Vogeltjes van niks

Ets, steendruk, droge naalden, caseïneverf, aquarel, potlood en houtskool: alle mogelijke technieken heeft Jan Hein van Rooy verkend in zijn kunstenaarsleven. Zijn nieuwste materiaal ligt voor het oprapen langs de oevers van de Waal. Thuis creëert hij uit de wonderlijkst gevormde drijfhoutjes een bonte volière.

Vanwege een verkoudheid heeft de 75-jarige kunstenaar op deze frisse januaridag zijn ochtendritueel voor een keer overgeslagen. Sinds Jan Hein van Rooy in 1976 met levenspartner Ine Klijn naar Beuningen verhuisde, zijn de uiterwaarden van de Waal voor hem een vaste trekpleister geworden. De afgelopen tien jaar maakt hij het fietstochtje naar de rivier als het even kan zelfs dagelijks. Elke ochtend is het een verrassing wat de Waal hem nu weer schenkt. Als een strandjutter struint hij de waterlijn af, op zoek naar drijfhout.

"Op een dag gebeurde het zomaar. Ik raapte een stukje hout op en zag in de vorm onmiskenbaar een vliegende aalscholver. Vanaf dat moment verzamel ik de stukjes hout die het rivierwater me vanuit de ooibossen brengt. Ik neem ze mee naar huis en geef ze een plaatsje in het 'ornithologisch laboratorium', zoals ik mijn drijfhoutverzameling noem. Daar kijk ik of het iets is, of het houtje zich kan verheffen tot vogelmodel"

"Als een laborant in mijn eigen laboratori- um construeer ik, met het nodige snij- zaag-, boor-, plak- en kleurwerk, uit de bruikbare houtjes vogels die ik hier in het rivierengebied ook in de werkelijkheid waarneem. Soms ook zie ik in een houtje meteen een complete vogel. Beetje boekbinderslijm erover om het hout te conserveren, klaar. Vaak is het de vlucht of karakteristieke houding die me doet denken aan een bepaalde vogel."

De kunstenaar is zo bevlogen geraakt van de 'houtjes van niks' zoals hij ze liefkozend noemt, dat hij nog lang niet kan denken aan stoppen met verzamelen. Vogelkopjes, pootjes, vleugeltjes, staartjes, draaihalsjes: in elk houtje ziet hij wel een bruikbaar vogellichaamsdeel. "Toch is het maar de vraag hoelang ik hier nog mee door kan gaan, want de stroming van de Waal verandert ingrijpend doordat de rivierkribben worden verlaagd, in het kader van het grote Rijkswaterstaatproject 'Ruimte voor de rivier'. Ik vind nu al veel minder houtjes dan voorheen."

Dat zijn onschuldige verslaving ook nog eens lucratief is, is natuurlijk mooi meegenomen. "Er zijn al heel wat vogels uitgevlogen, soms gaan ze met 25 tegelijk," vertelt Van Rooy. Ook van de veertig vogels die eind vorig jaar tentoongesteld waren in de galerie van Agnes Raben in Vorden, is meer dan de helft verkocht. Voorlopig is er dus nog werk genoeg in zijn vogellab.

Vanaf zijn uitkijkpost hoog op een paal gezeten bewaakt een enorme rietgans van papier-maché de ingang naar het atelier van de kunstenaar. Een antieke papiersnijmachine en een etspers nemen een flink deel van de ruimte in beslag van het gezellige artistiek-rommelige atelier, waar van alles staat, ligt en hangt - geen plekje is onbenut gebleven.

Bewust geen namen

Het ornithologisch laboratorium vult een ruime hoek van het atelier. Een bonte volière vol herkenbare en fantasievogels waarop je niet snel raakt uitgekeken. Sommige vogels zijn duidelijk te determineren als wilde zwaan, aalscholver of merel. Toch geeft Van Rooy de vogels bewust geen namen, want er moet nog wat te fantaseren over blijven. Als je hem vraagt of dit een gans is bijvoorbeeld of dat een mus, antwoordt hij steevast: 'Zou kunnen'.

Een enkele keer is er een aanleiding om wél bewust een bepaalde vogel te maken. "Zoals de smient. Toen die vogel de schuld kreeg van het uitbreken van de vogelgriep, had ik de behoefte een eerbetoon aan de smient te maken. Volgens Ine heeft hij ook echt een schuldbewuste houding."

Natuurlijk moest ook witte veder een eerbetoon krijgen, de huismerel met de witte kraag, die de twee op een dag dood vonden. Van Rooy laat hem zien. Het bezoek ziet er meer een draaihals in, maar dit zwart geschilderde drijfhoutje met witte streep is toch echt witte veder, verzekert de kunstenaar. Klijn komt aangelopen met een goedgelijkend en in helder blauw, wit en oranje geverfd ijsvogeltje van drijfhout in haar hand. "Dat ijsvogeltje zagen we laatst vissen in de sloot naast de keuken. Steeds opnieuw dook hij het water in en kwam met een vis boven, die hij zittend op een tak naar binnen slokte."

De opvallend natuurlijke kleuren - oker, terra, warm wit - van de schilderijen aan de ateliermuren brengen het gesprek op Zuid-Spanje, waar het echtpaar elk najaar heen reist met hun handige werk- en slaapbusje. "Die kleurrijke pigmenten en de kalk van de witte schilderijen verzamel ik ter plekke, onder meer in de Sierra Nevada en op de hoogvlakte bij Granada, de Altiplano Blanco. Het zand dat ik in de woestijn vind en het gesteente uit de rotsen verpulver ik en vermeng ik met caseïnebinder tot verf."

Van Rooy werkt niet alleen náár de natuur, maar ook altijd ín de natuur (en plein air) en mét het natuurlijke materiaal dat hij vindt in de omgeving waar hij op dat moment is. Schillen van de bast van de eucalyptusboom bijvoorbeeld, die ook in Spanje veel te vinden is. Een intrigerend, leverkleurig, reliëfrijk kunstwerkje aan de ateliermuur is van dit materiaal gemaakt.

Van Rooy haalt een bak tevoorschijn met rivierkleikorrels. Behalve drijfhoutjes schenkt de Waal hem ook dit materiaal, dat hij hier verwerkt in zijn schilderijen van het Nederlandse rivierengebied. Op de grond staat een lijst met een imposant rivierlandschap in gemengde techniek. Houtjes, zand, bindmiddel, houtskool, grijze rivierklei, wat titaanwit: van alles heeft de kunstenaar erin verwerkt. De geur van het Hollandse rivierwater drijft je als het ware tegemoet.

Voordat hij het pad de kunst koos, zat de kleinzoon van Berlage na de hbs een jaartje op de hts - dat lag een beetje in de lijn der verwachtingen in het geslacht van de beroemde architect. Anders dan Berlages oudste kleinzoon, die stadsarchitect van Bern is geworden, liet Van Rooy zich toch meer inspireren door de reisschetsen van zijn grootvader uit Indonesië en Moskou, die in Voorburg in zijn ouderlijk huis in de huiskamer hingen. Nog eenmaal rondkijkend in zijn rijk gevulde atelier lijkt dat niet zo'n slechte keuze geweest.

Nu de stroming van de Waal zo ingrijpend verandert, vindt Van Rooy minder stukjes drijfhout

Voor het beschilderen van de vogelfiguren gebruikt Van Rooy pigmenten die hij zelf wint in de Spaanse Sierra Nevada.

Te zien op Art Fair en solo-expositie

De kunst van Jan Hein van Rooy is te zien op twee tentoonstellingen, in Rotterdam en Wageningen. Twintig drijfhouten vogels uit zijn 'ornithologisch laboratorium' worden getoond in de Cruise Terminal van Rotterdam. Daar vindt van 10 tot 14 februari de vijfde editie plaats van de Rotterdam Contemporary Art Fair, waar zo'n zeventig galeries voor hedendaagse kunst werk tentoonstellen van kunstenaars uit hun 'stal'.

Na de Art Fair reizen de niet verkochte vogels door naar Galerie Wit in Wageningen waar ze, aangevuld met meer en ander werk van Van Rooy, vanaf 20 februari deel gaan uitmaken van de solotentoonstelling 'De samenhang 50 jaar landschap'.

Tegelijk met de tentoonstelling verschijnt ook 'Uiterwaard eindig laagland', het nieuwste boekje in de serie 'Frisse wind producties' die de kunstenaar samen met zijn partner Ine Klijn in eigen beheer uitgeeft. Voor de prozateksten, gedichten en afbeeldingen van kunstwerken die erin zijn verzameld, deed Van Rooy inspiratie in de uiterwaarden van de rivier de Waal nabij zijn woonplaats Beuningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden