Volgende week vrijdag onthult de paus in de ...

Volgende week vrijdag onthult de paus in de Sixtijnse Kapel in Rome het schoongemaakte Laatste Oordeel van Michelangelo. Maar wat is er in dit fresco - een van de beroemdste kunstwerken ter wereld - nog verborgen? Ofwel: hoe Michelangelo een van zijn opponenten op aparte wijze te grazen nam. Volgende week vrijdag - 8 april - onthult de paus in de Sixtijnse Kapel in Rome het schoongemaakte Laatste Oordeel van Michelangelo; de plechtigheid wordt in diverse landen op de televisie uitgezonden. Het publiek kan Het Laatste Oordeel vanaf maandag 11 april in de kapel bezichtigen.

Bijna bij de verblijfplaats van Christus aangekomen, wijst de gids naar een vrouw die zich temidden van andere figuren op een wolkenpartij ophoudt. Zij is gekleed in een groene jurk en tilt aan een afgebroken deel van het rad met scherpe punten waarmee zij in een heel ver verleden op aarde gefolterd was. “Jazeker”, beaamt de gids met een glimlach, “dat is de martelares Catharina van Alexandrie. Een mooie vrouw. Toen ze hier pas in de hemel was, kon je ook haar rijpe borsten nog voluit zien, doch zo'n 430 jaar geleden werd haar naaktloperij op deze plaats verboden. Te zinnenprikkelend. Maar een mooie jurk heeft ze, nietwaar? Gekregen van een zekere Daniele da Volterra.”

Even verder houdt de lift stil. Uitstappen kost geen moeite, want daar is het moment: in het aangezicht staan van Christus. Majestueus troont hij op een wolk, de ene arm dreigend geheven, als een dirigent die een uitvoering van Mahlers Tweede Symfonie naar een hoogtepunt brengt. Maar Christus ziet ons niet, keurt ons in ieder geval geen blik waardig. Hij heeft het te druk met oordelen over anderen. Hier en daar strompelen personen - oh, gelukkigen! - de hemel in.

“Andiamo all'Inferno”, zegt de gids nu van de weeromstuit. En opnieuw is het de lift in, en nu hup naar beneden, richting hel. Onderweg zijn tuimelende figuren te zien, in vrije val, de gezichten vertrokken van angst voor het lot dat hun wacht. Op een kale, rotsachtige bodem stopt de lift. “Kijk”, wijst de gids al uitstappend aan, “daar heb je Charon.” De veerman die de verdoemden over de grauwe dodenrivier naar de landingsplaats voor de hel brengt, slaat hen met zijn roeispaan zijn boot uit. Duivels en demonen met afzichtelijke smoelen grijpen hen beet en werpen hen aan de voeten van de rechter van de onderwereld, Minos genaamd. Hij heeft een sadistische grijns op zijn gezicht, zijn wanstaltige ezelsoren staan recht overeind en een slang kronkelt zich wellustig om zijn naakte lichaam. Links van deze gruwelpartij brandt in een duistere grot het hellevuur. Plotsklaps snelt een Japanner voorbij, die rechtstreeks op de verschrikkelijke Minos afstevent, zijn fotocamera in de aanslag. “Ah, Minos!”, roept hij verheugd uit, en klik-klak gaat zijn camera. “Japanners zijn de enigen die hier mogen fotograferen”, merkt de gids ietwat schamper op. En inderdaad, zo nu en dan klinkt een stem die uit het niets lijkt te komen: “Stilte alstublieft! Het is verboden te fotograferen!”

Deze Danteske reis vond in werkelijkheid plaats, om precies te zijn op zaterdag 26 februari 1994. Het was voor een selecte groep van uitverkorenen de laatste mogelijkheid om na 450 jaar weer eens van zeer dichtbij 'Het Laatste Oordeel' van Michelangelo te zien, een kans die zich misschien pas na nog eens 450 jaar opnieuw voordoet. Het reuzenfresco, dat de kunstenaar in opdracht van de Farnesepaus Paulus III tussen 1536 en 1541 op de 22 meter hoge altaarwand van de Sixtijnse Kapel in Rome schilderde, is wegens een grondige schoonmaakbeurt vier jaar lang voor het publiek verborgen geweest achter een doek. De hoog opgebouwde steigers daarachter - die de unieke mogelijkheid boden 'Het Laatste Oordeel' op elke gewenste plek te reinigen en elk detail van dichtbij te bekijken - worden nu afgebroken, zodat paus Johannes Paulus II het kunstwerk volgende week vrijdag tijdens een besloten plechtigheid kan onthullen.

Het kunstminnend publiek zal er blij mee zijn. Tot nu toe moest het zich in de bomvolle Sixtijnse Kapel tevreden stellen met omhoog staren naar Michelangelo's eerder schoongemaakte fresco's op het plafond. Een reproduktie van 'Het Laatste Oordeel' in nog ongereinigde staat, hangend voor het doek dat het echte meesterwerk verborg, bood slechts een schrale troost. Natuurlijk, de plafondfresco's met hun voorstellingen uit 'Genesis' schitteren al enige tijd in hun nieuwe, frisse kleuren, maar ja, een Laatste Oordeel dat je met licht geheven hoofd kunt bekijken zonder je nek te hoeven verrekken, dat is toch gans andere kost. Ook al omdat de voorstelling zelf ontegenzeglijk een nog emotioneler beroep op het belevingsvermogen van de toeschouwer doet. Wie heeft zich nimmer afgevraagd wat er precies volgt na de dood? En dus waagden zo nu en dan de vermeteler toeristen het om een suppoost aan te klampen: een kijkje achter het doek, zou dat misschien, wellicht mogelijk zijn? No, no, dat was alleen weggelegd voor ingewijden.

Achter dat vermaledijde doek wordt duidelijk dat het publiek zich na de onthulling van 'Het Laatste Oordeel' met recht zal verbazen. Onder de verkleurde vernislagen en lagen roet uit vroeger eeuwen - veroorzaakt door brandende kaarsen en olielampen - zijn even frisse kleuren tevoorschijn gekomen als bij het eerder schoongemaakte plafond van de kapel. Overal is dat te constateren op de zeven verdiepingen tellende steigers, verdiepingen die onderling verbonden zijn door de okergeel gekleurde lift - de prive-gids heet overigens niet Vergilius maar Paolo Violini, sinds vijf jaar restaurateur bij het Vaticaans Museum. De engelen (zonder vleugels!) bovenin het fresco, met de Instrumenten van de Passie; Christus (zonder baard!) met Maria aan zijn zijde en apostelen en martelaren (onder wie Catharina van Alexandrie met haar groene jurk) in het middenvlak; daaronder de omhoog getrokken of gestuwde gelukzaligen, de omlaag tuimelende verdoemden, en de engelen die blazend op hun langgerekte bazuinen het Laatste Oordeel aankondigen en de Boeken van Goede en Slechte Werken dragen; tenslotte helemaal onderin de verdwaasde, herrijzende doden - soms voor de helft met vlees bedekte skeletten -, de hellegrot en Minos en Charon met zijn deerniswekkende passagiers; - alle figuren hebben hun intensiteit herkregen. De Japanse tv-maatschappij NTV-Tokyo, sponsor van de schoonmaakactie, heeft de beeldrechten van het geheel. Vele Italianen spreken er schande van.

Toen Michelangelo zijn kleurig kunstwerk voltooid had, werd het bejubeld om zijn dynamiek en de veelzijdige weergave van het menselijk lichaam. Maar zowel voor als na dat moment, was er ook hevige kritiek: te veel naakt alom. Toen paus Paulus III in gezelschap van zijn ceremoniemeester Biagio da Cesena het nog onvoltooide werk kwam bezichtigen, klaagde de laatste volgens overlevering in Michelangelo's bijzijn over diens schaamteloze schepping van zo veel blote lichamen. Dat hoorde niet in een pauselijke kapel, liet hij Paulus III en de schilder weten, zulke voorstellingen hoorden eerder in badhuizen of bordelen thuis! Michelangelo nam wraak: toen hij Minos schilderde temidden van de duivels, gaf hij hem het gezicht van messer Biagio en een paar ezelsoren, tot hilariteit uiteraard van de latere toeschouwers. De ceremoniemeester beklaagde zich over deze grap en drong er bij de paus op aan dat zijn portret verwijderd werd, maar deze antwoordde snedig: Pech gehad, messer Biagio, in de hel heb ik geen gezag!

Na de voltooiing van 'Het Laatste Oordeel' was het vooral de schrijver, verzamelaar en kunstcriticus Pietro Aretino die zijn mening verwoordde dat het werk van Michelangelo een scabreus karakter had. Hij had medestanders en de roep om verandering van de fresco-voorstelling nam toe. Paus Paulus III - 1549 - wist censuur te voorkomen, evenals de Del Montepaus Julius III - 1555. Maar onder de Carafa-paus Paulus IV begon het tij zich steeds meer tegen Michelangelo te keren. Deze paus verzocht de schilder zijn fresco te 'fatsoeneren'. De kunstenaar stuurde de boodschapper van Paulus IV met een sarcastisch antwoord terug: Zeg de paus dat dit een kleinigheid is, en laat hij intussen de wereld fatsoenlijk maken, want voor schilderijen is dat zo gebeurd.

Tijdens het pontificaat van de Medicipaus Pius IV (1559-1565) leidden de voortdurende aanvallen op Michelangelo's kunstwerk uiteindelijk tot een besluit op de zitting van 21 januari 1564 van het Concilie van Trento, om de schilderingen in de Sixtijnse Kapel te 'verbeteren'. Het was een beslissing die niet expliciet 'Het Laatste Oordeel' betrof, maar de bedoeling was duidelijk. Nog geen maand daarna, op 18 februari 1564, stierf Michelangelo, bijna 90 jaar oud.

De meester was dood, leve de censuur! Michelangelo's leerling Daniele da Volterra - een diplomatieke keuze - mocht de correcties op 'Het Laatste Oordeel' aanbrengen. Als bewonderaar van zijn meester schilderde hij 'op discrete wijze' slechts over de meest in het oog vallende, onbedekte schaamdelen enige doekjes. Discreet? De leerling van de pas overleden meester verloochende zijn opleiding niet. Trouw aan de traditionele schilderwijze van Michelangelo bracht Daniele de correcties al fresco aan. Michelangelo's oorspronkelijke detailschildering werd weggehakt, en op een nieuw aangebrachte, natte pleisterlaag werd het fatsoenlijke doekje geschilderd. Deze correcties zijn onomkeerbaar, in tegenstelling tot die welke andere kunstenaars in opdracht van latere pausen aanbrachten. Zij censureerden a secco, schilderden gewoon over Michelangelo's werk heen. Deze a-secco-correcties zijn door de restaurateurs van het Vaticaans Museum verwijderd, zodat de door Michelangelo geschilderde schaamdelen weer tevoorschijn kwamen. Daniele's al-fresco-correcties lieten ze ongemoeid, daaronder zit immers geen originele schildering meer. Hoeveel het opgefriste, nieuwe Laatste Oordeel na 8 april ook bejubeld zal worden, het is niet helemaal de echte, originele Michelangelo. Het Vaticaans Museum heeft daar een passend excuus voor: de correcties uit de tijd van de Contra-reformatie (de tijd waarin de correcties van Daniele mogelijk doelbewust onomkeerbaar werden aangebracht) laten we om interessant-historische redenen zitten. Je kunt het ook anders en eerlijker zeggen: halen we de correcties van Daniele da Volterra weg, dan zie je witte plekken op Michelangelo's meesterwerk. Wie wil er nu op zijn bord een pizza met gaten daarin?

De vriendelijke restaurateur Paolo Violini bevestigt dat de onomkeerbare correcties van Daniele da Volterra in twee gevallen erg ver gingen. Dat had te maken met enkele hevige punten van kritiek op Michelangelo's voorstelling. De martelaar Blasius keek niet net als zijn lotgenoten naar de Christusfiguur - oh schande! -, hij blikte 180 graden de andere kant op. Daniele da Volterra gaf hem dus het uitzicht op Christus terug. En Catharina's blote borsten hingen daar toch wel wat erg opzichtig en smakelijk, zij kreeg derhalve de groene jurk aangepast. Wanneer de restaurateur vervolgens met computer-stem vervalt in een wel erg beroepsmatig expose over zeer technische details als craquele, intonaco en muratore, is slechts een vraag voldoende om hem terug te brengen op het pad der verwondering: Vond u het leuk om hier vier jaar lang, vijf uur per dag, detail na detail, dit reusachtige fresco schoon te maken? Zijn ogen beginnen onmiddellijk te glimmen, een glimlach breekt door op zijn serieuze gezicht, zijn stem krijgt een warm timbre: “Het was een openbaring!” Geestdriftig laat hij aan de randen van Michelangelo's schoongemaakte fresco onaangeroerde, donkere plekjes zien. De schildering eronder is vaag zichtbaar en contrasteert hevig met de elders tevoorschijngekomen, frisse kleuren. “We overwegen om die donkere stukjes te laten zitten”, beweert Violini stellig. Het bewezen contrast is de kroon op het werk van de restaurateur.

Violini werkte uiteraard in teamverband. Collega's reisden op de steigers van verdieping naar verdieping. Aan de uiteinden daarvan stonden potten chemicalien gestapeld, oplosmiddelen voor de grote schoonmaak. Hier en daar lagen computer-prints waarop de contouren te zien waren van de diverse figuren die Michelangelo's fresco bevolken. Daarop tekenden de restaurateurs volgens Violini precies aan welk detail van het kunstwerk op welke datum gereinigd werd. Een logboek voor het nageslacht.

Anderzijds toont Violini hoe 'primitievere' informatie uit het verleden inzicht verschaft over de originele schildering van Michelangelo. Dat Blasius oorspronkelijk de andere kant opkeek en Catharina oorspronkelijk naakt was afgebeeld, bewijst een kopie van 'Het Laatste Oordeel' uit 1549, die de kunstenaar Marcello Venusti maakte voor een kleinzoon van Paulus III - de kunstmaecenas en kardinaal Alessandro Farnese. Michelangelo's fresco bestond toen nog maar acht jaar en was nog niet door Daniele da Volterra gecensureerd. Violini heeft een reproduktie van Venusti's waardevolle kopie bij de hand, elders op de steigers zijn er meer te vinden.

Viel er eigenlijk zelf nog wat te ontdekken, daar op de steigers in de Sixtijnse Kapel? Hoe zat het eigenlijk met het raadsel rond de voorstelling van Bartholomeus, de martelaar wiens huid gestroopt werd? Michelangelo gaf deze figuur - het mes in de rechterhand, het afgestroopte vel in de linker - een opvallende plaats op zijn fresco, dicht bij Christus. Deskundigen herkenden in de figuur het portret van Pietro Aretino en in het bovenste gedeelte van het afgestroopte vel zijn de verlepte contouren van het gezicht van Michelangelo zelf te ontwaren. Een curieus zelfportret! Maar hoofdbrekens kost nog steeds de combinatie Aretino-Michelangelo in de afbeelding. Bracht Michelangelo aan Aretino een hommage door hem als Bartholomeus te vereeuwigen, zoals vaak beweerd wordt? Notabene de Aretino die later, nadat het fresco voltooid was, in zo felle bewoordingen Michelangelo's schepping zwart zou maken? Een enkele onwiskundige heeft opgemerkt dat de combinatie in het fresco vanzelf sprak, Aretino had immers Michelangelo's meesterwerk (en dus Michelangelo zelf) 'gevild'. Hallo anachronisme! Maar wat zou dan wel de reden van Aretino's aanwezigheid in 'Het Laatste Oordeel' kunnen zijn?

Voor een keer in het leven met de neus op de echte Bartholomeus-afbeelding gedrukt, valt aan de conclusie niet te ontkomen: het gaat hier om een portret van Aretino. Die haarinplant, die ogen, die neus, die lippen, die volle, lange, witte baard met asgrauwe tint die na de schoonmaak klip en klaar onder de vuillagen vandaan is gekomen. Die baard. . . . grijs, asgrauw. . . . en dan breekt plotseling het besef door: Michelangelo heeft hier iemand dodelijk beledigd!

Vervolg op de Journaalpagina.

Hoe Michelangelo de schrijver Aretino te grazen nam

VERVOLG VAN PAGINA 1

Michelangelo (1475-1565) en Aretino (1492-1556) waren twee van de markantste figuren uit de Renaissance, elkaars tegenpolen ook. Toen Michelangelo Buonarotti, opgegroeid in een redelijk beschermd milieu, in Florence reeds bij Ghirlandaio de technieken van het fresco-schilderen had geleerd, werd Pietro Aretino in Arezzo geboren, zoon van een schoenmaker en een publieke vrouw. Haar contacten brachten hem in welvarender kringen en hij ontpopte zich als talentvol (toneel)schrijver met een levendige interesse in politieke en kerkelijke roddels. Hij doopte bij schrijfsels aan vooraanstaande figuren binnen en buiten de Italiaanse staten zijn pen beurtelings in honing, stroop, azijn en zwavelzuur, en wist zich een reputatie te verwerven van een man met wie je rekening diende te houden. Kopieen van zijn brieven liet hij circuleren of publiceren. Inkomsten verwierf hij door het gretig aanvaarden van geschenken van vorsten die hem liever te vriend hielden en hoopten dat zijn pen zich tegen hun rivalen zou richten. Diverse moordaanslagen op zijn persoon wist hij te voorkomen of te overleven; kortom, de man was een survivor. Goede smaak als kunstverzamelaar moet je de intrigant naast zijn talent als schrijver toch ook nageven, alsmede een groot conservatietalent. Titiaan zou hem om die reden als vriend gedoogd hebben (met Aretino was het never a dull moment), als het al niet was omdat de schilder aan hem veel opdrachten voor portretten te danken had.

Behalve met Titiaan had Aretino ook te maken met een ander groot schilder uit de Renaissance: Giulio Romano. Beiden raakten verwikkeld in een schandaal. Volgens de overlevering verliep dat als volgt: Giulio, die als leerling van Rafael in het Vaticaan werkte, tekende in 1523 in een recalcitrante bui vanwege een uitstel van betaling na opgeleverd werk, zestien pornografische voorstellingen op de muren van de Sala di Costantino. Voordat die verwijderd werden, vereeuwigde de bekende graveur Marcantonio Raimondi ze en raakten ze als prenten in omloop in Rome. Toen paus Clemens VII lucht van de zaak kreeg, ontstak hij in woede en deed Raimondi in de Vaticaanse kerkers belanden. Giulio Romano wist bijtijds te ontsnappen naar Mantua, waar hij later zijn fantastische fresco's in het Palazzo del Te zou maken. De zestien pornografische afbeeldingen verschenen vergezeld van zestien wulpse sonnetten van Pietro Aretino in 1525 in een boek dat de titel 'I modi' (Standjes) kreeg. De pornogedichten van Aretino getuigden niet bepaald van een verfijnde smaak, in elk sonnet kwamen tenminste eenmaal de drie woorden cazzo (lul), potta (kut) en fottere (neuken) voor. In een brief die Aretino aan een bevriend arts in Brescia schreef (maar die gezien de journalistieke kwaliteiten van Aretino ongetwijfeld ook anderen onder ogen is gekomen), gaf hij onomwonden zijn motivatie voor het schrijven van de pornogedichten bij pornoplaatjes prijs.

“Welk kwaad steekt er in om een man een vrouw te zien bestijgen? Zouden beesten vrijer moeten zijn dan wij? ”, schreef Aretino. Volgens hem zouden mannen hun penis om hun nek moeten hangen of er de hoed mee sieren, als een medaile, want dank zij dit edele deel was toch de geboorte verzekerd van 'de Titiaans, de Michelangelo's, en na hen de pausen, keizers, en koningen'. De penis bracht, aldus Aretino, knappe jongens en mooie vrouwen met hun 'heilige der heiligen' voort. En dan volgt een zin over het verschijnsel penis die met betrekking tot Michelangelo's Laatste Oordeel interessant is: “We zouden dit alles moeten vieren door er heiligdagen voor in te stellen, alsmede feestelijkheden ter ere ervan, in plaats van hem achter een doekje op te sluiten.”

Dezelfde Aretino die pornogedichten schreef en heiligdagen ter ere van het mannelijk geslachtsorgaan bepleitte, viel nog geen vijftien jaar later in een uiterst vileine brief aan Michelangelo het 'wulpse' karakter van diens Laatste Oordeel aan: “Michelangelo, met zijn grootse faam, Michelangelo, bekend om zijn wijsheid en verstand, de bewonderenswaardige Michelangelo - is hij het die aan de wereld niet enkel de volmaaktheid in de schilderkunst, maar ook heiligschennende oneerbiedigheid toont? Hoe is het mogelijk dat u, de goddelijke Michelangelo, die verheven is boven de gemeenschap van mensen, zo iets kunt doen in de grootse tempel van God? Boven het belangrijkste altaar van Jezus? In de grootste kapel ter wereld, waar de Kardinalen van de Kerk, haar eerbiedwaardige priesters, en de Plaatsvervanger van Christus zelf biechten, bezinnen en vereren in de katholieke ceremonie, in heilige eredienst, in goddelijk gebed, het Lichaam en Bloed en Vlees van Christus? (...) Zelfs de heidenen zorgden ervoor, bij beeldhouwwerken, niet van de kuis geklede Diana, maar van de naakte Venus, dat zij met haar hand die delen bedekte die bedekt moesten blijven; maar u, een Christen, met meer achting voor uw kunst dan voor uw Geloof, beeldt een schouwspel uit dat niets te maken heeft met martelaren en maagden als een koninklijk spektakel, een zo vurige vertoning van geslachtsorganen die zelfs bordeelgangers de ogen zou doen sluiten. Een dergelijk schilderij hoort thuis in een wellustig badhuis, niet in het koor van de verheven paus. Het ware beter indien u een heiden was geweest, dan op die manier als een Christen het Christelijk Geloof van anderen te hebben beledigd.” In een ander gedeelte van de even uitvoerige als venijnige brief sprak Aretino de hoop uit dat paus Paulus III Michelangelo's fresco zou vernietigen.

Deskundigen zijn het er over eens dat Aretino's brief, die natuurlijk niet alleen voor Michelangelo's ogen bestemd was en nog meer verdachtmakingen bevatte (homoseksuele praktijken, zakkenvullerij), een uiterst gemeen karakter had en kennelijk tot doel had de reputatie van de schilder te schaden. Maar waar kwam die venijnigheid vandaan? Hoe kwam het dat Aretino zich opeens roomser dan de paus toonde? Vanwege een tot nu toe nog onvoldoende ontrafelde vete tussen schilder en schrijver wellicht? Daarover zou een opera geschreven kunnen worden.

Aretino richtte eerder brieven aan Michelangelo, toen deze nog bezig was met het schilderen van 'Het Laatste Oordeel'. Uit 1537 dateert een brief waarin Aretino vanuit Venetie - hij was toen 45 jaar, Michelangelo 62 jaar - de schilder op arrogante en uitgebreide wijze liet weten hoe zijn Laatste Oordeel er qua details het beste uit zou zien. Hij ving zijn brief aan met een flinke portie vleierij ('de wereld heeft vele koningen en slechts een Michelangelo'), en eindigde hem met een verbloemde smeekbede om een werk van de meester voor zijn eigen verzameling. Ook zou hij wellicht, zo liet hij weten, breken met de aan zichzelf gedane belofte om nooit meer Rome te bezoeken, teneinde 'Het Laatste Oordeel' met eigen ogen in Rome te kunnen bekijken. Ook deze opmerking getuigde van arrogantie, want Aretino was sinds 1525 min of meer uit Rome verbannen wegens zijn pornogedichten en schoffering van een invloedrijk lid van het pauselijk hof dat om die reden een moordaanslag op hem liet plegen. Op Michelangelo's voltooide kunstwerk kon hij in zijn 'ballingsoord' Venetie slechts reageren aan de hand van een (kleine) kopie, hetgeen zijn rancuneuze, laatste brief aan de schilder extra navrant maakt.

Michelangelo, op de hoogte van de reputatie van de schrijver, nam in ieder geval de moeite om Aretino's eerste brief beleefd te beantwoorden, zij het niet zonder in ironie omgezette irritatie. Hij liet de schrijver en kunstverzamelaar fijntjes weten dat zijn raadgevingen interessant waren maar dat een groot deel van het fresco reeds voltooid was, en dat hij toch vooral niet zijn belofte moest breken om niet meer naar Rome te komen, alleen maar om 'Het Laatste Oordeel' te zien.

Een jaar later volgde een tweede zalvende bedelbrief van Aretino aan 'de prins van de beeldhouw- en schilderkunst': als Michelangelo hem iets van zijn hand zou sturen, dan zou hij het meenemen in zijn graf! Aretino kreeg andermaal nul op het rekest. Geen kunstwerk van de meester - nog niet eens de onbenulligste schets - ging richting Aretino's adres in Venetie.

Maar Michelangelo was uitgedaagd, vooral door het feit dat de schrijver hem, de beeldend kunstenaar, eens even zou voorschrijven hoe 'Het Laatste Oordeel' uitgebeeld diende te worden. Voor Aretino verzon hij een gelijke 'straf' als voor de pauselijke ceremoniemeester die zich ook met zijn creatie bemoeid had. Hem pasten de ezelsoren van Minos, maar hoe kon Aretino op zijn nummer gezet worden?

Onder Michelangelo's tijdgenoten was bekend dat Aretino zeer ijdel was. Hij was - om het plat te zeggen - niet moeders mooiste, maar compenseerde dat door een fraai gecultiveerde, imponerende, roestbruine baard. Publiekelijk liet hij weten dat als daarin ooit de grijze haren zouden opduiken, hij hem onmiddellijk zou blonderen. Michelangelo richtte zijn pijlen: hij portretteerde de toen nog geen vijftig jaar oude Aretino met een vaalgrijze baard in zijn Laatste Oordeel als Bartholomeus, temidden van andere figuren met nobeler gezichten en fraaie, helderwitte baarden. Aretino werd op geenszins flatteuze wijze voor het ganse publiek 'te kakken gezet' als grijsaard, als een te vroeg oud geworden izegrim. En door zijn eigen portret in de afgestroopte huid van Bartholomeus te projecteren, gaf Michelangelo een ironisch signaal richting Aretino. De voorstelling kreeg daardoor, geheel los van de ikonografische betekenis van de Bartholomeus-figuur, een tweede boodschap. Dit gebruik van de dubbele bodem was een veel beoefend intellectueel spel in de laat-Renaissance.

De waarschuwing aan Aretino was even duidelijk als die aan ceremoniemeester Biagio da Cesena:

Jij Aretino, jij die uit Rome verbannen bent, jij die het beter meent te weten dan ik, ik die veel ouder en wijzer ben dan jij, ik die al lang niet meer om het uiterlijk geef en niet meer meedoe aan ijdele spelen; jij Aretino, die met je betweterige 'raadgevingen' aangaande mijn vijf jaar lang durende creatie dacht mij de les te kunnen lezen, in mijn huid dacht te kunnen kruipen; jij - toneelschrijver! - die als je je zin had gekregen niet zou aarzelen om je weer van mijn huid te ontdoen en die weg te gooien als een oud vod, zodat je jezelf op de borst zou kunnen kloppen door en plein public te verklaren of aan je zogenaamde vorstenvrienden te schrijven: ach ja, Michelangelo heeft het zeker mooi geschilderd, het Laatste Oordeel, mijn Laatste Oordeel, want het idee was van mij! Jij Aretino, die toch als zoon van een schoenmaker zou moeten weten dat een schoenmaker zich bij zijn leest dient te houden; jij met je laag bij de grondse gedichten, je huichelarij, je stroopsmeerderij, je vleierijen om werken van ware meesters binnen te kunnen halen, zie hier mijn geschenk waarom je in je brieven smeekte; hoe dacht jij dat je er uit zal zien als je mijn leeftijd hebt bereikt maar ongetwijfeld niet dezelfde wijsheid. Ik hou je een spiegel voor: of je je baard nu blondeert of niet, zo zal je er in werkelijkheid uitzien!

Oh, ironie! Aretino die in meerdere brieven om een kunstwerk van de meester gesoebat had, kreeg uiteindelijk een wel zeer verrassend portret van zichzelf gepresenteerd, een 'geschenk' echter dat hij nimmer in zijn verzameling in het veilige Venetie weg zou kunnen stoppen.

Zo velde Michelangelo zijn laatste en objectieve oordeel over een van de markantste maar weinig edele figuren in de Renaissance. Er is niet veel verbeelding voor nodig om na te voelen hoe Aretino in Venetie via boodschappers en kopieen van 'Het Laatste Oordeel' Michelangelo's terechtwijzing onderging. Waarschijnlijk formuleerde hij met een van woede vertrokken gezicht zijn laatste, vileine brief aan Michelangelo, waarin hij natuurlijk met geen woord repte over zijn onflatteuze en vroegtijdige vereeuwiging als grijsaard - dat wel te doen was zijn stijl niet. Hoe lang peinsde hij over de te schrijven woorden om op zijn beurt de grote schilder Michelangelo in het hart te kunnen treffen? Hoe lang duurde het herstel van zijn gekwetste ego? In ieder geval liet hij zich niet lang na deze affaire, omstreeks 1545, in vol ornaat - met de volle roestbruine baard - vereeuwigen door de bevriende kunstenaar Titiaan.

Dat Aretino's rol nog lang niet was uitgespeeld, bleek uit het feit dat zijn giftige woorden over Michelangelo's fresco hier en daar in vruchtbare aarde vielen en een aanzet vormden tot de uiteindelijke censuur van 'Het Laatste Oordeel'. Sterker nog: ondanks Michelangelo's terechtwijzing werd zijn pen kennelijk nog als vanouds gevreesd. Een bewijs daarvan geeft de kopie die Venusti in 1549 in opdracht van kardinaal Alessandro Farnese vervaardigde - de eerdergenoemde kopie waarvan restaurateur Violini een reproduktie bij de hand had gedurende de schoonmaakactie in de Sixtijnse Kapel en die de oorspronkelijke toestand van Michelangelo's fresco heet weer te geven, voordat die werd gecensureerd door Daniele da Volterra. Op deze kopie van Venusti - een schilderij van 190 x 145 cm dat lange tijd in het Palazzo Farnese in Rome hing en thans in het Museo di Capodimonte in Napels bewaard wordt - is Pietro Aretino keurig met roestbruine in plaats van vaalgrijze baard weergegeven. Men waagde het kennelijk niet om nog tijdens Michelangelo's leven daadwerkelijk details van zijn fresco in de Sixtijnse Kapel te censureren, maar met een kopie nam men het blijkbaar minder nauw. Dat triomfje mocht Pietro Aretino tenminste binnenhalen. En Michelangelo? Moest hij treuren om deze vervalsing die nog tijdens zijn leven plaats vond? Ach nee, hij ging nobeler uitdagingen aan, in beeldhouwkunst (Rondanini Pieta) en architectuur (koepel van de St. Pieter). Bovendien heeft hij sonnetten op zijn naam staan die tot op de dag van vandaag hun zeggingskracht behouden hebben, dichtkunst waaraan die van Pietro Aretino nauwelijks kan tippen:

O Nacht, o zoete duisternis die spreidt

Over al moeizaamheen ten lest uw vrede;

Wie u verheerlijkt hoort naar hoogste Rede

En wijs is wie u eert en benedijdt.

Onzer gepeinzen moede halmen vleit

Uw zeis ter koele ruste met haar snede;

Hoe vaak voert ge in de droom van d'aard mij

mede

Tot waar, o hoop, mij beter leven beidt.

O schaduw van de Dood, die onze wanen

Verrustigt en de ziel ontrukt der smart;

Gij, der bedroefden troost en toeverlaat;

Gij sterkt ons zwakke vlees, droogt onze

tranen,

Verlost der goeden moegestreden hart

Van wereld-walging en haar bittre haat.

(vertaling Nico van Suchtelen, voor de Wereldbibliotheek, 1947)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden