'Volksverraier' en ANC-held Joe Slovo sterft in het harnas

AMSTERDAM - “Een waardevol lid van het kabinet”, zo prees de leider van Zuid-Afrika's Nationale Partij, ex-president F.W. de Klerk, gisteren de overleden ANC-leider en minister van huisvesting, Joe Slovo (68). Zelfs de vroegere apartheids-minister van politie, Adriaan Vlok, herdacht deze gewezen 'volksverraier' en 'staatsvijand nummer 1' als “een waardig opponent”.

ERIC BRASSEM

Slovo's dood, vrijdagnacht, kwam niet onverwacht. Hij leed aan beenmergkanker. Slovo over de naderende dood: “Ik ben betrokken geweest bij elke fase van onze strijd: in de passieve verzetscampagne, de gewapende strijd, het onderhandelingsproces en nu de regering. Wat wil je nog meer van het leven?”

Geboren in Litouwen, kwam Slovo als kind naar Johannesburg. Hij studeerde rechten aan de Witwatersrand-universiteit, waar hij Nelson Mandela leerde kennen. “Een fel communist”, herinnert Mandela zich in zijn autobiografie. Slovo over de eerste ontmoetingen met Mandela: “Hij was vreselijk anti-communistisch. We hadden daverende ruzies.”

In 1956 stond Slovo, met Mandela en 154 anderen, terecht wegens hoogverraad in een geruchtmakend proces dat na bijna drie jaar zou eindigen in vrijspraak voor allen. Slovo voerde zijn eigen verdediging, op zijn kenmerkende wijze: onverzettelijk en ad rem. Hij veegde de vloer aan met ene rechercheur Mollson, staatsgetuige en spion bij ANC-bijeenkomsten waar de voertaal Engels was.

Slovo: Verstaat u Engels? Mollson: Niet zo goed. Slovo: U bedoelt dat u verslag hebt gedaan van toespraken die u niet begreep? Mollson: Jawel, edelachtbare.

Slovo: Bent u het ermee eens dat uw aantekeningen een en al rommel zijn?

In 1961 behoorde Slovo tot de oprichters van de gewapende tak van het ANC, Umkhonto we Sizwe. Toen ANC-leiders, waaronder Mandela, in 1963 werden gearresteerd, was Slovo net op een missie in het buitenland. Hij zou niet naar Zuid-Afrika terugkeren tot 1990.

Maar de arm van Zuidafrika's geheime dienst was lang. In 1981 werd zijn vrouw, Ruth First, in Mozambique gedood door een bombrief. “Je vergeeft dat eigenlijk nooit”, zei Slovo later. Maar troost putte hij uit de gedachte dat de daders nu “de meest effectieve straf” ondergingen: te moeten leven in een democratisch Zuid-Afrika.

Slovo was razend populair onder de radicale ANC-jeugd. Al was het maar omdat hij, als blanke, een van de meest gehate personen was bij vertegenwoordigers van het regime. Voorts was hij communist. Na de val van het communisme in Oost-Europa woei Slovo overigens soepel mee met de nieuwe wind van Gorbatsjov - zonder gevolgen voor zijn imago. Om precies die reden vroeg Mandela Slovo in 1990 het initiatief te nemen tot opschorting van de gewapende strijd: “Hij kon er niet van worden beschuldigd een loopjongen van de regering te zijn of soft te zijn geworden”, schrijft Mandela.

Slovo zorgde voor nòg een doorbraak in de verhoudingen met de regering: hij opperde het idee van een regering van nationale eenheid, na de democratische verkiezingen. In de onderhandelingen met de regering ontpopte Slovo zich tot een van de meest gehaaide, maar ook meest pragmatische ANC'ers.

In de paar maanden dat hij minister van huisvesting was, deed hij zijn naam van pragmaticus eer aan. Een van zijn laatste beleidsdaden was een investeringsprogramma voor particuliere banken in de huizenbouw. Slovo, die ondanks zijn ziekte in functie bleef tot het bittere eind, kreeg de tijd niet om het huizenbouw-programma - een van de grootste uitdagingen voor het ANC - te zien werken. Zijn opvolger op die post is niet te benijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden