulden, geldt Gamarra inmiddels als het 'Taiwan Peruano'. Met Nederlandse ontwikkelingshulp-nieuwe-stijl betreedt een groep van deze self-made ondernemers mogelijk binnenkort ook de wereldmarkt.

Gamarra is genoemd naar een straat in het stadsdeel La Victoria. In die grauwe maar van bedrijvigheid bruisende wijk bevindt zich ook de grootste groentemarkt van Lima, in de volksmond La Parade (halte, stopplaats). Die bijnaam herinnert aan de tijd dat daar de langeafstandsbussen naar de rest van het grote land vertrokken, propvol bergbewoners die inkopen hadden gedaan in Lima.

In Gamarra kochten de reizigers stoffen. De Indiaanse vrouwen in de Andes waren voor hun pollera-rokken toen al tuk op de door Libanese en Palestijnse immigranten geïmporteerde glanzende stoffen.

Waar rond La Parada eerder de textiel-arme dienstverlening bloeide, verschenen nadien stoffenhandels en confectie-ateliers. In 1966 telde Gamarra volgens de Peruaanse econoom en schrijver Ramon Ponce al 850 confectie-ateliers. Maar ook nu nog kookt Gamarra. Er zijn meerdere nieuwe gallerijen met samen 3000 boetieks in aanbouw. De huren op de beste lokaties benaderen ondanks hun rommelige aanblik die van de Kalverstraat in Amsterdam. En half Lima, zelfs de rijken, winkelt nu bij de Indianen.

Beltrán Suárez, met een confectiebedrijfje voor sportkleding, is een typische Gamarra-ondernemer. Afkomstig uit een boerengezin in een gehucht in de Andes, begon hij in Lima als vakkenvuller in een supermarkt. Maar toen zijn vader en een broer een kledinghandeltje begonnen, deed hij mee.

In 1984 stichtte hij op zijn 38e zijn eigen bedrijf, Confecciones Suarez. Beltrán: “Ik begon in mijn huis met een stel derdehands naaimachines die ronkten als tractoren. 's Nachts produceren omdat er dan elektriciteit was, overdag verkopen.”

Het keiharde aanpakken onder het motto “niet bang zijn, iedereen is gelijk en iedereen kan klant zijn” was niet tevergeefs. Zijn schemerig kantoortje stelt nog steeds niets voor. De bureaustoel op wieltjes hangt scheef omdat er een wieltje ontbreekt. Maar wel telt zijn bedrijf inmiddels vier ateliers met 25 naaisters aan gloednieuwe Italiaanse machines.

Zijn klanten zijn vooral scholen in het hele land. Scholieren in Peru dragen zowel in de klas als op het sportveld een uniform. Beltrán: “Voor trainingspakken stapte ik over op een nieuwe stof, nadat ik die zelf op slijtvastheid op het veld had getest. Collega's verklaarden me voor gek, maar het werd een groot succes. Nu doen ze me allemaal na.”

Al jaren droomt hij van exporteren. In 1990 leverde hij met nog 34 bedrijfjes als eens 138 000 broeken aan Rusland, in een schuld-voor-kleding-ruil tussen Peru en dat land. Beltrán is nu voorzitter van een groep van 55 export-willige bedrijfjes. Gezamenlijk zoeken deze doordouwers duurzame afzetkanalen elders. Een eerste export-opdracht is al binnen. Acht bedrijfjes van de groep gaan T-shirts van hoogwaardige Peruaanse katoen leveren aan Canada.

Ook wil Beltrán met kredieten van de Inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank (IADB) en van de Andes ontwikkelingsmaatschappij in Gamarra een bank opzetten voor leningen aan kleine ondernemers. Maar of hij aan dat plan toekomt, is de vraag. Onlangs is hij door de partij van president Alberto Fujimori benaderd om zich bij de verkiezingen van april verkiesbaar te stellen voor het parlement. Beltrán: “Mijn vrienden bezweren me niet in de politiek te gaan, maar ik twijfel toch.”

Vrijwilligers

De Stichting Nederlandse vrijwilligers bekijkt of zij de 55 bedrijfjes kan bijspringen door inschakeling van een expert in de internationale textielhandel. Volgens SNV-medewerker Kor Voorzee past het export-project binnen de nieuwe filosofie van de stichting. Geen armoedebestrijding meer maar weerbaarheidsversterking: kansarmen in staat stellen zichzelf op te werken. Dit project lijkt aan die nieuwe norm te voldoen. Binnenkort wordt een beslissing genomen.''

Het Gamarra-project wijkt af van SNV's platteland-verleden. Voorzee: “Daarom moet nog worden bezien of we het zelf aankunnen of dat we een specialist van buiten moeten aantrekken, een Pum'er bijvoorbeeld (Programma uitzending managers)”. SNV werd door de 55 bedrijfjes benaderd via Evert Jan Visser, econoom van de Universiteit van Amsterdam.

Zijn diagnose is dat het Gamarra voor de export nog aan actuele marktinformatie ontbreekt. “Je ziet hier nu hetzelfde kopieergedrag als 30 jaar geleden in Azië”, aldus Visser, terwijl hij ons in Gamarra langs een leger van buiten uitgestalde ontklede etalagepoppen leidt naar het atelier van Beltrán. Om de concurrentie in Azië en andere Zuidamerikaanse landen aan te kunnen, moeten de ondernemers in Gamarra volgens Visser minder provinciaals leren denken, nog efficiënter worden en betere kwaliteit leveren.

Volgens de ondernemers in Gamarra kan hun produktiviteit stijgen als de overheid ook eens een vinger uitstak in de vorm van betere openbare voorzieningen. Dat is tot nu toe niet gebeurd omdat Gamarra bekend stond als onguur en als vergaarbak van illegale rommelaars.

“De overheid moet ophouden ons te beschouwen als een stelletje belastingontduikers en vervalsers. Wij vormen de voornaamste en meest dynamische ondernemerskracht van het land”, aldus de gepikeerde directeur van het maandblad van Gamarra. De presidentskandidaten voor de verkiezingen in april begrijpen de hint. Stuk voor stuk dragen ze Gamarra een warm hart toe.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden