Vol overtuiging in een gespleten wereldbeeld geloven

Radicaliseren| De één was moslim-extremist, de ander rechts-extremist. Ze schuwden geweld niet voor hun politieke doelen. Maar ze deradicaliseerden. Portret van een religieuze en een niet-religieuze spijtoptant.

'Ik wilde het verstand er inslaan bij die rassenverraders'

Opgeschoren haar, Lonsdale-shirt: Johny Petersen (39) zou nog steeds voor een rechts-radicaal kunnen doorgaan. Hij plant een indrukwekkende armpartij op tafel. Tot een jaar of acht geleden was hij lid van een groep extreem-rechtse hooligans in de Deense stad Aarhus. Zijn leven stond in het teken van mensen bang maken. "Extreem-linkse types, met name", zegt hij. Zonder blikken of blozen: "Ik sloeg er regelmatig een paar het ziekenhuis in. Dat is wat we deden."

Inmiddels is Petersen maatschappelijk werker. Hij vertelt zijn verhaal om jongeren te waarschuwen voor radicalisering. "Het was mij vooral te doen om de massa-immigratie. Ik wilde de grenzen dicht. We dachten dat het systeem alleen veranderd kon worden door het te ontwrichten. Dan kun je op het idee komen een linkse, multiculturalistische politicus aan te vallen. Zij waren rassenverraders, net als meisjes die met zwarte jongens gingen. Ze schuiven hun eigen cultuur opzij voor de cultuur van anderen."

Toen bleek dat de moord op de Britse parlementariër Jo Cox uit extreem-rechtse hoek kwam, verbaasde dat hem niets. "In onze ogen waren mensen als zij, multiculturalisten, het eerste aan de beurt. Ik dacht: Die mensen begrijpen nergens iets van. En hoe meer en hoe langer ik dat dacht, hoe bozer ik werd." Hij slaakt een zucht. "Als ze het niet willen begrijpen, dachten we, dan slaan we het er wel in!

"Na de aanslagen op de Twin Towers van 11 september 2001 had ik gemengde gevoelens. Onze vijanden, de moslims, hadden het gedaan. Maar Amerika had het ook aan zichzelf te danken, vonden we, vanwege de steun aan Israël en het immense Joodse complot wat we daarachter zagen. We zeiden: 'De aanslag keuren we af, maar...' Over de Holocaust spraken we ook op die manier. 'Zes miljoen Joden was een beetje veel, maar...' We vergoelijkten het geweld."

Van al die gedachten is hij teruggekomen, maar zijn lijf toont nog de sporen van de extreem-rechtse dogma's. Hij toont een tatoeage op zijn kuit. Een SS-helm met doodsmasker is slordig in het vlees gekrast. "Kijk, je kunt eraan afzien hoe dronken en high we waren toen een vriend van me die erop zette. Daarom laat ik hem er maar op."

Huis vol wapens

Sommige tatoeages liet hij verwijderen. Achterin zijn nek stond de tekst '100% Danish', ontleend aan de varkensvleesverpakkingen in de supermarkt. "Ik vond het toen erg leuk gevonden: in één klap kon ik de joden en de moslims stangen."

Hun huis lag steevast vol wapens. Bij zijn cd's lag een mes, achter de deur een knuppel en in het nachtkastje een pistool. Hoofdschuddend denkt Petersen eraan terug. "Ik kon elk moment teruggepakt worden door de extreem-linkse groep. Adrenaline, paranoia - het was een constante staat van paraatheid."

Toen hij en zijn vrouw een kindje verwachtten, liet hij de beweging achter zich. "We moesten natuurlijk witte kindjes maken, hè? Dat was trouwens míjn gedachte erbij, niet die van mijn vrouw. Op het moment dat ze zwanger was, heeft ze me toegesproken: 'Ik wil ons kind niet met dit gedoe laten opgroeien'. 'Fuck off', was mijn eerste reactie, maar na een paar dagen was ik toch om. Eigenlijk was ik het al langer zat. Doodmoe van al dat geweld. Een aantal vrienden hadden al zware gevangenisstraffen gekregen. En ik had genoeg van de hypocrisie. Stiekem luisterde ik naar reggaemuziek van Bob Marley, stiekem zat ik stomdronken in een shoarmabar. Zogenaamd gebruikten we niet, omdat we de gezonde-lichaam-levensstijl van de nazi's afkeken." Hij zet een schijnheilig stemmetje op. "Nee, nee." Haalt zijn vinger langs de neus en snuift een teug lucht in: "Nee, we gebruiken niet hoor! Dat probeerden we voor elkaar te verbergen omdat de koeriers altijd zwart waren.

"Van 'Meneer Belangrijk' was ik plots niets. De baby was wel een perfecte opvulling voor de leegte die achterbleef. Ze is nu acht, en telkens als ik naar haar kijk, herinnert ze me er weer aan dat ik de juiste beslissing heb genomen. Ja, dát, dat gezichtje, is dus waarom je dat soort dingen niet doet."

'Er was goed, er was kwaad, en niets daartussen'

Het is een snikhete middag in Amsterdam. De Britse moslim Adam Deen (39) neemt een glas water. Dat hij het inmiddels niet zo nauw neemt met de regels van de ramadan was een paar jaar geleden lastig voor te stellen. Hij ijverde toen nog voor een kalifaat.

"Een totalitaire staat waar de sharia geldt", licht hij toe. "Ik wilde dat niet alleen in Europa, ik wilde het overal."

Zijscheiding, jasje-dasje: niets aan Deen verraadt nog dat hij zich bij de jihadisten schaarde. De Britse ex-radicaal zat bij Al-Muhajiroun, een jihadistisch-salafistische organisatie die in 2005 werd verboden in het Verenigd Koninkrijk. Vrienden van hem zijn daadwerkelijk naar Afghanistan vertrokken om aan de jihad deel te nemen, zegt Deen. Zelf ging hij niet - zijn taak was de geesten rijp te maken voor het kalifaat. Hij studeerde informatica en rekruteerde op de universiteit. "De strategische hotspot die mijn organisatie voor ogen had voor de oprichting van het kalifaat was Pakistan."

Dat was toen. Nu werkt hij voor de Britse antiradicaliseringsorganisatie Quilliam. Hoe hij op andere gedachten kwam? "Zo'n twee jaar na de aanslagen op de Twin Towers van 11 september begonnen zij dat steeds meer goed te praten. Daardoor groeiden we uit elkaar."

Het scheelde niet veel of Deen was overgegaan tot geweld, vertelt hij, terrorisme zelfs. "Ik heb een paar keer leden van buiten de organisatie ontmoet, om te spreken over het plegen van terroristische aanslagen in Londen. Het is gek om daaraan terug te denken. We spraken over waar het zou moeten gebeuren: metrostation Tower Hill. Daar vlakbij was een reservoir. Dus ja, eigenlijk waren we het best gedetailleerd aan het doorspreken. Een bekeerling zou ons trainen om wapens te gebruiken in het bos. Maar die werd bang, en toen hebben we het er nooit meer over gehad." Hij zucht. "Ik was er wel zenuwachtig over, maar het was zo'n rare tijd. Ik dacht niet dat het fout was of zo."

De ouders van Deen waren cultuurmoslims, een typisch middenklassegezin. "Ik was niet boos. We leden bepaald geen armoede. Bij mij begon het gewoon met nieuwsgierigheid naar het geloof. Ik ging naar de ouderen in de moskee, maar die hadden geen antwoorden op mijn vragen, bovendien spraken ze slecht Engels. Op een dag stond er een jongen bij de uitgang van de moskee folders uit te delen over de plicht om een kalifaat te stichten. Ik was op slag geboeid. En dan te bedenken hoelang het heeft geduurd om daar weer uit te komen: toch een jaar of acht."

Martelaar

Na de aanslag op de homobar in Orlando, eerder deze maand, was Deen verbaasd over de reacties. Over de dader verschenen berichten dat hij de bar zelf zou hebben bezocht en mogelijk homo zou zijn geweest. "Ik hoor tot mijn grote schrik dat mensen denken: Oh, dan was hij dus geen moslim. Dan kennen ze de ideologie niet. Jihadisten geloven dat ze al hun zonden uitwissen door te sterven als martelaar. Wat je ook gedaan hebt in je leven. Stel dat hij homoseksuele gevoelens had, een zware zonde in de ogen van jihadisten, dan kan hij daarvoor met zijn daad verlossing hebben gezocht. Martelaren belanden in de hogere regionen van het paradijs.

"We geloofden dat echt! Jihadisten zijn niet geestesziek. Ze geloven in een kosmische strijd. Het zijn rationele mensen, die rationele keuzes maken: berekenend vanuit hun wereldbeeld. Al lijken die keuzes vanuit ons wereldbeeld nog zo irrationeel.

"Wat ik heel erg herken van ex-rechts-radicalen of ex-links-radicalen is het gespleten wereldbeeld waarin ze geloofden. Er is goed, er is kwaad, en daartussen is niets. Ik wist dat extreem-links het opneemt voor migranten, voor moslims, maar dat liet me koud. Ik zag hen vooral als 'kuffar', ongelovigen."

Hij kwam op andere gedachten toen hij in de radicaal-islamitische groep een filosofieleraar tegenkwam. "Die begon ons les te geven, hij wilde de groep van binnenuit verbeteren. Maar dat werkte niet. Het liep uit op een machtsstrijd met de leiders en hij moest de groep verlaten. Maar hij had mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ik begon te lezen, te leren over religieuze filosofie, over andere islamitische stromingen. Hij nam me onder zijn vleugels. Op dat moment dacht ik die filosofie te kunnen gebruiken in mijn werk als rekruteerder. Ik zag het als instrumenteel: wilde weten of het de waarheid verder kon helpen die ik al had." Het liep anders. "Mijn waarheid bleek niet waar."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden